Nog steeds stopt er een stoomtrein in Valkenburg

Te voet doorkruiste wandelpionier Jacobus Craandijk heel Nederland. Zijn verre achterneef Flip van Doorn treedt in de voetsporen van de wandelende dominee, deze week in de omgeving van Valkenburg.

Het vruchtbaar golvend terrein van Zuid-Limburg. Hij komt er graag, Jacobus Craandijk, dat lijdt geen twijfel. Maar de overvloed aan wandelmogelijkheden in de landstreek 'zoo gansch anders dan die, waaraan wij gewoon zijn' maakt het hem ook lastig. Waar hij normaal gesproken vastberaden zijn weg gaat, recht op zijn doel af wandelt en duidelijk voor ogen heeft wat hij zijn lezers wil laten zien, lijkt hij in Valkenburg een kind in een snoepwinkel. In het tweede deel van zijn 'Wandelingen' beschrijft Craandijk hoe hij 'voor een verblijf van eenige dagen' in het stadje aan de Geule neerstrijkt. Zijn lezers nodigt hij uit hem 'op enkele wandelingen in den omtrek te vergezellen', maar hij doet meer dan wandelen alleen. De kasteelruïne bezoekt hij, al is het maar om heerlijk uit te kunnen weiden over de geschiedenis van het stadje. Aansluitend is er slechts tijd voor een ommetje via het nabijgelegen Sibbe. De wandeling naar Oud-Valkenburg combineert hij met bezoekjes aan de kastelen Schaloen en Genhoes en met de klim naar de Kluis op de Schaesberg. De Geule kunnen zijn lezers dan nog wat opwaarts volgen tot de twintig huizen waaruit het dorpje Schin-op-Geul bestaat. Vervolgens neemt hij de wandelstaf op voor een tocht via Houthem naar Geulem en terug over Bergh-Terblijt en Veldt, en laat zich rondleiden door de Valkenburghergrot. En dan nog verzucht hij dat menig wandeling ongedaan blijft: 'daar zijn nog aren genoeg te lezen, die achterbleven op den rijken akker'.

Het is niet eenvoudig om uit dat geheel van korte tochtjes, heen-en-weertjes en losse bezoeken een hedendaagse wandeling in de voetsporen van Jacobus Craandijk samen te stellen. Zoals overal vergalt ook rond Valkenburg het asfalt een deel van het wandelplezier dat de dominee nog wel mocht genieten, tegelijkertijd zijn een paar van de aren die achterbleven op de rijke Limburgse akker het oppakken waard. Zo verbaast het mij dat Craandijk het Gerendal nooit bezocht heeft. Zou niemand hem op het bestaan ervan hebben gewezen? Of was het zomaar een vallei waar wat keuterboertjes woonden en werkten en had simpelweg niemand oog voor het ongekende natuurschoon?

Zou ik werkelijk het gevoel van 1875 willen oproepen, dan kan ik nog altijd met de stoomtrein aankomen op hetzelfde station waar Craandijk uitstapte. De kleine, donkere lindenlaan zou ik moeiteloos herkennen, evenals de watermolen. De stadsmuur is er niet meer, ook de muur rond de kerk is geslecht. Maar tegenover het oude raadhuis, nu streekmuseum, staat nog altijd 'een der middelpunten van het gezellig leven, het Hôtel l'Empereur'.

In het toeristische stadshart van Valkenburg is het leven mij net iets te gezellig. Langs de herstelde Berkelpoort, over de trappen naar de kasteelruïne, loop ik snel de stad weer uit tot ik terechtkom op een holle weg, onverhard, diep uitgesleten, die even verder overgaat in de Heunsbergseweg naar Sibbe. Daar kost het geen enkele moeite me in te beelden hoe de ossenwagen die Craandijk beschrijft voorzichtig de helling komt afdalen. Een paar stappen buiten het pretpark waartoe Valkenburg is verworden, lijkt Zuid-Limburg weer op een litho uit de negentiende eeuw.

Graag zou ik hebben gelezen wat de predikant noteerde over het Gerendal, maar hij heeft er waarschijnlijk nooit een stap gezet. Ter compensatie probeer ik zelf maar een 'Craandijkje' als de vallei zich voor mijn oog uitrolt "gelijk een bontgekleurde deken van lappen. Waar het koren vriend'lijk wuift op de vruchtbare mergelgrond en de hagen van meidoorn en sleedoorn den wandelaar begeleiden op zijn togt. Waar in de meimaand de soldaatjes in het gelid staan te midden van andere orchideeënsoorten en het geblaat der schapen vrolijk weergalmt tusschen de fruitbomen". Waar Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Het Limburgs Landschap akkers laten verwilderen, hellingbos kappen en kalkgraslanden maaien om ideale leefomstandigheden te creëren voor de rijkdom aan zeldzame bloemen die het dal siert.

Voorbij de kastelen Schaloen en Genhoes volg ik het pad langs de drie beeldjes naar de Kluis op de Schaelsberg. Tot mijn verrassing wordt ook voor mij de deur geopend door 'een man in de kracht zijns levens'. Hij stelt zich voor als Peter Deguelle. "De tegenwoordige kluizenaars zijn gidsen", glimlacht hij. De tegenwoordige kluis heeft een rijtje zonnepanelen staan op de plaats waar de kluizenaars vroeger hun groenten verbouwden, maar de gastvrijheid is als in de dagen van Craandijk. "Eens even kijken, toen jouw oudoom langskwam woonde Hendrik Weerts hier." De wandelstaf van kluizenaar Weerts hangt aan de wand, zijn stoel staat ernaast. Vanaf een grofkorrelige foto kijkt hij ons aan. Deguelle verhaalt honderduit over de heremieten op de Schaelsberg. Als ik hem 'bij 't heengaan een gift in de hand laat vallen' krijg ik weliswaar geen zegen mee, maar wel een boekje waarin de geschiedenis van de Kluis staat beschreven. Naar Valkenburg daal ik af door 'het heerlijk deel der schepping Gods' dat zich voor mij ontrolt. "Daar ginds op den bergtop sluimert de ruïne in het zonlicht en droomt het stadje aan zijn' voet te midden van de ruime valle."

Dit is aflevering 2 van een achtdelige serie. Kijk voor de routebeschrijving en het kaartje op www.jacobuscraandijk.nl.

Wandelpionier

Tussen 1874 en 1888 trekt Jacobus Craandijk te voet door Nederland. In zwierige stijl beschrijft hij zijn tochten en de acht delen van zijn 'Wandelingen door Nederland' met pen en potlood worden een standaardwerk voor wandelliefhebbers. Als reisjournalist en auteur Flip van Doorn ontdekt dat Craandijk een verre oudoom van hem is, verdiept hij zich in het oeuvre van 'de wandelende dominee' en belandt daarmee in een tijd waarin de wandelsport nog in de kinderschoenen staat. Jacobus Craandijk blijkt de oudoom van alle wandelaars.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden