Column

Nog nooit eerder werd ik zo structureel genegeerd

null Beeld Peter de Krom
Beeld Peter de Krom

Schrijfster Maartje Wortel buigt zich in Tijd over (on)alledaags ongemak. Misschien helpt het een hond te nemen om te leren hoe je met mensen omgaat, denkt ze. Zoals met een plotseling dagenlang zwijgende huisgenote.

In een interview met een hondentrainer las ik dat er grofweg drie manieren zijn om een hond op te voeden. 1. De hond mag alles. 2. De hond mag niets. 3. Er wordt geluisterd naar de behoefte van de hond. De hond moet leren luisteren naar de baas, maar de baas moet ook naar de hond leren luisteren. De hondentrainer vertelde dat veel mensen een hond in huis halen voordat ze een kind nemen en dat de manier van opvoeden vaak overeenkomt. Mag de hond alles, dan mag het kind ook alles. Et cetera.

Na het lezen van dit artikel wist ik zeker dat ik geen kind moest willen.

Ik pas weleens op de hond van een vriendin. Ik probeer invloed uit te oefenen. Ik zeg zo streng mogelijk: “Zit”, maar de hond gaat nooit zitten. Dat komt geloof ik doordat het dier voelt dat het mij uiteindelijk niet zoveel uitmaakt of het gaat zitten of niet.

Rotzooi en luisteren

Over het algemeen vind ik het onprettig als een levend wezen te veel naar een ander levend wezen luistert. Ik bedoel dit niet in de letterlijke zin van het woord: natuurlijk is het fijn als iemand luistert als je iets aan het vertellen bent, maar ik heb het over een bepaalde vorm van macht en hiërarchie; dat een ander gaat bepalen hoe je je moet gedragen. Ik geef toe dat dit soms nodig is, anders wordt het een rotzooi, maar dan denk ik weer: wat is er mis met rotzooi?

Dat ik op deze manier ben gaan denken is uiteraard de uitkomst van mijn eigen opvoeding. Ik kijk naar het model van de hondentrainer. Ik vermoed dat mijn ouders mij via punt drie hebben proberen op te voeden, daarin gefaald zijn, en dat ik dat zelf met mijn dwangmatige karakter heb weten om te buigen tot punt één. Het probleem daarmee is natuurlijk dat je niet echt verder komt. Vroeger gooide ik bijvoorbeeld gewoon mijn fiets van me af en ging in het gras zitten als ik geen zin meer had om door te fietsen. Onmogelijk gedrag. Als je alles mag of denkt te mogen, hoef je nooit naar iemand te luisteren. Als je nooit naar iemand luistert, ben je misschien autonoom, maar maak je ook niet zo gauw wezenlijk contact.

Als je contact met een ander wilt, kom je automatisch uit bij punt drie: elkaar voorzien in wederzijdse behoeften. Of, zoals Nina Simone het zou zeggen (zingen): ‘You’ve got to give a little, take a little’ (and let your poor heart break a little). Nu woon ik in een woongroep. Niet zozeer omdat het idee van een woongroep me per definitie aanstaat, maar omdat mijn leven zo gelopen is en ook omdat ik niet genoeg geld heb.

De woongroep bestaat uit een lange gang met twee badkamers en één keuken. Aan (of in) de gang wonen vier mensen. We hebben allemaal een eigen woning, maar delen ook van alles. Om er geen complete chaos van te maken, moeten we afspraken maken. Zoals je dat ook moet binnen in een gezin, met vrienden, op straat, of op de werkvloer.

Negeren

Nu is één van de bewoners van de ene op de andere dag gestopt tegen mij te spreken. Ze zegt werkelijk niets meer. Ik heb geen idee waarom.

Ik groet haar elke ochtend; geen reactie. Ik kijk haar in haar ogen; ze kijkt weg. Ze loopt langs mij heen, alsof ik niet besta. Soms doe je een ander iets aan zonder dat je door hebt hoe dat zo gekomen is, misschien heb ik haar gekwetst zonder dat ik het doorhad. Ik heb haar een paar keer in haar gezicht gevraagd of ze alsjeblieft iets tegen me wil zeggen. Wat er mis is. Of ik haar iets misdaan heb. Waarom ze me niet groet. Ze blijft zwijgen en kijkt door me heen, alsof ik lucht ben. Ze wil mij kennelijk laten voelen dat ik niets voor haar ben, dat ik geen betekenis draag.

Misschien moet ik me daarbij neerleggen. Nog nooit eerder werd ik zo structureel genegeerd. Zo voelt het dus om niet gezien te worden; veel beter is het als er iemand tegen je schreeuwt, dan is er in elk geval een vorm van contact, ruziemaken is ook een manier om samen te komen.

Ik herinner me dat mijn tante mij dikwijls op het schoolplein op stond te wachten. De tante is psychisch niet helemaal gezond, om het netjes uit te drukken. Ze stond na schooltijd mijn naam te schreeuwen bij het hek voor de school. Als andere kinderen vroegen wie die vrouw was, haalde ik mijn schouders op. “Geen idee”, zei ik.

Daar schaam ik me nu voor. Dat ik niet naar haar geluisterd heb. Dat ik iemand ben die heel vaak niet geluisterd heeft.

Misschien had mijn huisgenoot daar simpelweg genoeg van. Misschien moet ik haar zeggen: Ik heb je gehoord. En daarna kunnen we misschien een hond nemen, om wat bij te leren.

Lees ook: Niemand heeft me verteld hoe dat moet, loslaten

Waarom betekent leven automatisch loslaten en waarom leert niemand hoe dat moet? Dat vraagt schrijfster Maartje Wortel zich in deze column af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden