NOG IS DE OEKRANE NIET VERLOREN

Op zondag 27 maart 1994 vonden in de Oekraïne verkiezingen plaats voor het parlement. Nederland besloot waarnemers te sturen. Onder hen de politicoloog Hans Oversloot die deze zomer wederom naar de Oekraïne reisde. “Woensdag 3 augustus 1994. Charkov in de zomer is de geur van smeltend asfalt. De kakkerlakken in de flat van mijn vrienden zijn als vanouds actief. Nina, de lange, slanke vriendin van de filosoof, is op bezoek. De balkondeur staat open, het licht is uit vanwege de muggen. We praten over politiek.”

Op de lagere school leerde je al: je had in Nederland zand en klei, klei weer onder te verdelen in zee- en rivierklei, en in Zuid-Limburg had je iets bijzonders, daar had je löss. Behalve in Zuid-Limburg vond je die bijzonder vruchtbare gronden ook in Rusland, en met Rusland bedoelden ze ook de Oekraïne. Je steekt een stok in de grond en hij gaat groeien. Er komen appels en peren aan, zo maar.

Het is 1994, Gorbatsjov is finis, de Unie ontbonden en het GOS (nog) niet wat daarop lijkt. De Oekraïne is ruim tweeëneenhalf jaar een zelfstandige staat. In een referendum dat niet zal worden gehouden zou nu, vermoed ik, de meerderheid van de bevolking in het zuiden en oosten voor aansluiting bij Rusland kiezen. Het is wel mooi geweest zo. Rijkdom heeft de afzondering niet gebracht, wel irritatie. De politiek van Oekraïnisatie die onder president Leonid Kravtsjoek is gevolgd heeft van de Russisch-taligen geen trouwer burgers van de zelfstandige staat Oekraïne gemaakt. Te veel volkse hopsa-dansen op de Oekraiense televisie, boeken waarvoor je naar Moskou moet, een reis die duurder is dan hij was.

Of neem de universiteit van Charkov. Charkov, de vroegere hoofdstad van de Oekraïne, is overwegend Russisch-talig. Straatnaamborden voortaan in het Oekraiens is tot daar aan toe. Vroeger, maar nog niet zo heel lang geleden, had je daar, zoals aan elke instelling van hoger onderwijs, een afdeling die 'wetenschappelijk communisme' onderwees; voor alle studenten uiteraard, ook een bioloog of geoloog kon niet zonder. En vroeger, maar nog niet zo heel lang geleden, verklaarden de docenten van die afdeling in het Russisch waarom 'nationalisme' fout was en waarom het in de Sovjet-Unie niet meer voorkwam. Op die afdeling 'wetenschappelijk communisme' hebben zich sindsdien in Charkov en elders nauwelijks personele wijzigingen voorgedaan. Men doceert nu echter 'Oekraïne-kunde', weer als verplicht vak, want ook een filoloog of wiskundige kan niet zonder.

II

Het is juli 1994. Ik ben een jaar niet in het Oosten van de Oekraïne geweest. Dit keer maar wel een visum gekocht omdat ze naar het schijnt op het traject Moskou-Charkov controleren. Maar het is het bekende regiem. De trein staat een uur stil bij Belgorod, aan de Russische kant van de grens, en dan net over de grens weer een uur. Links en rechts bomen. Geen douane. Het verschil met een jaar geleden is dit: als de trein stilstaat komen uit het bos honderden jongens en meisjes en mannen en vrouwen om de reizigers hun waren aan te bieden, gekookte aardappels, zelfgemaakte worst, bier, mineraalwater, rauwe aardappelen, knoflook, augurken, gekookte kreeftjes, likeur. Een harmonica-speler heeft de gezette conductrice van wagon 10 uitgezocht en zingt zijn lied over nieuw gevonden liefde na een lange strijd die noodlottig leek. Verleden jaar waren er tientallen, geen honderden, en er waren nauwelijks volwassen mannen bij.

Woensdag 3 augustus 1994. Charkov in de zomer is de geur van smeltend asfalt. De kakkerlakken in de flat van mijn vrienden zijn als vanouds actief. Nina, de lange, slanke vriendin van de filosoof, is op bezoek. De balkondeur staat open, het licht is uit vanwege de muggen. We praten over politiek. Ze had al van Misja's vrouw gehoord dat ik in maart waarnemer bij de parlementsverkiezingen had gespeeld in de provincie Odessa. Wie dat betaald had en wat ik daar gedaan had wilde ze weten. Ik vertel haar wanordelijk stukjes uit het volgende verhaal, met andere details en sommige dingen weggelaten, want weet zij wat het CDA is; en wie er vroeger in Odessa woonden hoef ik háár niet te vertellen.

BERICHT VAN EEN WAARNEMER

Op zondag 27 maart 1994 vonden in de Oekraïne verkiezingen plaats voor het parlement, de Verchovna Rada. Nederland besloot waarnemers te sturen. Huib Hendrikse, Arno Langeler, Anselmus Jansen en Helmer Koetje, nummertje tweeënveertig op de lijst van het CDA, en ik waren erbij, Koetje en Anselmus in Lviv (Lvov, Lemberg: uit de naamgeving blijkt uw politieke voorkeur), Huib, Arno en ik in Odessa, waar Isaak Babel heeft geleefd, waar de trapscène in Eisensteins 'Pantserkruiser Potjomkin' is gefilmd, waar Joden en Grieken, Polen, Russen en Oekraieners woonden, en waar het verblijf in hotel London - wist Arno - voor de revolutie enkele goud-roebels kostte. Thans betalen wij tweehonderd dollar per nacht.

Tussen Kiev en Odessa ligt een vijfhonderd kilometer lange geasfalteerde weg zonder zijwegen. Op die ene weg die miljoenensteden verbindt is weinig verkeer, wat goed uitkomt. De chauffeur, Vitja, die een tien jaar oude in België gekochte Opel bestuurt, heeft nu gelegenheid fel naar links uit te wijken als kuilen in de weg hem de rechte doorgang verhinderen. Het is een troosteloos seizoen, kale akkers, nauwelijks bomen, geen dorp in zicht. Zwart, grijs en bruin, vogelloos op een paar eksters na, geen sneeuw meer, maar ook nog geen leven.

Met regen uit Kiev vertrokken; driehonderd kilometer verderop maken wolken van stof en klei de weg glad. Bij een van de wegpolitiestations worden we aangehouden. Vitja betaalt 50.000 karbovantsy voor een snelheidsovertreding waar geen limiet was aangegeven en krijgt geen bonnetje.

Pas een dag voor vertrek krijg ik de kieswet in handen. Het parlement telt 450 leden, te kiezen in 450 één-mandaatsdistricten. Kandidaten kunnen worden gesteld door politieke partijen, groepen individuen en arbeidscollectieven. De stemming is pas geldig bij een opkomst van vijftig procent plus één van alle kiesgerechtigden in een district. Een tweede ronde volgt, als geen der kandidaten de absolute meerderheid heeft gehaald. De hoogste twee uit de eerste ronde gaan door.

Wij spreken in Kiev met de voorzitter van de centrale kiescommissie, I. Emets, en met leden van een Oekraiens journalistencollectief dat mede dank zij een kleine subsidie van de Nederlandse ambassade in staat was nieuwsbrieven over de verkiezingen te maken die beter waren dan wat er door enig dagblad of tv-kanaal over de verkiezingen werd bekend gemaakt.

De voorzitter van de centrale kiescommissie heeft twee grote problemen met de kieswet. De kieswet kent een forse drempel voor kandidaten namens een partij (die moesten bijvoorbeeld een kleine veertig formulieren invullen, anderen nog geen tien). Bovendien is hij verbolgen over de ongelijke mogelijkheden van de verschillende kandidaten om hun ideeën over het voetlicht te brengen. Hij leek niet door te hebben dat een versterking van de positie van partijen vanzelf een vermindering van de kansen van 'willekeurige burgers' om tot het parlement door te dringen tot gevolg zou hebben.

De kamer in hotel London in Odessa is als een balzaal met uitzicht op zee. In de nog tegen de winterkou afgeplakte plakte ramen drijven olietankers.

Als je vroeg opstaat zie je de vrouwtjes die de boulevard en de perken van vuil ontdoen. Links Eisensteins trap waaraan je van bovenaf niets bijzonders ziet maar die van beneden de suggestie wekt dat hij doorloopt tot aan de wolken. In het verlengde van de trap ligt nu een pier.

Per mandaatsgebied is er een districts-kiescommissie die de verkiezingen moet organiseren. Odessa telt drieëntwintig districten, dertien op het platteland en tien in de stad. Er wordt de districtscommissies een zekere vrijheid van interpretatie van de kieswet gelaten. De tweede ronde is op zondag tien april voorzien; de kieswet gebiedt een tweede ronde binnen twee weken op een vrije dag, maar als een donderdag bijvoorbeeld ergens een 'vrijere dag' is omdat op zondag de kiezers op hun volkstuinen werken, mag dat ook.

We gaan op vrijdag en zaterdag kiescommissies langs en een stembureau in een kazerne bij het plaatsje Fontaka. Bij de kiescommissie van het 'kustdistrict' vragen we naar de lijst van stembureaus. Die krijgen we. We vragen naar stembureaus in militaire eenheden. Die staan er niet op. Het heet dat de kiescommissies is gedecreteerd geen adressen van gesloten eenheden te vermelden. We krijgen die drie adressen uiteindelijk toch. (Wantrouwend of jongensachtig: als het niet mag willen we het weten.)

De voorzitter van de kiescommissie van district nummer 298 heeft geen lust ons te ontvangen; hij is doende met de verdeling der stembiljetten onder de voorzitters der stembureaus. Wij verlangen geen gesprek, wij willen kijken. Ik maak pissig aantekeningen. (Naar ook later blijkt is het in district 298 niet pluis.) In hetzelfde gebouw zetelt de kiescommissie van district 300. We lijken eerst niet erg welkom, maar later trekt die voorzitter bij. Ja, alle stembiljetten zijn al verdeeld, één stembureau niet, die komen de biljetten straks halen (klopt). Hij vertelt dat hij drieëntwintig jaar in het leger heeft gediend, kolonel is geweest (politroek natuurlijk), en bij de Russisch-Chinese grens gelegerd is geweest, in een eenheid die 380 kilometer van de rivier de Argoen moest bewaken.

Hij vertelt als zelf meegemaakt een gebeurtenis die ik al twee keer eerder heb horen verhalen, maar we lachen hartelijk. (Hij vertelt het verhaal goed.) Onze tolk die Andrej heet en niets te tolken heeft, zit zich zichtbaar te generen. Kijk, wij lagen daar en daar, zegt de oude politroek. Hij pakt een velletje papier en begint te tekenen. Tegenover ons lagen eenheden van het Chinese leger. De Chinese soldaten werden elke acht dagen per boot afgelost. Op de terugtocht, vaste prik, keerden die Chinezen ons de rug toe, deden hun broek naar beneden, bukten en toonden hun gat. Dat ging natuurlijk irriteren. De voorzitter, toen officier, toog naar Tsjita, vijfhonderd kilometer verderop, sprak met zijn superieuren en samen ontwikkelden zij een briljant plan. Er werden honderden affiches gedrukt met het portret van Mao, die op een houten raam werden gezet en van een steel voorzien. Het is weer de dag van de aflossing. Ja hoor, daar gaan die broeken naar beneden. Op een signaal gaan alle Mao's omhoog. (Begrijpt u hem, voelt u hem? Ja wij begrijpen en voelen hem.) Nooit meer last gehad, zegt de oud-kolonel vergenoegd over deze korte geschiedenis uit een lange ideologische oorlog.

De kieswet stelt nadrukkelijk een maximum van 6 miljoen karbovantsy - toen de wet werd aangenomen was dat ongeveer vierhonderd gulden - aan de omvang van de verkiezingsuitgaven per kandidaat. Of de kiescommissies dat controleren? Nee. Ja, maar daar is geen beginnen aan. Dus eigenlijk niet nee. Elke kandidaat krijgt vijf minuten staats-tv-tijd. Er zijn ook commerciële zenders. Sommige kandidaten hebben extra zendtijd gekocht. Een minuut tv kost 1,2 miljoen karbovantsy. Maar als je naar de rekening vraagt, zegt een van de voorzitters, heet het 'gratis', of ze komen met een rekening van 1 procent van de normale prijs. Daar protesteren andere kandidaten dan weer tegen en die eisen 'gelijke toegang'. Dat soort klachten krijgen we, aldus de voorzitter van district 299.

V. K. Simonenko is een der kandidaten in district 298. Dat is een stadsdistrict met 30 procent plattelandsstemmers. Ter redactie van de krant 'Het Zuiden' horen wij meer over de campagne daar. (Huib en Arno, slim, en eerder waarnemer bij de verziezingen in Rusland, hadden het plan opgevat om in een paar lokale bladen onze aanwezigheid in Odessa te melden en een spreekuur op te geven voor wie aan ons Hollanders over de verkiezingen iets te melden had.) Ja, het is een feit, ten plattelande zijn worst, wodka en sprot uitgedeeld. De kiescommissie van het district heeft die feiten onderzocht, maar er geen overtreding van de kieswet in gezien.

Simonenko heeft carrière gemaakt in de communistische partij, en precies op tijd - toen duidelijk was wie in augustus 1991 had gewonnen - de lichtblauw-gele vlag uitgestoken. Burgemeester geweest van Odessa, 'vertegenwoordiger van de president' in de provincie Odessa, korte tijd waarnemend premier onder president Kravtsjoek en nu een van zijn raadgevers. Ook hij heeft kennelijk (van eigen geld?) meer dan vierhonderd gulden te besteden. VERVOLG OP PAGINA 21#

VERVOLG VAN PAGINA 19 President Kravtsjoek had liever geen verkiezingen gehad. Onder druk van dreigende onrust in het zuidoosten van het land, worden in maart-april niet alleen parlementsverkiezingen gehouden maar ook, in juni, vervroegde presidentsverkiezingen. Mislukte parlementsverkiezingen zouden een mooie reden zijn om de presidentsverkiezingen in juni geen doorgang te laten vinden. Dan is die ene baken van stabiliteit nodig en presideerde Kravtsjoek graag door met bijzondere bevoegdheden.

Zaterdag waren we in Fontaka geweest. In het stemlokaal van de 'Sovchoz van de 50-jarige Grote Oktober' - het gebouw heette een Cultuurpaleis - bevond zich een zwijgzame schoolmeester die kindertekeningen van namen voorzag en slechts kon melden dat de voorzitter even weg was om een brood te kopen. Anderhalf uur later was de voorzitter nog steeds weg om een brood te kopen. (De volgende dag wist men precies hoe laat wij hoe vaak waren langsgeweest.) Een paar minuten verderop was een divisie gelegerd. De officier van de wacht riep een soldaat. 'Leid deze kameraden naar het clubgebouw.' 'Welk clubgebouw?' 'Ja, welk clubgebouw zou ik bedoelen.'

Daar was het stemlokaal ingericht. Netjes. De wacht had gebeld. Spoedig verschenen enkele majoors, een aardige artillerist en een ander. Die, een lange man, donker haar, vertelde graag hoe het hier was geregeld; een pratertje, nu een soort geestelijk raadsman en eerder - daar gaat ie weer - politroek. Hoe het allemaal was veranderd, verbeterd (zeker, vier jaar geleden waren we nooit zo de kazerne binnengelopen); en dat ze bij tijd en wijle zonder gas zaten en maar zes telefoonlijnen hadden voor de hele divisie. Dat hij een Oekraiener was, fier op de zelfstandigheid van de Oekraïne. (Hij zei binnen vijf minuten drie keer dat hij op elk moment bereid was te sterven.) Maar tegen Rusland zouden zij zich nooit verzetten. Nooit. Maar tegen Frankrijk bijvoorbeeld wel, wat hem niet waarschijnlijk leek, maar dan wel.

Arno had die nacht slecht kunnen slapen; hoeren bonsden op deuren van naastbijgelegen kamers. (Hier waren er niet veel, in Kiev was het voller van geperoxideerde dames.)

Op de dag der stemming weinig avontuur. In de kazerne naast het hoofdkwartier van het militaire district Odessa weigert de stembureau-voorzitter het aantal stemgerechtigden te noemen. 'Geheim.' Wat is dat voor onzin mopper ik tegen Huib. In het stemlokaal staat een stevige man in een bruin leren jack en de kop van Julius Caesar. Hij blijkt een waarnemer van een der kandidaten zijn, en zelf directeur van de tractorenfabriek. 'Wij horen net dat het aantal stemgerechtigden hier geheim is', zegt Huib. 'Zevenhonderd', zegt Caesar. 'Onzin geheim, zevenhonderd.'

Stembureau 30 in kiesdistrict 298 is ingericht in het theaterzaaltje van het dorp, er schalt muziek uit een op de Bühne geplaatste transistor. Bij de ingang is een winkeltje waar de peperwodka nog geen drie gulden kost. Zijn de waarnemers van Simonenko overal van het gepakte en gedaste proletige type? Ik hang er half bij als Huib en Arno met de Simonenko-man en de voorzitster van het stembureau staan te praten; word op mijn schouder getikt door een mevrouw die me graag apart wil spreken. We lopen naar buiten, ze wil geen mensen van hier erbij.

Partij-activisten van Roech worden hier lastiggevallen, zegt ze. En meneer V. K. Simonenko belooft dít dorp een waterleiding, dát dorp zoveel beton. Bojtsjenko, voorzitter van het uitvoerend comité van het rayon, heeft voor hem geregeld dat via de scholen ouders een schrijven vanwege de metropoliet van Odessa en Izmail hebben ontvangen, waarin hij oproept op Simonenko te stemmen die zoveel doet voor de orthodoxie en helpt bij de bouw van de kerk van de Heilige Drievuldigheid. Leraren moesten hun leerlingen zeggen thuis goed te spreken over Simonenko; die leraren zelf hadden ook niet te kiezen. (Ze stelt me zo'n envelop met bewijzen ter hand.)

Ik wenk Huib erbij te komen staan. Nee zeg ik, dat is in orde, dat is ook een Nederlander, dan heb ik een getuige. Simonenko's man komt ook naar buiten, en vraagt Arno verontwaardigd waarom we niet met hem praten. (Hadden we al gedaan.) Hij noemt haar een trut, die mevrouw van mij, waar eens een vent overheen moet. Als die mensen het hier voor het zeggen krijgen gaan we er allemaal aan, zegt zij. Pathetisch of waar, ik weet het niet.

In een gehucht vlakbij staan mannen in een diepe put in de hoofdstraat te metselen. Een oude vrouw sleept stenen aan. Het is zondag. Ik vraag van wie het nieuwe huis is, dat zich direct achter hun bevindt. (Een fantasie-woning van kalk-zandsteen en rode baksteen dat kennelijk wat heeft mogen kosten.) Ze weet het niet. Waarom ze werkt op zondag? Ze krijgt een pensioen van 250.000 karbovantsy en of ik weet hoeveel een brood kost. Ze is hier 50 kilometer verderop geboren, vertelt ze. Vierenzeventig jaar. Ja, de Roemenen zijn hier geweest, en de Duitsers; en nu dit. 'Daarvoor hebben we dan geleefd', zegt ze. Van een van de Simonenko-kliek, dat huis, zegt het gepensioneerde schoolhoofd dat erbij is komen staan.

Het gaat slecht in de Oekraïne. Het gemiddelde maandloon, hoeveel is het, hoe moet je tellen? Een paar tientjes. Maar groente en aardappels die je zelf op je volkstuin verbouwt hoef je niet te kopen. En dan werk je wel, maar krijg je twee of drie maanden je salaris niet. Hoe je het dan redt? Zie maar. Het gaat goed in de Oekraïne. Aan de randen der steden verrijzen villa-wijken, de percelen zijn bescheiden van omvang, de huizen zijn dat niet. Twee, drie verdiepingen, met en zonder torens. Het enige wat bij sommige kasteeltjes ontbreekt is een slotgracht. Voor drie, vier, vijf? procent van de bevolking waren er nooit betere tijden.

De opkomst was onverwacht hoog, de eerste berichten die ik maandagochtend 28 maart hoor, spreken van meer dan zeventig procent landelijk. Later hoor ik 67% procent. In 49 districten was de eerste ronde beslissend. Ik hoor niets van districten waar de opkomst lager was dan 50%. Waren die er niet? Wondertje. En wat had Simonenko gedaan?

III

En wat had zíj de laatste tijd had uitgespookt, wilde ik nu van Nina weten. Haar baan als docente had ze opgezegd, daar kon ze niet van leven. Ze had in de campagne-staf van (presidents-kandidaat) Grinjov gewerkt. Niet uit idealisme maar voor het geld. Nee, ze heeft zelf niet gestemd. Jij, Misja? Nee, de filosoof ook niet. Ze is tamelijk cynisch dus ze lacht veel. (Grinjov werd uiteindelijk de running mate van Leonid Koetsjma, en Koetsjma won in de laatste ronde van de presidentsverkiezingen in juni 1994 van zittend president Leonid Kravtsjoek. Grinjov was met Koetsjma een van de door Moskou begunstigde kandidaten.)

Kijk, legt Nina uit: Waar ik werkte hè, bij de campagne-staf, daar waren aardige, redelijke mensen onder. Ik heb het dan over de persoonlijke omgang. Maar ik heb niet de illusie, zegt ze, dat de club van Grinjov zich straks beter zullen gedragen dan 'die anderen'. Ze zullen hun macht gebruiken om eerst hun eigen positie te verbeteren. Niet 'de wet' regeert, maar de persoon, de chozjajn. De baas gaat boven de wet. Aardige jongens, zegt ze, maar ik heb ze aan het werk gezien.

De filosoof schenkt bij. Hij vertelt over de minister van onderwijs die zich met steun van Kravtsjoek wilde laten kandideren. 'We werden op de universiteit bijeengeroepen. Ze hadden handtekeningen nodig voor de kandidaatstelling. Dan kregen we de eerstvolgende donderdag ons achterstallig salaris.' 'Heb jij getekend?', vraag ik. 'Nee.' 'Hebben anderen wel getekend?' Anderen wel, niet allemaal. Maar wie wel hadden getekend, zegt hij, kregen die donderdag ook geen salaris en geen achterstallig salaris, niks.

Nina vindt het wel grappig, ze komt van hier en kent sommige van die mensen. Maar nu werkt ze in Zaporozje. 'Hoe zit het in elkaar?', gaat Nina verder. 'Kravtsjoek is een vertegenwoordiger van het oude partij-bestuursapparaat, Koetsjma is een vertegenwoordiger van het partij-staatsindustrie-apparaat. Koetsjma is gesteund door de 'raad van directeuren'. Hij is hun man. Waar denk je dat de campagne-fondsen vandaan kwamen? Hij zal goedkope leningen verstrekken aan de grote staatsindustrieën, de directeuren zullen er voor zorgen dat ze niets tekort komen en als er geprivatiseerd moet worden zitten ze op de eerste rij. Na het herschikken van plaatsen aan de top gaat straks alles weer zoals het was. Voor de meeste mensen zal het allemaal niets uitmaken.'

Ik praat er later met Zjenka over, die raadslid is geweest maar zich niet opnieuw kandidaat heeft gesteld. Ik weet ook niet of hij veel kans zou hebben gemaakt. Hij was een aanhanger van Tsjernovil, de oprichter van Roech die, als hij president zou zijn geworden, Russisch op school en universiteit alleen zou hebben laten doceren als 'vreemde taal'. Wat hij bij de laatste ronde van de presidentsverkiezingen heeft gestemd, vraag ik. Kravtsjoek, tegen heug en meug, omdat hij Koetsjma erger vond. Maar hij heeft toch ook de kliek van Kravtsjoek aan het werk gezien? Jawel, zegt hij, dat is ook vechten voor een plaatsje bij de ruif. Veertig procent van de industriële ondernemingen in Charkov is feitelijk gesloten, het personeel met een fooi de straat op geschopt. Maar volgens de inkomens en vermogensstatistieken is het allemaal veel erger dan het is. Hij neemt - met velen - aan dat de helft tot twee-derde van alle inkomsten buiten 'de boeken' blijft. Er is armoede en er zijn grote problemen, maar hij vindt toch dat de situatie zich aan het normaliseren is. En de mensen tellen hun zegeningen niet. Er zijn nauwelijks rijen meer. Twintig procent van de bedrijven is geprivatiseerd. Niet de grote, zeg ik. Nee, niet de grote. In de wetenschap kun je geen droog brood meer verdienen, weet hij ook, maar honderden onderzoekers zitten op contract voor een paar maanden of een jaar of langer in het buitenland en verdienen daar zo veel dat ze het hier weer heel lang kunnen uithouden.

IV

Of meneer V. K. Simonenko uiteindelijk een zetel in de Opperste Sovjet (Verchovna Rada) heeft bemachtigd weet ik niet. De opkomst bij de eerste ronde van de parlementsverkiezingen, eind maart, was inderdaad hoog, maar de minimale opkomst-regel heeft daarna voor problemen gezorgd. Of had voor Leonid Kravtsjoek bijna een probleem opgelost. Zomer 1994 waren 335 parlementszetels bezet (dus 115 zetels vacant), 24 meer dan het quorum. In de laatste ronde van de presidentsverkiezingen, juli 1994, met een opkomst van even vijftig procent (na veel bezorgde oproepen aan het electoraat om toch vooral deze burgerplicht te vervullen), heeft Leonid Koetsjma nipt van Kravtsjoek gewonnen.

In Rusland wordt de helft van de zetels in de Staatsdoema verdeeld via een lijsten-systeem, de andere helft zijn éénmandaatsdistricten. Een (gedeeltelijk) lijstensysteem - zoals bij verkiezingen voor de Tweede Kamer - bevordert partij-vorming. Dat lijkt mooi en prachtig, maar, let wel: het is precies dank zij dit partij-vorming bevorderend lijstensysteem dat Vladimir Zjirinovski leider van de op een na grootste fractie in de Staatsdoema, het Russische lagerhuis, is geworden. Anders was hij misschien een eenzame schreeuwer gebleven.

Hoewel in de Oekraïne dus geen lijstensysteem bestaat lijken er in de nieuw gekozen Opperste Sovjet van de Oekraïne wel betrekkelijk duidelijk te onderscheiden partijen of in ieder geval fracties te bestaan. De 'Kommunisten van de Oekraïne' is met 84 zetels de grootste fractie. De 'Boeren van de Oekraïne', de op twee na grootste groep in de Opperste Sovjet, telt 36 parlementariërs. De 'Socialistische fractie' telt 25 man. Als en voor zover deze drie fracties in staat zijn als 'blok' te opereren, zijn ze met ruim veertig procent van de zetels de sterkste 'vleugel' in de Opperste Sovjet.

Er is de merkwaardige groep 'Centrum' (38 man), de op een na grootste fractie. Het is een verzameling 'grote namen', mensen die soms tot 'bewegingen' of andere partijen hebben behoord maar 'ieder voor zichzelf' zijn begonnen, mensen met inmiddels een eigen machtsbasis in het het staats- of regeringsapparaat: (oud) ministers, voorzitters van parlementaire commissies, een vroegere en ook de huidige vice-premier. Het zijn veelal politici met een meer of minder sterke Oekraiens-nationale oriëntatie. De meeste 'centristen' waren tijdens de presidentsverkiezingen op de hand van Kravtsjoek en niet voor Koetsjma, die nu wel te maken krijgt met een regering geformeerd onder Kravtsjoek waarin 'centristen' belangrijke functies bekleden. Koetsjma lijkt in het parlement op meer steun te kunnen rekenen van de 'Interregionale groep' (25 zetels) en van 'Edinstvo' (Eenheid). Twintig van de 25 parlementariërs voor 'Eenheid' komen uit twee Russisch-talige provincies: Charkov en Dnjepropetrovsk, waar Koetsjma directeur is geweest van 's lands grootste rakettenfabriek. Want ook hij heeft eerst carrière gemaakt onder het 'oude regime'.

'Eenheid' is net als Koetsjma vóór 'orde (lees: openbare veiligheid en corruptiebestrijding), markt en sociale zekerheid'. Als de zegeningen van de markt aan de orde komen zijn ze (op retorisch niveau) bijna zo radicaal als parlementariërs van de groep 'Hervormingen' (27 zetels); maar die moeten weer niets van een (con-)federatie met Rusland hebben en veel nadruk op sociale zekerheid staat volgens hun een radicale markt-gerichte oriëntatie in de weg.

Zo lijkt het al ingewikkeld genoeg. Maar het is nog ingewikkelder. Sommige communisten zijn voorstander van herstel van de Sovjet-Unie, anderen niet. 'Eenheid' kan al succes claimen, want Russisch is naast het Oekraiens tot staatstaal verheven. 'Centrum' lijkt plooibaar en in het algemeen: gunst en dienst, lik en smeer, vermogen veel. Zo werkte Kravtsjoek, zo had hij ook dit jaar bijna weer succes - gemeten aan het criterium politiek overleven op de hoogste post.

Maar kan Koetsjma als president veel anders? Hij heeft het temperament van een baas, een chozjajn, maar verkeert niet in een positie waarin hij eenvoudig kan bevelen. Er zijn tenminste twee scenario's denkbaar (behalve nog andere, die met democratie weinig meer te maken hebben). Koetsjma leert het nog om een Kravtsjoek te zijn: crises sussen met wisselende steun in het parlement, zijn eigen politieke overleven beschouwen als de belangrijkste voorwaarde voor de oplossing van politieke en maatschappelijke problemen. 'De zaak' een beetje bij elkaar proberen te houden en hopen dat het beter gaat. Maar dan is Koetsjma zijn huidige electorale steun gauw kwijt: hij is met een volstrekt ander programma (nou ja, programma) en op basis van andere verwachtingen president geworden.

Het tweede scenario: Koetsjma probeert althans een deel van zijn programma uit te voeren en een 'echte leider' te zijn. Maar hij heeft daar het instrumentarium niet voor. Hij zal dan waarschijnlijk Aleksandr Moroz, leider van het 'linkse blok' in de Opperste Sovjet en voorzitter van die Opperste Sovjet, tegenover zich vinden. Als Koetsjma als president ook een 'baas' wil zijn zal hij volmachten verlangen die de meerderheid in het parlement hem niet zal willen geven. Wat dan? Permanente conflicten tussen een belangrijk deel van de Opperste Sovjet en de president. Koetsjma zou dan kunnen proberen vervroegde parlementsverkiezingen te forceren en de gelegenheid aangrijpen om ook staatsrechtelijke veranderingen door te drukken en, misschien belangrijker, zíjn mensen in 'de apparaten' te (laten) benoemen. Koetsjma zal wel hebben opgelet hoe collega Jeltsin dat heeft gedaan; maar dan zal hij ook hebben gezien welke risico's daaraan vastzitten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden