Nog weinig emplooi voor polderimams

In Nederland opgeleide imams zijn te duur voor armlastige moskeeën. En niet goed genoeg.

Hier opgeleide imams zullen niet serieus worden genomen, zegt de Amsterdamse jongerenimam Yassin Elforkani. En dat is slechts een deel van de weerstand die ’polderimams’ zullen ontmoeten. Geldgebrek bij moskeeën is een tweede punt van zorg.

„De kennis van het Arabisch, en hun inhoudelijk religieuze bagage. Dat leer je gewoon niet allemaal in vier, vijf jaar”, aldus Elforkani. „Taalfoutjes, het gebrek aan kennis van de Nederlandse imams: daar gaan heel veel moskeebezoekers doorheen prikken.”

„Daar heeft Elforkani zeker een punt”, erkent Nico Landman. De Utrechtse hoogleraar islamologie presenteerde eind 2003, als voorzitter van de adviescommissie, het rapport ’Imams in Nederland: wie leidt ze op?’ Nederland wilde af van de uit Marokko of Turkije ’geïmporteerde’ imams. Die zouden conservatief zijn, de integratie van moslims in de weg staan en soms zelfs aanzetten tot radicalisering. Er moesten, volgens het kabinetsadvies, universitaire- en hbo-opleidingen komen om imams klaar te stomen die Nederlands spreken en met de Nederlandse context als bagage een ander geluid prediken in de moskeeën.

„Dat is hoognodig”, zegt imam Elforkani, opgegroeid in Nederland, opgeleid in het Midden-Oosten. „Ik ben blij dat er nu initiatieven zijn. Ik pleit alleen voor kwaliteitsverbetering van die studies.”

Bij de VU in Amsterdam rondden inmiddels vijf studenten hun masteropleiding af. Zij gingen aan de slag als islamitisch geestelijk verzorgers in gevangenissen en het leger (Ali Eddaoudi). Op hogeschool InHolland hebben vijf studenten net het derde jaar afgerond. Ook daar wordt erkend dat er waarschijnlijk geen emplooi is voor de imams die volgend jaar afstuderen.

De Leidse imamopleiding is nog niet van start gegaan en wordt ook wat anders van opzet. Na een studie islamitische theologie kunnen studenten nog voor een ’beroepsopleiding imam’ kiezen.

Niet alleen de overheid wil graag in Nederland opgeleide imams, moskeeën erkennen dat veel jonge moslims alleen Nederlandstalige preken goed kunnen volgen. Zij zien het belang van kennis van de Nederlandse context, ook voor de toekomst van de moskee, maar weten ook dat hun oudere bezoekers juist meer vertrouwen in imams uit het land van herkomst hebben. En die oudere bezoekers hoesten het meeste geld op.

„De nieuwe moslims spreken onze moedertaal niet, Nederlands is de taal van hun toekomst”, zegt Driss El Boujoufi van de Unie van Marokkaanse Moslimorganisaties in Nederland (Ummon). „Het conservatisme van de eerste generatie, die in het verleden blijft hangen, werkt belemmerend. Sommige moskeeën hebben echt genoeg om straks een hier opgeleide imam te betalen.”

Dat is een wat rooskleurige schets van de werkelijke situatie. Vooralsnog doen vooral veel verhalen de ronde over imams die onderbetaald worden, of zwart, rechtstreeks uit de collectepot, en die op stretchers in moskeeën wonen.

Ummon, maar ook andere moskeekoepels en islamitische organisaties, zoals de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland, Milli Görüs en de Nederlandse Islamitische Federatie, waren betrokken bij de organisatie van de imamopleidingen. Zij zouden, volgens afspraak, de nieuwe werkgevers van de imams worden.

„Ook in Leiden werken we samen met islamitische organisaties. Die gaan voor werk zorgen, zij nemen de mensen af”, zegt hoogleraar Maurits Berger die denkt dat er ondanks een gebrek aan vertrouwen in de opleidingen en financiële problemen straks bij moskeeën toch polderimams de vrijdagpreek gaan leiden. „Ook voor dominees en priesters is het vak geen vetpot. Dit is een roeping.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden