Review

Nog niet de helft van wat hij gezien had

Welke klassiekers moeten we in de 21ste eeuw nog lezen? Deze maand haalt het kanon vier grote ontdekkingsreizigers van stal. Om te beginnen Marco Polo, de Venetiaan, die in de dertiende eeuw het Verre Oosten bereist en daarvan als eerste Europeaan verslag doet. De grootste ontdekkingsreiziger van de Middeleeuwen.

Vlak voor zijn dood, in januari 1324, zaten vrienden aan het ziekbed van de toen zeventig jaar oude Marco Polo, en drongen er bij hem op aan toch enkele van de in hun ogen uiterst boude beweringen in zijn boek terug te nemen. Lag hij immers niet op sterven en zou er dan geen vrede in zijn ziel moeten zijn? Zijn antwoord luidde: ,,Ik heb nog niet de helft verteld van wat ik heb gezien'. Dat komt niet meer goed, moeten zijn vrienden hebben gedacht, en begroeven hem in de kerk van San Lorenzo.

Zo adembenemend en ongelooflijk waren blijkbaar zijn verhalen, zo bizar groot de cijfers en aantallen die hij noemde - steden met meer dan anderhalf miljoen mensen en legermachten van honderdduizenden ruiters - dat Marco Polo al tijdens zijn leven ook wel gekscherend 'Marco van de miljoenen' werd genoemd. En er na zijn dood in de Venetiaanse carnavalsoptochten altijd wel een clown meeliep die de omstanders vermaakte met grappen en grollen én sterke verhalen.

Wie kon in de donkere jaren van onze Middeleeuwen nu geloven dat de mensen in China papiergeld gebruikten en zwarte stenen tot brandstof hadden, en dat er noten bestonden zo groot als een mensenhoofd? Maar de Ming-dynastie kénde inderdaad papiergeld; de zwarte stenen bleken kolen en de grote noten kokosnoten. Het heeft lang geduurd voor Marco Polo de lof kreeg die hem toekwam, en ontdekkingsreizigers uit de 18de en 19de eeuw de meeste van zijn waarnemingen bevestigden.

Marco Polo was zeker niet de eerste 'ontdekkingsreiziger' die oostwaarts trok. De franciscaan Giovanni Piaono Carpini, die in april 1245 uit Lyon vertrok, ging hem voor en bereikte in juli 1246 Karakoroem, de keizerlijke hoofdstad der Mongolen of Tartaren. Die viel daar met de neus in de boter omdat de Tartaren net bezig waren een Kuriltai te houden, een vergadering waar zo'n 4000 edelen de nieuwe Grote Khan moesten kiezen die daarna de troon in de Gouden Horde (de keizerlijke tent) zou bestijgen.

Willem van Rubroek uit Vlaanderen, ook al een franciscaan, bereikte eind 1253 de Gouden Horde, toen die in Kazachstan stond en reisde met de Khan mee naar Karakoroem. Beide mannen hadden van de paus en vorsten in Europa opdracht gekregen te informeren of de Khan misschien tot het christendom te bekeren zou zijn en zijn Tartaarse legioenen zou kunnen inzetten tegen de 'gezamenlijke vijand', de islam. En zeker moest voorkomen worden dat de nazaten van dé grote Mongoolse veldheer, Djengis Khan, die in het eerste kwart van de dertiende eeuw een compleet wereldrijk bij elkaar had veroverd en de Europese vorsten de angst om het hart joeg, weer op oorlogspad naar het Westen togen.

Vóór Marco gingen ook zijn vader en zijn oom, Nicolo en Matteo Polo, kooplieden en juwelenhandelaars. Zij bereikten na vier jaar reizen in 1264 het Chinese Peking, inmiddels door de Grote Khan veroverd en tot residentie verheven. Koeblai Khan, een kleinzoon van Djengis, stuurde hen terug met een boodschap voor paus Clemens IV, waarin hij onder meer vroeg om honderd priesters en geleerden om zijn Tartaren te onderwijzen.

Na een terugreis van drie jaar bereikten ze in 1269 Acre (het huidige Akko in Noord-Israël) om daar te horen dat de paus al een jaar dood was en de kardinalen nog geen nieuwe hadden gekozen. Nicolo's vrouw was ook gestorven, en had een zoon achtergelaten, Marco, toen vijftien jaar oud. Na twee jaar was er nog geen paus en besloten de broers terug te gaan naar China en Marco mee te nemen. Al op weg hoorden ze dat er toch een nieuwe paus was, van wie ze alsnog gezanten werden, en twee priesters meekregen, die er overigens snel vandoor gingen. Niks honderd geleerden dus om de Tartaren te onderwijzen.

Het duurde drieënhalf jaar voor de Polo's opnieuw (mei 1275) Peking en Koeblai Khan bereikten en het mag een wonder heten dat ze nog in leven waren. ,,Dit is uw dienstknecht en mijn zoon', zei Nicolo over Marco tegen de Khan. In die volgorde en dat tekende de verhoudingen. De toen 21-jarige Marco bleef zeventien jaar bij Koeblai Khan. Maar hij was niet zomaar een dienstknecht. Hij werd een van de belangrijkste gezanten van de Khan en maakte vele en lange reizen door zijn onmetelijke rijk. En deed daarvan verslag aan de Khan en later, inderdaad als eerste Europeaan, in zijn boek dat hij, tijdens zijn gevangenschap in Genua, dicteerde aan een medegevangene, de uit Pisa afkomstige Rusticien.

Verhalen die soms gortdroge opsommingen zijn van aantallen mensen, welk geloof ze aanhangen, wat ze doen voor de kost, hoe arm/rijk ze zijn, en vooral of er wat te handelen valt. Per slot van rekening bleef hij koopman. Maar ook prachtige verhalen over, zeker voor de Europeanen van die tijd, bizarre zeden en gewoonten, gigantische veldslagen, schitterende steden, enorme woestijnen en een fabelachtige dierenwereld. Verhalen waarvan je begrijpt dat de Venetianen ze zomaar niet konden geloven, maar ook verhalen die nog immer de moeite van het lezen waard zijn. En vaak zo kort samengevat dat hij inderdaad 'nog niet de helft vertelde van wat hij heeft gezien'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden