Nog te veel losse eindjes bij Borgers

Cabaret

Happy End Carolien Borgers

Zo energiek als het begin van 'Happy End' zie je het niet vaak in een cabaretvoorstelling. Een vette beat klinkt en Carolien Borgers en haar muzikale maatje Chris Grem komen al dansend en zingend op: 'Ah, ah, ah, ik heb er zin in'.

Maar na dit veelbelovende begin zakt de voorstelling in. Het duurt lang voor de losse sfeer van het begin terug is, wellicht ingegeven door première-zenuwen. En 'Happy End' zwalkt nogal, dat helpt ook niet. Veel verhalen hebben een los eindje en verwaaien daardoor. Intrigerende beginnetjes ¿ bijvoorbeeld over haar oma die altijd zei: 'Doe niet moeilijk' ¿ worden niet ingelost. Dat voelt onaf.

Wat wel meteen duidelijk wordt is dat Borgers een prettige podiumpersoonlijkheid is. Een innemende verhalenverteller die met veel energie en een losse mimiek haar beelden zorgvuldig uitkiest. Het meisje Gini, dat in een laserkliniek voor ontharing werkt, ontstaat voor je ogen. En ook reisleidster José krijgt een gaaf profiel. Borgers zet zichzelf daarbij neer met veel zelfspot en dat werkt aanstekelijk.

Muzikaal is 'Happy End' dik in orde. Door het samenspel met multi-instrumentalist Chris Grem stijgt Borgers tot grote hoogte. Of het nu gaat om een grappige gezongen dialoog tussen een jongen en een meisje die allebei héél anders op hun ontmoeting terugkijken, of om het breekbare lied over niet kunnen communiceren met haar vader. Daarnaast geeft ze een leuke muzikale invulling aan het gegeven 'We leven lekker lang en gelukkig': Amy Winehouse ging dan bijvoorbeeld wel afkicken en K3 was ons bespaard gebleven. Ook het lied 'Ik heb liever dat het giet' is wonderschoon.

Echt grappig wordt het pas als Borgers haar passie voor het tv-programma 'Air Crash Investigations' naar voren brengt. De vliegtuigongelukken en bijbehorende statistieken vliegen je om de oren. Ze leeft zich zo in dat ze er vliegangst voor terug heeft gekregen. Maar ook het hoe en waarom hierachter wordt niet duidelijk. Meer structuur was beter geweest voor de show. Nu lijkt het een willekeurige mix aan verhalen en anekdotes die niet echt beklijven en dat is jammer.

Carolien Borgers studeerde in 2005 af aan de Kleinkunstacademie, liep stage bij de rockopera 'Ren Lenny Ren' van Acda & De Munnik en stoomde daarna door met haar debuut 'Snars'. Na 'Makkelijk praten' is dit haar derde avondvullende voorstelling. Ze zit op dit moment ook nog in de finale van het veelbekeken tv-programma 'Wie is de Mol?'. Borgers heeft zeker talent, alleen inhoudelijk rammelt het nog flink.

Rinske Wels

Tournee t/m 22 april. Info: www.carolienborgers.nl

Dans

Le Chat Noir Scapino Ballet Rotterdam

Met 'Le Chat Noir' brengt Scapino Ballet Rotterdam een programma rond de sfeer van het gelijknamige Parijse café in de Belle Époque. Het cabaret was het roemruchte epicentrum voor de laat-19de-eeuwse avantgarde met dichters, beeldend kunstenaars en componisten. Hier kreeg de bohemien zijn cultstatus en werd de bourgeoisie doodverklaard.

Een direct muzikaal lijntje naar die tijd is door artistiek leider Ed Wubbe uitgeworpen naar Jacques Offenbach, maar ook Edith Piaf en Jacquel Brel zijn met hun door alcohol en liefdesmisère getekende levens en hun groteske expressie voor Wubbe representanten voor deze tijd. Het is de sfeer van getormenteerde zielen die het leven tot kunst verklaarden, die Wubbe vooral in de solo's goed weet te treffen. Er klinkt flink wat antiburgerlijkheid in door, met 'deviante' bewegingen en grimassen, waarin leven, lijden en poseurschap elkaar treffen. Hiertegenover staan groepsdansen in gelid op Offenbach, waar Wubbe minder zijn vrije geest op heeft losgelaten. Een leuke uitsmijter is wel diens cancan: in handen van Wubbe geen bacchanaal van ruisende rokken, wel een ingetogen mannendans, waar evengoed de broeierigheid vanaf spat.

Voor 'Kranke Katze', door de nieuwe huischoreograaf Felix Landerer, heeft de hedendaagse componist Christof Littmann Erik Saties tweede Gnossiene niet bijster verrassend tot een minimal muziekwerk verbouwd. Het pulserende karakter geeft wel ruim baan aan een zorgvuldig en knap gezette, daardoor ook wat studieus bewegingsbouwwerk. De dansers zijn als magneetstof rond een ijzeren kern: steeds staat iemand centraal, de rest volgt zijn of haar energie in vloeiende lijnen, als in een stadionwave. Door breekpunten in die stroom aan te brengen, voorkomt Landerer de wolligheid die vaak in contactdans de boventoon gaat voeren.

Sander Hiskemuller

Theater

De kersentuin Hummelinck Stuurman Theaterbureau

Heftig rinkelende kopjes en een overslaande stem: "Daar is de trein!" Het is maar de vraag of de kast met inhoud zo trilt door een langs denderende trein of omdat Lopachin zich er zo zichtbaar nerveus aan vastklemt. Zo'n openingsscène, waarin de landgoedbezitster met haar gezelschap uit Parijs wordt verwacht, drukt je meteen met de neus op het gedoe van de onvolmaakte mens, die er maar niet in slaagt greep op zichzelf, laat staan het leven te krijgen.

Neem Lopachin, telg van een lijfeigene, zelf inmiddels steenrijk, maar onzeker en zich nog altijd de mindere voelend. Of Ljoebov, van oude landadel, berooid, maar smijtend met de laatste centen en niet in staat haar onder de schulden bezwijkende domein te redden.

Zij houdt zich doof voor de (door Lopachin tig keer aangedragen) uitweg haar geliefde kersentuin pachtrijp te maken voor zomerrecreatie en jankt zich de ziel uit het lijf als de boel daadwerkelijk geveild wordt. Hij geneert zich, als hij zich gedwongen ziet de nieuwe eigenaar te worden en zuipt zich van schaamte én geluk een stuk in de kraag.

Onnavolgbaar hoe Anton Tsjechov met zo'n krankjorume relatie de omslag van oud geld naar nieuwe zakelijkheid oproept.

'De kersentuin' (1903) is, na 'De Meeuw' en 'Oom Wanja' in de twee voorgaande seizoenen, het slot van het drieluik 'Tsjechov3'. En een sprankelend hoogtepunt. Wat een speelsheid danst er van het podium de zaal in. In taal, spel en tempo. Het is of wij allemaal worden meegesleurd met de lichtzinnigheid van Ljoebov. Lopachin incluis!

Dat is een van die warm verrassende accenten in deze voorstelling. Deze Lopachin is niet te verlegen om dochter Warja's hand te vragen. Hij is domweg niet verliefd op haar, maar stapel op Ljoebov. Acteur Paul R. Kooij laat dat in zijn mimiek en gestiek prachtig bleu doorschemeren. De Ljoebov van Carine Crutzen is dan ook een heerlijk wellustig wezen, dat ongegeneerd zelfs de stijve student Petja tongt.

Naast haar kleurt Hein van der Heijden, in lichtroze mantel, verrukkelijk droog een nooit uit de kast gekomen broer Gajev in. Zie dat elegant buigende onderbeen, als hij door oude Firs wordt afgeborsteld.

Regisseur Gerardjan Rijnders trekt met dit drieluik een fraai gelaagde boog van botsingen tussen generaties, tussen stads- en landleven, naar de omslag van oude naar nieuwe tijden. En zet schaamteloos stijlkenmerken van klucht en melodrama in om de weemoed om verloren dromen en tradities des te meer spirit en expressie te geven.

Hanny Alkema

Info: www.hummelinckstuurman.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden