Nonsens, snotneus!

Opening van het seizoen. Maar hoe? Met Max Reger natuurlijk. Dit jaar honderdvierendertig jaar geleden geboren en negenentachtig jaar dood, dus dat kan de aanleiding niet zijn. Maar ik lag afgelopen zaterdag aan het strand, op wat zo’n beetje de enige zonnige dag van deze zomer moet zijn geweest, op mijn iPod naar Regers Variaties en Fuga op een thema van Bach te luisteren. Gespeeld door Rudolf Serkin, piano. Je hoorde de klavierleeuw zo nu en dan zuchten. Lichte strandmuziek is het niet maar dat hoeft ook niet, de technologie stelt ons in staat overal en op elk moment geheel in onze eigen wereld op te gaan. Een zegen voor individualisten, die nu niet langer in een kluis hoeven te gaan zitten of de deur voorgoed voor de buitenwereld in het slot gooien. Serkins onderdrukte gezucht deed me denken aan die andere pianist Glenn Gould, een van mijn helden en iemand die bij zijn pianospel altijd zat te neuriën en te steunen, het nec plus ultra voor de liefhebber. Glenn Gould was een echte individualist en zonderling, die vond dat de technologie, de opnamestudio, de plaat hoger gesteld moest worden dan de live-uitvoering - de iPod heeft hij niet meer meegemaakt maar ik weet zeker dat hij ermee was weggelopen. De grote Gould sprak zijn overtuiging over de zegepraal van de techniek eens uit tegen de misschien nog wel grotere Yehudi Menuhin, met wie hij samenspeelde. Menuhin vond dat de concertuitvoering toch altijd de maatstaf moest blijven, en sommige kunst, bijvoorbeeld de Matthüus Passion, was volgens hem ook echt voor de gemeenschap gemaakt, die moest je gezamenlijk ondergaan, liever dan via een elpeetje (lees inmiddels CD’tje, iPod) thuis. Stel je voor dat niemand meer een berg zou beklimmen maar iedereen zich tevreden zou stellen met filmpjes over bergbeklimmen. Zei Menuhin. Nonsens, zei Glenn tegen Yehudi, nonsens! Dat trof me geloof ik in die documentaire nog meer dan het meningsverschil zelf, dat Glenn Gould zomaar ‘nonsens’ tegen Menuhin zei. Kunstenaars onder elkaar, dat wel, maar toch ook de jongere die het gezag van de oudere tartte. Daar ergens moest het begonnen zijn, de erosie van onze omgangsvormen: kunstenaars en geleerden die elkaar, ongeacht hun leeftijd, de waarheid zeiden. Bij ons thuis was het toen zo ver nog lang niet; ik zei nog ‘u’ tegen mijn ouders en mijn vader begon te briesen als ik hem tegensprak: snotneus! Brutale vlerk! Ach, goeie ouwe wereld waarin ouderen vlerken de les lazen en niet andersom! Aan dat alles lag ik onder de klanken van Reger te denken, in mijn door de jongste technologie puik van het ordinaire strandgebeuren afgeschermde wereldje. Maar het kon zo niet blijven. Mijn dochter, ook mee naar dat strand, vond het welletjes en tikte me aan. „Rob,” zei ze, „ik praat tegen je. Zo irritant als je helemaal niet reageert.” Opmerkelijk dat zij, toch helemaal van de iPod-generatie, al weer genoeg had van de zegeningen van het apparaatje en gewoon ouderwets wilde praten. Ik glimlachte. „Waarom lach je nou?” vroeg ze. „Niks, zomaar, de wereld is grappig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden