Nog forser snoeien, helpt dat ons wel?

Vele miljarden euro's zal het kabinet-Rutte dit voorjaar moeten vinden om de overheidsbegroting in de hand te houden. Nu extra besparen, is dat eigenlijk wel een goed idee?

Als het kabinet besluit nu extra hard te gaan bezuinigen, kan Nederland het zo gekoesterde AAA-etiket verliezen. Deze opvallende waarschuwing komt van het kredietbeoordelingsbureau Standard & Poor's. Opmerkelijk, omdat bureaus als S&P een imago hebben van harde afrekenaars, die elk land met een beetje te hoge schuld of begrotingstekort straffen met het schrappen van een A, een B of een plusje. Meteen hard saneren lijkt dan het enige antwoord te zijn dat de beoordelaars weer gunstig zou kunnen stemmen.

Schijn bedriegt, blijkt uit de toelichting van S&P. Het bureau zegt weliswaar dat Nederland de komende jaren het begrotingstekort, in 2012 op 4,1 procent geraamd, weer moet terugbrengen naar onder de 3 procent, de grens die de eurolanden in het Verdrag van Maastricht hebben afgesproken. Lukt dat niet, dan komt het AAA-label in gevaar. Maar, zegt S&P erbij, doe dat nou niet door nu meteen de overheidsbegroting keihard af te gaan knijpen. Dat verergert de eurocrisis alleen maar.

Nederland behoort namelijk tot het selecte gezelschap van eurolanden die het goed doen. Nederland is welvarend, heeft een concurrerende economie en voert een fatsoenlijk macro-economisch beleid. Als de goed presterende landen, waaronder Duitsland en Finland, nu ook nog eens fors gaan korten, bovenop de bezuinigingen in Zuid-Europa, dan dondert de eurozone in een over zichzelf afgeroepen depressie. Dat betekent: geen economische groei, staatsschulden gaan relatief omhoog, de ellende wordt alleen maar groter en duurt langer.

Met deze behoorlijk Keynesiaanse benadering voegt het kredietbeoordelingsbureau zich in het koor van economen dat waarschuwt tegen een beleid van rücksichtslos saneren als dé oplossing voor de eurocrisis. Er klinkt ook kritiek in door op de Duits-Nederlandse diagnose dat de crisis in de eurozone in eerste aanleg het gevolg is van onverantwoorde overheden die teveel schulden maken.

Nee, stelt S&P, er zijn ook fundamentele onevenwichtigheden in de eurozone tussen het Noorden en de 'periferie'. Om die te lijf te gaan moet het Noorden blijven groeien, geld uitgeven en de vraag in stand houden. Bezuinigen kan, maar met als doel om de overheidsfinanciën op de lange termijn weer op het 'goede pad' te krijgen.

Dat is precies het advies dat het Centraal Planbureau vorige maand aan het kabinet gaf. Bij de bekendmaking van de laatste ramingen voor de komende jaren, waarschuwde directeur Coen Teulings van het CPB voor meteen extra snijden in de overheidsuitgaven. Dat zal herstel van de economische groei alleen maar blokkeren. Beter is het, stelt hij, in te zetten op hervormingen die de economie gezond houden. Teulings doelt op maatregelen voor de stagnerende woningmarkt, het versoepelen van de arbeidsmarkt, de AOW en het betaalbaar houden van de zorg. Die aanpassingen leveren niet morgen harde euro's op, maar dragen bij aan economische groei op de langere termijn.

Bij het bestrijden van de recessie in 2008 en 2009, na het omvallen van het Amerikaanse Lehman Brothers, hebben overheidsuitgaven ervoor gezorgd dat Nederland redelijk ongeschonden die periode is doorgekomen. De werkloosheid steeg maar een beetje, tot verbazing van de voorspellers van het CPB zelf.

Voor de Zuid-Europese landen geldt ook dat ze eigenlijk slim moeten snijden om de economische groei zo weinig mogelijk te hinderen. Als de economie van Italië bijvoorbeeld 1 procentpunt minder groeit, neemt de schuld met 2 procentpunt toe, rekent het CPB voor. Dat schiet dus niet op. Maar ze worden toch door de andere eurolanden gedwongen nu snel grote klappen te maken. De vraag is hoe lang de Zuid-Europese bevolking het strenge begrotingsbeleid kan verdragen als de afgrond van de armoede in zicht komt, zoals in Griekenland, of als de helft van de jongeren werkloos is, zoals in Spanje.

Ook internationaal wordt door economen gewezen op het risico van massale bezuinigingen van alle eurolanden tegelijk. Soms in niet mis te verstane bewoordingen. De vermaarde Amerikaanse econoom Joseph Stiglitz noemde de aangescherpte Europese begrotingsrichtlijnen vorige week een 'zelfmoord-verdrag'. Het leidt tot ineenstorting van de economie, verzuchtte de Nobelprijswinnend econoom tijdens een financieel forum in Azië.

Politici moeten dat toch snappen, meent hij. "Het herinnert me aan een Middeleeuwse geneeswijze, de aderlating. Je neemt bloed af van de patiënt omdat hij ziek is. Daardoor wordt hij nog zieker en neem je nog meer bloed af. Totdat de patiënt bijna dood is."

Nu harder bezuinigen wekt vertrouwen. Als consumenten en bedrijven zien dat het overheden menens is om tekorten en schulden weg te werken, zullen uitgaven en investeringen weer op gang komen. Snijden voedt optimisme over de toekomst. Het houdt de rente laag, waardoor de schuld makkelijker te financieren is. Zolang mensen onzeker zijn over de daadkracht van hun regeringen, houden ze de hand op de knip. Overheden kunnen dan geld in de economie pompen wat ze willen, er wordt simpelweg niet geloofd dat het via die weg goed komt.

Deze redenering is de belangrijkste troef van voorstanders van harder saneren. Burgers, ondernemers en beleggers kijken calculerend vooruit, is de gedachte, en laten zich niet verleiden met een schep geld op de korte termijn. De Britse minister van financiën bijvoorbeeld stelt dat het harde bezuinigingsprogramma in Engeland het afgelopen jaar de enige manier was om de markten te overtuigen van de kredietwaardigheid van het land.

Of het echt zo werkt is empirisch moeilijk te bewijzen. Het is wel het fundament van waaruit de Europese muntunie zich uit de problemen moet werken. Bij de twee eurotoppen afgelopen half jaar, in oktober en december, zijn striktere regels afgesproken over de overheidsbegrotingen. Er komt strenger toezicht op het omlaag brengen van tekorten en schulden. Wie faalt, krijgt boetes. Daarnaast moeten landen in hun grondwet gaan opnemen dat de begroting gemiddeld in evenwicht is. Dat legt de speelruimte van regeringen verder aan banden.

De afspraken zijn in eerste instantie bedoeld voor de eurolanden in problemen. Maar volgens Duitsland en Nederland is het pakket niet geloofwaardig als sommige landen zich er weer aan gaan onttrekken. Juist de brave kinderen moeten het goede voorbeeld geven. De Duitse Bondskanselier Angela Merkel maar ook de Nederlandse minister van financiën Jan-Kees de Jager verdedigen deze benadering. Ze kunnen ook bijna niet anders: het is nu eenmaal zo vastgelegd en afspraak is afspraak.

In het verlengde daarvan ligt de calvinistische motivatie voor bezuinigingen die in de Nederlandse politiek bekend staat als 'eerst het zuur en dan het zoet'. Schulden en tekorten omlaag brengen gaat hoe dan ook pijn doen. Beter nu door die zure appel heen bijten, dan toekomstige generaties opschepen met hoge schulden. Daar moet tenslotte iedere keer weer rente over betaald worden. Om dat te bekostigen zijn belastinginkomsten nodig. Hoe hoger de schuld, des te meer heffingen de schatkist moeten vullen. Dat is op termijn geen recept voor een soepel werkende economie.

Daar komt bij dat de huidige dip de tweede in korte tijd is. De financiële ruimte is op om de economie weer van overheidswege een stimulans te geven. Dat is na de recessie van 2008 gebeurd. Maar nu is de rek eruit. Dat is jammer, maar het is niet anders.

Ook de eigen begrotingsregels van het kabinet, vastgelegd in het regeerakkoord, schrijven snel extra bezuinigingen voor. Het kabinet had zich voorgenomen om in 2015 geen begrotingstekort meer te hebben. De vooruitzichten zijn echter zo verslechterd dat dit doel niet meer gehaald kan worden zonder extra ingrijpen. Dat is nog tot daar aan toe, maar over de weg naar begrotingsevenwicht zijn ook afspraken gemaakt door regeringspartijen VVD en CDA, gedoogd door PVV. Als het pad naar een tekort van 0 nu al te ver afwijkt, moeten direct extra bezuinigingen gevonden worden. En dat is het geval: het pad raakt te ver verwijderd van de bestemming, blijkt uit de laatste ramingen die het Centraal Planbureau (CPB) in december publiceerde.

Het is nu wachten op de nieuwe CPB-voorspellingen die in februari het daglicht zullen zien. Dat zal een spannende bekendmaking zijn, waar in Den Haag reikhalzend naar wordt uitgekeken. De kans is namelijk niet denkbeeldig dat de cijfers nog een tikje somberder zijn dan die van december.

Zodra de nieuwe getallen bekend zijn, zal het debat losgaan over waar de miljarden vandaan moeten komen. Hoeveel, dat valt dan nog te bezien. De Nederlandsche Bank schatte vorige maand dat zeker 5 miljard extra opgebracht moet worden. Anderen denken dat de buit eerder richting de 7 miljard zal moeten gaan. De Rabobank houdt het op een grove marge: ergens tussen de 5 en 10 miljard euro.

Als het kabinet er niet uitkomt in het voorjaar en valt, is het regeerakkoord met de bijbehorende regels van de baan. Maar de in Brussel overeengekomen afspraken blijven recht overeind. Ook de formatie van een nieuwe regering zal dus geconfronteerd worden met een fikse bezuinigingslast.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden