Nog steeds niet klaar

De Hongaarse Ata Kando was in de jaren vijftig een van de belangrijkste reportagefotografes in Nederland. Daarnaast maakte zij modefoto's voor de Franse modehuizen en van Indianen in het Amazonegebied. Na 23 jaar is ze terug in Nederland. ,,Dat mijn naam altijd in verband wordt gebracht met Ed van der Elsken, daar heb ik mee leren leven.'

,,Het was een sprookjesboek dat ik samen met mijn kinderen tijdens een vakantie in Oostenrijk heb gemaakt. Het werd in 1957 uitgegeven en is nu een collector's item. Er was toentertijd veel over te doen, boekhandels wilden het niet verkopen. De foto's zouden volgens sommigen door hun erotische lading aanstootgevend zijn.'

Aan de muur hangt een van haar laatste foto's, genomen bij een kinderboerderij. ,,Uren kan ik naar beesten kijken', zegt Ata Kando (89) in haar appartement in Bergen, Noord-Holland. ,,Ik voel me hier heel gelukkig.' De Hongaarse fotografe woonde in Frankrijk, de Verenigde Staten en Engeland, en is nu terug in Nederland, ,,Ik mis mijn familie, maar dankzij e-mail heb ik contact met iedereen.'

De foto's aan de muur laten een rondgang langs kinderen en kleinkinderen zien: de eerste stapjes van haar zoon Thomas, inmiddels 61. De tweeling Juliette en Madeleine, nu 59, toen als kleuters. Ze dragen identieke schortjes, eentje heeft een losgetornd naadje. ,,Ik werd gezien als een slechte moeder, voor verstellen had ik nooit tijd. Ik was altijd aan het fotograferen.'

Tussen de zwart-witfoto's hangt ook een kleurenfoto van de tweeling in een interieur dat gedomineerd wordt door werk van Karel Appel. ,,Die foto is in 1955 genomen in ons huis in Amsterdam. Geld om opnieuw te behangen hadden we niet. Karel heeft toen de kamers van de kinderen gedecoreerd.'

Samen met haar tweede echtgenoot Ed van der Elsken en kinderen verhuisde Kando van Parijs naar Nederland. ,,Ed was tien jaar jonger dan ik. Wij hebben vier jaar samengewoond, in 1954 zijn we getrouwd. Dat mijn naam altijd met hem in verband wordt gebracht, daar heb ik mee moeten leren leven. Zo erg is dat nou ook weer niet. Hij heeft de mooiste foto's van mij en mijn kinderen gemaakt. En ik van hem.'

,,Ik was gescheiden van mijn eerste man Gyula Kando, had drie kinderen en een baan bij het fotocollectief Magnum. Ik was, zoals ze dat noemden, redactrice de laboratoire. Dat betekende dat ik voor een laag salaris heel hard moest werken. Om de reportages af te werken van Cartier-Bresson, Werner Bisschof, Robert Capa en Ernst Haas.'

Ata Kando zag Van der Elsken voor het eerst in de donkere kamer van Magnum. ,,Daar ben ik verliefd geworden op Ed. En hij op mij. Hij was pas 25 toen we elkaar ontmoetten.' Van der Elsken vertelt over die ontluikende liefde in zijn boek 'Parijs! Foto's-1950-1954': 'Ik huurde een kleine kamer in de Rue des Martyrs in Pigalle waar ik weldra Ata Kando heen lok, de prachtige Hongaarse divorcée die ik bij het olijfgroene vergrotingslicht menig verleidelijk zinnetje in de willige oren had gefluisterd.' Kando over die periode: ,,Ik vond hem geweldig. Hij was zo aardig en zo vrolijk. Hij was heel goed met de kinderen, bracht de meisjes naar balletles. Veel later werd hij egocentrisch en autoritair. Ed heeft heel hard moeten werken om alles wat hij in zich had tot bloei te laten komen. Kort na de verhuizing naar Nederland zijn we uit elkaar gegaan.'

Zowel Van der Elsken als Kando werden opgenomen in het fotografenvakverbond van de Gebonden Kunstenfederatie, de GKf. Met Emmy Andriesse, Eva Besnyö, Maria Austria en Violette Cornelius was Kando een van de belangrijkste reportagefotografes in Nederland. Op eigen initiatief maakten zij en Cornelius in 1956 een boek over Hongaarse vluchtelingen. Tien dagen fotografeerden zij de vluchtelingenstroom aan de Hongaars-Oostenrijkse grens. De opbrengst, het voor die tijd astronomische bedrag van 250000 dollar, was bestemd voor de opvang van de kinderen.

Uit het werk van Kando spreekt betrokkenheid bij haar onderwerpen. ,,Waar ter wereld ik ook ben, als ik niet fotografeer heb ik het gevoel dat ik mijn tijd verdoe. 'Droom in het woud' is een sprookjesboek dat ik samen met mijn kinderen tijdens een vakantie in Oostenrijk heb gemaakt. Het werd in 1957 uitgegeven en is nu een collector's item. Er was toentertijd veel over te doen, boekhandels wilden het niet verkopen. De foto's zouden volgens sommigen door hun erotische lading aanstootgevend zijn. Een kind in korte broek? Daar kan ik nog boos om worden. Als de kinderen een hekel hadden om Grieks of Latijn te leren, verzon ik daar wat op. Zo hebben Thomas en ik een eigen versie van de 'Odyssee' gemaakt tijdens een vakantie in Italië.'

Dat Kando ging fotograferen, was aanvankelijk niet de bedoeling. ,,Op de kunstacademie in Boedapest studeerde ik toegepaste kunsten. Met mijn eerste echtgenoot ging ik naar Parijs. We deden mee aan een ontwerpwedstrijd en wonnen een 6 x 9 camera. Toen ontdekte ik, dat ik met fotografie meer kon bereiken.'

In opdracht maakte zij foto's de modehuizen Dior en Schiaparelli. Haar eerste reis, in 1961, naar de Indianen van het Amazonegebied resulteerde in een fotoboek. ,,Ik heb, ondanks mijn leeftijd, nog steeds het gevoel dat ik niet klaar ben. Ik zou nog veel meer boeken willen maken.'

Kando komt uit een familie van schrijvers en vertalers. Van oorsprong waren haar voorouders joods. ,,Mijn grootvader heeft zich bekeerd tot het katholicisme. Niet dat dat Hitler iets uitmaakte. Toen de moffen in 1940 Frankrijk bezetten, vertrokken wij tegen wil en dank naar Hongarije. Het was vreselijk om eerst te leven onder de nazi's en daarna onder de terreur van de Russen. Ik heb mij met een vriendin moeten verstoppen in een hooiberg, terwijl de kinderen verderop zaten. Alleen. Ik had hen op het hart gedrukt muisstil te zijn. Het enige dat voor mij telde, was de veiligheid van mijn kinderen. Uiteindelijk werden wij ontdekt en verkracht. lk was zo bang dat de kinderen ons zouden horen. Achteraf hebben we geluk gehad. Alleen mijn zusje heeft het niet overleefd. Er is geen Hongaarse familie die niet een dierbare verloren heeft.'

,,Na de oorlog gingen we, zo gauw het mogelijk was, terug naar Parijs. Bij aankomst bleek de ravage enorm. In de kelder van de Sorbonne hadden we mijn camera verstopt. Die was weg. Ons huis was leeggeroofd. Oorlogsfotograaf Robert Capa was een goede vriend en heeft ons in die tijd bijgestaan. Hij heeft mij een camera gegeven. Mijn man verdiende als kunstschilder geen cent en wilde liever terug naar Hongarije. Daarmee was onze scheiding een feit.'

Terugkeer naar Hongarije is nooit een optie geweest voor Kando. ,,Onlangs vroeg iemand mij waarom niet. lk heb er geen zin in. Te veel negatieve herinneringen. Ik ben bang voor de confrontatie. Daar is het leven goedkoper, maar er is geen hulp zoals hier. Daar staat tegenover dat ik in Hongarije beroemd ben: drie jaar geleden werd een expositie met mijn overzichtswerk geopend door de president. Maar als ik daar ben, voel ik me nog verder verwijderd van mijn kinderen. Ik voel me in Nederland niet geïsoleerd. Het is een goede keus geweest.'

'Zij die bleven/zij die gingen', Gemeentemuseum Helmond, t/m 16 juni: 20ste-eeuwse Hongaarse fotografie, met werk van onder anderen Ata Kando, Eva Besnyö, André Kertész, Robert Capa, Lászlo Moholy-Nagy en György Kepes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden