Nog één nacht samen

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Fietsers halen me links en rechts in. Als een zwerm bijen omringen ze me, terwijl ik probeer mijn auto achteruit in te parkeren. Ik moet nog een stuk lopen naar het beganegrondappartement waar ik moet zijn. In zwierige letters staat op de deur de naam van een echtpaar geschreven.

Met dikke, rode ogen doet de vrouw open. "Ik wist dat hij zou gaan, maar ik ben toch verdrietig." In makkelijke kleren gaat ze me voor naar de woonkamer. Haar twee kinderen, een zoon en een dochter van begin veertig, schudden me vriendelijk de hand.

"Koffie, thee?" zegt de vrouw. Ze probeert de losse plukken die uit haar opgestoken haar zijn gesprongen, vast te maken. Het lukt niet.

"Thee, graag."

"Ik zet het wel, mam." De dochter loopt de keuken in.

"Mijn man was nog geen 65. Hij was al een tijd ziek. Afgelopen nacht is hij hier thuis overleden." Ze pakt haar zakdoek. "Het was een moeizaam ziekteproces. We hadden een eigen zaak in keukenartikelen. Die hebben we versneld overgedragen aan de kinderen." De zoon knikt bevestigend.

"Dat was niet de bedoeling, maar de ziekte van mijn man noodzaakte ons daartoe."

De dochter komt binnen met een kleurrijke theepot en bijbehorende mokken. Ze mengt zich in het gesprek. "Tijdens pa's ziekte is hij zich nog veel met de zaak blijven bemoeien. Hij bekommerde zich erom. Maar op een gegeven moment was hij te beroerd om er nog over in te zitten."

"Zo verdrietig als je je man zo ziet verliezen." Moeder huilt, zoon troost, dochter schenkt thee in. "We hebben altijd samen gewerkt in de zaak", zegt de vrouw. "Dag in, dag uit, 24 uur per dag waren we samen." Haar man ligt in de slaapkamer. In hun bed is hij vannacht overleden.

We nemen een slok thee. "Laten we beginnen", zegt de zoon. Kaart en kist zijn snel gekozen. Alles is duidelijk al vooraf besproken.

"Ik wil hem nog een nachtje thuis hebben", zegt de vrouw. "Morgen mag hij naar het uitvaartcentrum. Omdat we zo veel zakenrelaties hebben, verwachten we veel mensen voor de condoleance. Daar is het huis te klein voor."

"Zullen we hem zo dadelijk verzorgen?"

"Ja, dat moet wel gebeuren. Gewassen en gekleed. Maar u hoeft er niets extra's onder te leggen."

"We zullen een koeling moeten laten komen."

"Nee, dat wil ik niet. Hij blijft daar gewoon liggen."

"Maar we zullen toch een koeling moeten installeren."

"Nee", zegt ze definitief. Vragend kijk ik het drietal aan.

"Ik heb al die tijd dat hij ziek was bij hem gelegen, in hetzelfde bed", zegt de vrouw. "Ik wil nog één nacht met hem samen slapen, zonder koeling."

De zoon en dochter horen dit duidelijk voor het eerst. "Weet je dat wel zeker, ma?" vraagt de dochter. Moeder is onverbiddelijk. "Ja, dat is wat ik wil."

De volgende dag kom ik rond koffietijd terug. Mijn collega's staan te wachten voor de deur. Keurig gekleed en gekapt doet de vrouw de deur open. Er is niemand anders in huis. Samen lopen we naar de slaapkamer. In een netjes opgemaakt bed ligt de man. Ze buigt zich voorover en strijkt zijn haar glad.

"Het is goed geweest. Nu mag hij gaan."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden