Nog even is Nederland leeg

Nederland is op het moment een stuk leger dan normaal – nog even. Maandag begint het einde ervan weer: in het zuiden des lands gaan dan als eerste de basisscholen weer open. Een minder vol Nederland is een vreemde, onwennige gewaarwording – maar verre van onprettig. Er zijn mensen die permanent terug willen naar een veel kleiner aantal inwoners: de Club van tien miljoen.

De buren zijn op vakantie. De buren van links; de buren van rechts; de buren van het huis daarnaast. Uit de paar studentenhuizen verderop, waaruit normaal een hoop lawaai komt, komt opeens stilte. Geen in de tuin gevoerde telefoongesprekken zoals anders: (,,dus ja, toen kreeg ik een ingreep. Ja shit. Percies. Uh-huh. Ja, meteen weer opnieuw aangevraagd.”); geen allengs luidruchtiger biergesprekken; geen harde, foute muziek.

Het is misschien niet verstandig om er al te enthousiast over te vertellen als de buren weer terug zijn, maar die halflege straat van het moment is wel heel plezierig. Nee, dat heeft niets te maken met een gebrek aan waardering voor ’de buren als mens’. Waarmee dan wel? Het is een combinatie van plotselinge vrijheden. Zo kan er nu ook na 22 uur desgewenst nog wat piano gespeeld worden en is parkeren opeens gemakkelijker. Van de twee auto’s die sommige tweeverdieners in de straat hebben, is er nu in elk geval één weg.

Op het rijtje van acht huizen waarvan ik er eentje bewoon, zijn er op het moment (voor zover ik weet) drie onbewoond. Die bewoningsgraad, van dik 60 procent, is bevorderlijk voor het humeur. Vrolijkheid is er een te groot woord voor; laten we het ’welbevinden’ noemen. Het lijkt op het gevoel dat je kunt hebben als je rijdt door het Groene Hart (of de IJsselmeerpolders, of Friesland), links en rechts alleen maar weiland en horizon ziet, en denkt: laten ze dit vooral niet volbouwen. Laten de projectontwikkelaars hier met hun poten van afblijven. Laat niemand hier een bord in de grond steken dat er een ’toplocatie met uitstraling’ gebouwd gaat worden.

Niet alleen voor de thuisblijvende buurtbewoner is het bestaan op het moment lekker rustig. Ook voor de consument en de forens. In de supermarkt om de hoek zijn de rijen bij de kassa beduidend korter. Buiten, voor de winkel, is de meneer die de Straatkrant verkoopt er nog steeds – al doet hij zo te zien geen goede zaken. In de winkel zijn de mensen met de scootmobiels en de rollators er ook nog steeds: blijkbaar nemen gezinnen hun oma’s en opa’s niet mee op vakantie. Maar afwezig zijn de gebruikelijke clubjes corpsballen, die normaal samen boodschappen doen en dan op luide toon het vraagstuk door-akkeren of ze het ene, of het andere merk tomatensaus-uit-een-pot zullen kopen. Evenmin zijn er de kleine kindjes die van hun moeder rondjes mogen rennen om het groente-eiland. Die moeders ontbreken zelf ook.

Ook op de A4 is het beduidend rustiger. De ergste file van Nederland, die bij Zoeterwoude (kwade tongen beweren dat Rijkswaterstaat die zelf veroorzaakt door een derde rijstrook te openen en die meteen weer te laten eindigen), is dezer dagen vaak slechts twee kilometer. laHet werk aan de ringweg rond Amsterdam zorgt nu weliswaar ook voor enige stagnatie van het verkeer, maar minder dan een Zoeterwoude-file op haar normale lengte.

Hoe leeg is Nederland eigenlijk in vakantietijd? Hoeveel leger dan gewoon – lijkt de situatie in het Randstedelijke forensenbestaan eigenlijk wel op de rest van Nederland?

Het is niet eenvoudig er harde cijfers over te vinden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) turft wel ’buitenlandse overnachtingen’ (8,4 miljoen in 2004) en weet ook te melden dat de gemiddelde zomervakantie van de Nederlander dat jaar 11 dagen duurde.

Dat betekent dat ruim 760.000 Nederlanders uit het land weg zijn wegens zo’n lange buitenlandse vakantie – maar ja, dan wel in een geregistreerde vorm van overnachten. Als je gemakshalve even aanneemt dat elke Nederlander in gezinsverband woont, en dat die gezinnen allemaal vier personen groot zijn, dan zitten op dit moment de inwoners van 190.000 woonhuizen in een of ander hotel of pension. Op een totaal van dik 16 miljoen inwoners is dat tijdens de vakantie dus een kleine 5 procent.

Maar ja, als ze niet het land uit mochten zijn, zijn ze in ieder geval wel weg uit het gewone leven: weg uit de buurtsuper en weg van de A4, de dichtstgeslibde verkeersader van de Randstad. Daar passeren dagelijks in elke rijrichting 114.000 auto’s en vrachtwagens Amsterdam. Vakantie maakt daar 10 procent verschil, meldde Trouw eind juli – daarom wordt het onderhoudswerk nu gedaan.

De Filemonitor van Rijkswaterstaat bevat een maandstatistiek van de ’filezwaarte’ in heel Nederland. Juli en augustus laten een keurige dip zien. In die zomermaanden zijn er over heel Nederland driemaal zo weinig files als in piekmaand november, met zijn slechte weer.

,,Ik heb jaren geleden ook wel eens geprobeerd te becijferen hoeveel mensen er in de vakantieperiode uit Nederland weg zijn, en ik kwam toen uit op zo’n drie miljoen’’, zegt Paul Gerbrands (59) echter. Op de 16 miljoen Nederlanders is dat bijna 19 procent.

,,Want die overnachtingen die het CBS telt, dat zijn alleen de officieel geregistreerde. Maar als je, zoals ik nu, vrienden met een boerderij in de buurt van Toulouse helpt met klussen, sta je nergens geregistreerd – en toch ben je wel degelijk weg. Het onderwijs is weg, de jongeren zijn weg, de bouwvakkers zijn weg – hou het toch maar op drie miljoen afwezigen.”

Paul Gerbrands is sinds 1994 voorzitter van de ’Club van tien miljoen’. Die naam zegt het al: Gerbrands zou willen dat er in Nederland permanent beduidend minder mensen wonen dan de huidige 16 miljoen. Die tien miljoen uit de naam van zijn club moet je niet al te letterlijk nemen, want echt ideaal acht hij Nederland pas wanneer er maar vijf miljoen mensen wonen. Het Nederland in vakantietoestand moge ook volgens hem een stuk prettiger zijn dan het normale Nederland, het komt niet in de buurt van zijn ideale Nederland.

„Ik ben ook weleens in het land gebleven terwijl iedereen op vakantie was, en zolang je in de tuin blijft lijkt het er een beetje op. Dan hoor je niks, want alle buren zijn op vakantie. Maar zodra je de weg op gaat merk je hoe vol Nederland ook dan nog is. Want geef een keer gas en je zit al in het volgende dorp. Dat is hier in Zuid-Frankrijk heel anders: het volgende dorp is een kwartier rijden. Door iets wat je echt ’natuur’ kunt noemen. Dat is er in Nederland niet, helaas. Omdat er zoveel mensen zijn.”

Gerbrands is 3,5 dag per week docent geschiedenis op een havo/vwo school in Brabant. De rest van de tijd is hij de motor achter zijn Club, auteur van een stel boeken, en sinds november vorig jaar ook voorzitter van een politieke partij: de vooralsnog zeer onbekende Partij Tegen Overbevolking.

„Een stukje wanhoop”, noemt hij de oprichting van die partij. „Ik heb alle politieke partijen afgelopen om aandacht voor het veel te grote aantal inwoners van Nederland. Overal kreeg ik nul op het rekest. Van ’dat moet je Europees aanpakken’ bij D66, tot weggehoond of doodgezwegen worden bij PvdA en Groenlinks. Omdat ze, ten onrechte, vrezen dat ik buitenlanderhaat onder de leden heb. Ik heb destijds ook een paar maal met Pim Fortuyn gesproken. Toen heb ik hem het verwijt gemaakt dat hij alleen maar bezig was de handen op elkaar te krijgen tegen anderen: politici, buitenlanders. Het wezenlijke probleem is dat we die 16 miljoen Nederlanders voor het overgrote deel zelf hebben gemaakt en dat het te veel is, zei ik. Als je iets wilt oplossen, moet je daar iets tegen doen: de kinderbijslag afschaffen, bijvoorbeeld. ’Dan krijg ik niet één zetel’, zei Fortuyn toen. ’Maar dan ben je wel een vent’, zei ik. Afijn, het was niet zo moeilijk om met Fortuyn ruzie te krijgen en dat heb ik dan ook gekregen.”

Gerbrands’ inzichten over het ideale aantal Nederlanders dateren van na zijn vaderschap: hij heeft zelf drie dochters. „Dat is m’n zwakste punt. Ik heb er absoluut geen spijt van, maar ik heb zelf inderdaad bijgedragen aan het probleem. Als excuus kan ik aanvoeren dat ik tijdens mijn studie geschiedenis het woord ’overbevolking’ niet één keer heb horen vallen. Ik ben een latere bekeerling.”

Drievoudig vader of niet, Paul Gerbrands vindt dat Nederland in ernst aan bevolkingspolitiek zou moeten doen: 16 miljoen inwoners is voor een klein lapje grond als Nederland veel te veel. Het leven in die drukte is onprettig en het tast het milieu veel te zwaar aan, vindt hij. Zijn politieke partij en zijn Club staan officieel los van elkaar, maar vinden hetzelfde. Een bloemlezing: de kinderbijslag na het eerste kind moet worden afgeschaft, mensen zonder kinderen moeten fiscaal niet langer worden achtergesteld, er moet meer geëmi- dan geïmmigreerd worden, alleen wie hier geboren is mag een buitenlandse huwelijkspartner importeren, de maatschappelijke, financiële en religieuze druk op vrouwen om kinderen te krijgen moet stoppen.

In zijn boek ’Mijn land van veel en vol’ (2003) herhaalt Paul Gerbrands om de paar bladzijden dat hij niets, herhaal niets, op buitenlanders tegen heeft. „Ik begin mijn lezingen ook altijd met de opmerking dat wie van mij goeie rechtse verhalen tegen buitenlanders verwacht, misschien beter nu meteen naar buiten kan gaan, want die zul je van mij niet horen. Maar hoe ik dat ook schrijf en zeg, men blijft mij associëren met buitenlanderhaat. Of ik krijg de vraag of ik soms een kinderhater ben.” Een heel rijtje min of meer prominente Nederlanders – onder wie de geluks-specialist psycholoog prof. dr. R. Veenhoven, voormalig PPR-politicus (en vader van de huidige PvdA-voorzitter) Michel van Hulten en nogal wat medici zijn minder bang dat Gerbrands door buitenlander- of kinderhaat wordt gedreven, en vormen het Comité van Aanbeveling van zijn Club. Maar om nu te zeggen dat Gerbrands’ standpunten er geaccepteerder op worden, nee.

Denkt hij trouwens zelf ook niet dat bevolkingsvraagstukken zich inderdaad eerder lenen voor Europees dan voor nationaal beleid? Gerbrands: „Overbevolking is op zich natuurlijk geen speciaal Nederlands probleem; het is een wereldprobleem. Maar Nederland is wel zeer overbevolkt, ook al hebben we het er nooit over. Elke regering tot dusver is alleen maar bezig de symptomen daarvan te bestrijden, maar niemand noemt het beestje bij de naam. Overbevolking is in Nederland geen ’onderwerp’ meer. Bovendien zijn het de nationale regeringen die de gereedschappen hebben om er iets aan te doen. De Verenigde Naties vinden overbevolking een groot probleem en houden er mooie conferenties over, maar als er iets moet worden gedaan zijn de nationale regeringen aan zet. En die doen niets, Nederland voorop.”

Er wordt vaak tegen hem gezegd dat hij ’eigenlijk’ gelijk heeft, maar dat ’de tijd er nog niet rijp voor is.’ Gerbrands: „Door politici, vooral. Het doet me weleens denken aan dokter Meinsma, die in de jaren zestig al de voortrekker van de antirooklobby was. Meinsma is inmiddels allang dood. Die weet ook niet dat er inmiddels grote zwarte stickers op een pakje sigaretten zitten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden