Nog maar één Koninklijk Zigeunerorkest Tata Mirando

Voortaan is er nog maar één orkest dat zich het Koninklijk Zigeunerorkest Tata Mirando mag noemen. Na een jarenlange bittere strijd in de familie Weiss heeft het Nederlands Arbitrage Instituut het Salomonsoordeel geveld. Alleen Adolf Weiss en de zijnen mogen zich blijven tooien met de naam waarmee oprichter Joseph Weiss zijn zigeunerorkest in 1947 tooide. Meisel Weiss zal voor zijn 'Tata Mirando-orkest' een andere naam moeten bedenken.

BIJDRAGE: ANITA LOWENHARDT

De 'concurrenten' Adolf en Meisel Weiss zijn broers; beiden zijn zoons van oprichter Joseph Weiss. Deze achtte zes van zijn zoons muzikaal genoeg om permanent in zijn orkest mee te spelen. Adolf was daarbij, Meisel zou slechts af en toe hebben mogen invallen.

Het zigeunerorkest werd in de jaren vijftig zeer populair, met name in studentenkringen en zelfs op Soestdijk. Dat leidde ertoe dat 'Tata Mirando' het verlovingsfeest van prinses Beatrix mocht opluisteren.

In 1967 overleed Joseph en nam zijn zoon Morschi het orkest over. Voordat Morschi in 1992 stierf, wees hij zijn jongere broer Adolf als orkestleider aan. En toen begon de vete. Broer Meisel leidde toen al enige tijd een tweede Mirando-orkest. Dat had nooit problemen gegeven: de twee groepen duldden elkaar, men was tenslotte één familie. Maar tussen Adolf en Meisel boterde het niet en er ontstonden twee kampen.

Adolf was ervan overtuigd dat hij de enige ware opvolger van oprichter Joseph was, omdat hij door diens opvolger Morschi als orkestleider was aangewezen. Meisel claimde het juridisch eigendom van de naam Tata Mirando, omdat hij die naam in 1989 had gedeponeerd bij het Benelux-merkenbureau.

Adolf en de zijnen begonnen de groep-Meisel van broodroof te beschuldigen. Meisel zou klanten hebben afgetroggeld, onder de prijs werken, adreswijzigingen versturen op naam van Adolf (met als nieuw adres dat van Meisel) en beweren dat zijn orkest kind aan huis was bij het koninklijk paleis, terwijl alleen Adolfs orkest daar welkom was.

Rechtszittingen volgden. Bij de eerste liet Adolf tal van prominenten als getuigen opdraven. Zoals mr. B. J. Asscher, oud-president van de Amsterdamse rechtbank - zwager van de overleden Morschi Weiss - en schrijver-beeldend kunstenaar-violist Armando, die regelmatig optreedt met het orkest van Adolf.

Bemiddeling leidde ertoe dat Meisel en de zijnen in oktober vorig jaar hun eis tot exclusief gebruik van de naam Tata Mirando introkken. Het Nederlands Arbitrage Instituut heeft de zaak nu bezegeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden