Nog één keer macaroni

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Hij had gehoopt thuis te kunnen sterven. "Zijn gezondheid was zo slecht dat het er niet in zat", zegt de vrouw. De vlotte, sportieve zeventiger omhelst me. Haar make-up kan niet verbloemen dat ze veel heeft gehuild. Ik ken de familie.

Als ik de woonkamer in kom, zit het vriendelijke gezin op de roodleren bank dicht bij elkaar. De kinderen, twee dertigers, hebben de kleinkinderen elders ondergebracht.

"Papa was al een poosje ziek, maar ik ga hem zo missen", zegt de dochter.

"Uiteindelijk heeft hij euthanasie laten plegen. Hij is in het ziekenhuis gestorven." De zoon kijkt me verdrietig aan.

Normaal gesproken gaat een medewerker van ons bedrijf naar het gemeentehuis met de overlijdenspapieren van de dokter. In geval van euthanasie gaat de aangifte via justitie.

Op de glazen salontafel liggen foto's, de meeste keurig in fotoalbums. Ik zie de man lachend op de boeg van een zeilboot.

"Willen jullie hem, gezien de gedachte dat hij thuis wilde sterven, in huis opbaren?", vraag ik.

De L-vormige kamer is verzorgd ingericht.

"Dat vind ik een eng idee", zegt de vrouw.

"Hij kan in de poot van de L."

"Ik wil erover nadenken", zegt ze.

"Hij wilde gecremeerd worden", zegt de dochter. "Ik denk dat het druk wordt; papa kende zo veel mensen."

Op tafel ligt een foto die op de voorkant van de kaart moet komen. De man was een verwoed zeiler.

"Kun je het afschermen?", vraagt de vrouw plots. Ik zie haar kijken naar de hoek van de kamer.

"Ja, dat kan. Op kantoor hebben we verschillende kamerschermen."

Op de dag van de crematie is het koud. Een fijn laagje sneeuw kleurt de bomen en het gras wit. "Zijn we de laatste dagen toch samen geweest", zegt de vrouw als het deksel van de kist wordt gesloten.

Met een volgauto rijdt het gezin achter de rouwauto aan naar het crematorium. De aula kijkt uit over water. De vrouw en zoon verwijzen er in hun toespraak beiden naar.

De beste vriend van de overledene neemt het woord. De man van in de tachtig staat stevig achter de katheder. De twee waren bevriend sinds de kleuterschool.

"Tijdens de studiejaren zijn we elkaar even uit het oog verloren, maar in het uitgaanscircuit kwamen we elkaar weer tegen. De vriendschap werd hervat, ook onze vrouwen konden goed met elkaar opschieten."

Hij kijkt de vrouwen één voor één aan. "Elk jaar gingen we een week met zijn tweeën varen. Toen hij wist dat hij ongeneeslijk ziek was, vroeg hij mij om nog een laatste keer het water op te gaan."

Hij neemt even de tijd voordat hij verdergaat. "De emmer kant-en-klare macaroni ging weer mee. Die is handig, zei hij altijd. Macaroni kan warm, koud en als slaatje."

Er wordt gelachen.

De man kijkt op zijn papier. Ik zie zijn handen in het hout van de katheder knijpen. "We hebben herinneringen opgehaald en gesprekken gevoerd. Soms midden in de nacht. Wij zijn heren op leeftijd, dus wij moesten er vaak uit om te plassen. Dan stonden we op het dek in stilte in het donker te staren. Als we daarna weer in het krappe bed kropen, kwamen in de punt van het schip onze voeten bij elkaar. Zo lagen we nog een beetje pootje te vrijen."

De grap komt er met een samengeknepen stem uit.

Terwijl iedereen lacht, stromen bij hem de tranen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden