Nog maar 29 lichamen hebben hun naam terug

Zaterdag precies twee jaar geleden verdronken honderden migranten voor de kust van Lampedusa. Op Sicilië wordt nu gewerkt aan minutieus onderzoek dat de lichamen van omgekomen vluchtelingen weer een naam moet geven.

Sicilianen houden van uitbundige graven. Op het kerkhof van Catania zijn dode dierbaren omringd door felgekleurde plastic bloemen, Mariabeelden, bloeiende planten, zwart marmer en nepkaarsjes. Er zitten gouden engelen op de graven en bijna overal staan portretfoto's van de overledenen. Maar in een hoek van de enorme begraafplaats, achterin, is een veldje waar helemaal niets uitbundig is. Er groeit alleen onkruid onder een verdorde palmboom. Hoopjes aarde geven prijs dat hier kort geleden 49 mensen zijn begraven. Het zijn Afrikaanse mannen voor wie de boottocht naar Europa fataal is geweest.

Tussen de graven iets verderop veegt een kleine man met een bezem bladeren weg. Hij vindt het helemaal niks, die buitenlanders hier. Hun graf heeft de gemeente vast veel geld gekost, terwijl veel inwoners van Catania een lening moeten afsluiten om een begrafenis te kunnen betalen, moppert hij. "Die buitenlanders zouden in hun eigen land moeten worden begraven."

Misschien gaat dat ooit gebeuren, maar de kans daarop is erg klein. Want de meeste migranten die Zuid-Italië in een lijkzak bereiken, wacht anonimiteit in een Siciliaans graf. En er worden hier sinds een paar jaar nogal wat lijken aan land gebracht. In oktober 2013 bijvoorbeeld, sloeg een afgeladen smokkelboot vlakbij het eilandje Lampedusa om en werden 368 lichamen geborgen. Sindsdien zijn er nog eens 382 levenloze lichamen vanuit zee naar Sicilië gebracht.

De migranten zijn her en der op het heuvelachtige eiland begraven. Van veruit de meesten is onbekend wie ze zijn, waar ze vandaan komen en waar hun nabestaanden wonen. Mensensmokkelaars doen immers niet aan passagierslijsten. De Italiaanse autoriteiten spannen zich wel in om de doden hun identiteit terug te geven, maar dat blijkt buitengewoon moeilijk en tijdrovend.

undefined

Tatoeages en tanden

De 49 Afrikaanse mannen op de begraafplaats van Catania zijn eind augustus op volle zee in het onderruim van een smokkelboot dood aangetroffen. Ze waren gestikt. De bemanning van een Noors schip haalde de lichamen aan boord en heeft ze naar Catania gebracht. Daar zijn ze overgedragen aan Giusi Neri, een kordate vrouw die in deze stad de forensische politie leidt. Ze moest vol aan de bak. "Zoveel doden, het leek wel oorlog", verzucht ze in haar werkkamer in het hart van de lawaaierige havenstad.

Dagenlang is de forensische politie samen met de patholoog-anatoom bezig geweest om lijk voor lijk te bestuderen en er zoveel mogelijk informatie over te documenteren. Ze hebben DNA en vingerafdrukken afgenomen. Ze hebben honderden details genoteerd en gefotografeerd: de vorm van het gezicht, de lengte van de neus, de kleur van de ogen, de lengte van het haar, de kleur van de huid, de vorm van de oren en wenkbrauwen, de afmetingen van de mond, de vorm van de tanden en kiezen, de vorm van de kin, de geschatte leeftijd, de lengte, het soort en het merk kleding, een eventuele tatoeage, een eventueel litteken, een eventuele botbreuk, de sporen van een eventuele chirurgische ingreep. Ook horloges, kettingen, ringen en armbanden zijn in de dossiers opgenomen, net als spullen die in broekzakken zaten: telefoonopladers, bankbiljetten, foto's, simkaarten. Elk lichaam krijgt een persoonsdossier met een nummer.

Voordat de enorme zoek- en reddingsoperaties van eerst Italië (onder de naam Mare Nostrum) en nu de Europese Unie (Triton) in het Kanaal van Sicilië waren begonnen, kreeg de kleine blonde Neri bijna uitsluitend vermoorde maffiosi op de autopsietafel. Nu heeft ze, net als haar collega's in andere Siciliaanse havensteden, te maken met veel uit zee geviste, onbekende migranten - identiteitspapieren zijn in de golven verdwenen, lichamen aangevreten door vissen, gezichten vervaagd door een lang verblijf in het zeewater - en is de werkpraktijk op dit eiland aan het veranderen. De uitgebreide en specifieke documentatie moet het mogelijk maken dat al deze doden vroeg of laat een naam krijgen en dat ouders, echtgenoten, zussen en broers zekerheid krijgen over het lot van hun vermiste familieleden.

undefined

Databank

Een van de drijvende krachten achter de nieuwe werkwijze is een vrouw die duizend kilometer noordelijker werkt. Professor Cristina Cattaneo is de directrice van Labanof, het laboratorium voor forensische antropologie en odontologie van de Universiteit van Milaan. Ze is een ervaren patholoog-anatoom en als consulent in de arm genomen door Vittorio Piscitelli, de Commissaris voor Vermiste Personen die kantoor houdt in Rome. Zij kwam in actie na de tragedie bij Lampedusa, zaterdag precies twee jaar geleden. De autoriteiten kwamen toen met een overweldigend aantal van 197 ongeïdentificeerde lijken te zitten - de andere doden waren geïdentificeerd door familie en vrienden die op dezelfde boot zaten. Cattaneo en Piscitelli vonden dat er iets moest worden ondernomen om nabestaanden op de hoogte te kunnen stellen.

Vóór en vlak na die scheepsramp was het voor mensen die het sterke vermoeden hadden dat hun familieleden tijdens de overtocht waren gestorven bijna onmogelijk om erachter te komen of dat inderdaad zo was, en zo ja: of die zijn geborgen en begraven. De procureurs, pathologen-anatomen en forensische politie op het eiland volgden niet allemaal hetzelfde protocol. Door gebrek aan tijd, geld en belangstelling werd lang niet altijd DNA van dode migranten afgenomen. Nabestaanden die in Italië kwamen zoeken, klaagden dat ze totaal vastliepen in de stroperige en rommelige bureaucratie en bovendien tegen een taalbarrière botsten. Hulporganisaties leverden genadeloze kritiek. De gegevens over de dode migranten kwamen nergens samen en waren nauwelijks toegankelijk.

Daar komt nu heel langzaam verandering in. Commissaris Piscitelli en professor Cattaneo zijn een aparte databank aan het opzetten. Ze hebben een protocol opgesteld dat alle procureurs, gerechtsartsen en politiemensen dienen te volgen.

Alle documentatie over ongeïdentificeerde migranten zou in die databank op het kantoor van Piscitelli terecht moeten komen. Die is nu nog lang niet compleet. "Niet iedereen is van het belang van de nieuwe praktijk doordrongen. Als ik in de krant lees dat er in Messina of Palermo lichamen aan land zijn gebracht, moet ik daar nog wel eens de procureur bellen om hem eraan te herinneren de gegevens naar me op te sturen", erkent de kalme commissaris in zijn kantoor aan de Romeinse Via Cavour. "Het is organisatorisch allemaal niet makkelijk", voegt Cattaneo er over de telefoon vanuit Milaan aan toe.

Nadat alle bruikbare informatie over de slachtoffers van de ramp bij Lampedusa door Cattaneo was gecatalogiseerd, is Piscitelli vorig jaar met de zoektocht naar nabestaanden begonnen. Dat zijn vooral Eritreeërs en Syriërs. Hij heeft Italiaanse ambassades en hulporganisaties als het Rode Kruis, de Internationale Organisatie voor Migratie en Amnesty International over zijn databank ingelicht.

undefined

Nabestaanden

Wanneer zoekende mensen zich bij hen melden, kunnen ze naar zijn kantoor worden doorverwezen. Voor vermoedelijke nabestaanden organiseert Piscitelli bijeenkomsten in Milaan, waar tolken en psychologen bij zijn. Nabestaanden bekijken de dossiers - ze herkennen misschien een gezicht, een ring, een kledingstuk, een gouden tand - en geven als het nodig is DNA af. Ze moeten zelf zoveel mogelijk informatie over hun vermiste broer, tante, zoon of nicht meenemen; foto's, met name die van gebitten, kunnen doorslaggevend zijn.

Een Eritrese tolk die op het kantoor van Piscitelli werkt en laatst op zo'n bijeenkomst was, vertelt over een landgenote die uit Londen was overgekomen. De jonge vrouw was in 2013 samen met haar broer via Soedan naar Libië gereisd. Eenmaal klaar voor de oversteek was er nog maar één plek op de boot beschikbaar. Zij wilde dat hij eerst ging, hij wilde dat zij eerst ging. Uiteindelijk is zij op de boot gestapt, veilig in Italië aangekomen en doorgereisd naar Engeland. Hij is zeer waarschijnlijk vlak daarna bij Lampedusa verdronken. De vrouw wilde de foto's van alle doden zien, zelfs die van de lijken in ernstige staat van ontbinding. Ze was ervan overtuigd dat ze haar broer zou herkennen. Maar ze vond hem niet. De vrouw heeft haar DNA achtergelaten voor verder onderzoek.

Na zes bijeenkomsten hebben nog maar 29 van de 197 ongeïdentificeerde lichamen hun naam herkregen. Toch wil commissaris Piscitelli dat geen mager resultaat noemen. "Het is ontzettend moeilijk om nabestaanden te bereiken. Waar moeten we die vinden? En als we al in contact met ze komen, hebben zij lang niet altijd de mogelijkheid of het geld om naar Italië te komen. Soms wonen ze illegaal in Europa en durven ze niet te reizen. Voor mensen die in Syrië wonen, is het vanwege de oorlog onmogelijk om hierheen te komen."

Ondanks de duizend praktische problemen willen Piscitello en Cattaneo ook proberen om de naar schatting achthonderd migranten die in april met vissersboot en al naar de zeebodem bij Libië zonken te identificeren. "Het is onze morele plicht onze uiterste best te doen om iedereen te identificeren. Nabestaanden hebben daar recht op", meent Cattaneo. De Italiaanse marine is in juni begonnen de lijken naar boven te halen met behulp van een robot uit het scheepswrak, dat 370 meter onder het wateroppervlak ligt. Er zijn er tot nu toe 118 geborgen.

Cattaneo hoopt dat over een jaar de gegevens van alle dode migranten op Sicilië in de databank zitten. De 49 Afrikaanse mannen die op het kerkhof van Catania liggen, zouden zo in principe ook door hun familie kunnen worden gevonden. Nabestaanden kunnen dan op het veldje vol onkruid bloemen komen leggen, of hun familieleden in eigen land herbegraven.

undefined

2500 migranten overleefden het niet in 2015

Dit jaar zijn er 130.000 bootvluchtelingen in Zuid-Italië aan land gezet. De Internationale Organisatie voor Migratie schat dat 2500 migranten de overtocht vanuit Noord-Afrika niet hebben overleefd. De meesten zijn in de golven verdwenen. Een klein deel van de doden is geborgen en naar Sicilië gebracht.

De belangrijkste voorvallen:

9 februari: er worden op zee 29 migranten aangetroffen die zijn gestorven door de kou.

18 april: ongeveer 800 migranten verdrinken zo'n 100 kilometer uit de kust van Libië omdat hun overvolle vissersboot op weg naar Italië kapseist.

29 mei: er worden 17 doden op een rubberboot aangetroffen.

27 juli: op een boot met ruim 500 migranten worden 13 lijken gevonden.

17 augustus: de lichamen van 49 gestikte migranten worden naar Catania gebracht.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden