Nog een brief aan Anco: 'God is een persoon die naar ons omziet'

'Als je naar de sterren kijkt, zie je wat God gemaakt heeft.' Beeld thinkstock

Een sterrenkundige die zich uitlaat over het bestaan van God? Dat kon VU-theoloog Kees van der Kooi niet laten passeren. Ook hij schrijft een brief aan Anco (7) die wil weten of God bestaat. Zijn antwoord verschilt nogal.

Het antwoord aan Anco:

Beste Anco,


Je vraagt je af of God bestaat. Ik denk van wel. En hij is een persoon. Niet één die je aan kunt raken, of die maar op een plek tegelijk kan zijn. God gaat daar ver boven uit. Toch lijkt Hij wel wat op jou en mij, want Hij doet dingen en je kunt hem aanspreken. Meneer Barthel, van wie je vorige week een brief kreeg, denkt van niet. Hij bedoelt iets anders als hij het over 'God' heeft.

Als je naar de sterren kijkt, kom je God niet tegen, schrijft hij. Geen ruimtevaarder heeft hem ooit de hand geschud. Dat klopt natuurlijk. Maar: waar komen die sterren vandaan? Die zijn door God gemaakt. Als je naar de lucht kijkt, zie je dus niet God zelf, maar wel wat Hij gemaakt heeft. Dat geldt voor alles wat bestaat.

God was er eerder dan jij en ik, eerder zelfs dan het heelal. Hier zit het grootste verschil tussen mij en meneer Barthel. Want hij draait het om. Hij zegt: wij mensen zijn er het eerst. En als wij aardig zijn voor elkaar, dan is dat 'God'. God is bij hem eerder een woord voor 'goede dingen doen'. Nu wil God zeker dat we aardig zijn voor elkaar. In elke goede daad zie je iets van God. Maar dat is niet het hele verhaal. Tegen een goede daad kun je niet praten, laat staan dat-ie zelf iets zegt. Bij God is dat anders.

God laat merken dat Hij bestaat. De Bijbel vertelt hoe mensen iets van God ontdekten. Oude verhalen, waarvan we niet precies weten hoe ze zijn ontstaan. Maar ze leren ons wel iets belangrijks. God wilde dat wij mensen er zijn. Daarvoor heeft Hij de aarde gemaakt, met een dunne damprking eromheen. In dat enorme heelal met al zijn geheimen is dit precies een plek waar wij kunnen leven. Jij bent hier niet per ongeluk. Je bent hier met een bedoeling.

Daar wil ik nog wat over zeggen. Mensen doen niet alleen maar aardig tegen elkaar. Ze doen ook heel nare dingen. Dat is niet zoals God het bedoeld heeft.

Vergelijk het met voetbal. God trapt de bal en verwacht dat we die terugschieten. Je kunt er ook een potje van maken en aan de kant blijven staan. Dat is niet wat God wil. Helaas is dat wel wat er vaak gebeurt. Op een gegeven moment, toen de wedstrijd bijna verloren was, heeft God voor een oplossing gezorgd. Hij stuurde een speler het veld in die de wedstrijd de goede kant op trapte. Dat is Jezus. Als je vraagt naar God, wijs ik het liefst naar Jezus, Gods beste speler.

God is meer dan een mooi woord voor 'aardig zijn'. Hij bestaat en ziet naar ons om.

Het allerbeste,

Kees van der Kooi

Anco Beeld Erikjan Koopmans

Het antwoord aan volwassenen

1.
"Sterrenkundige Peter Barthel is in zijn brief aan Anco vriendelijk en beslist: 'God bestaat niet als een persoon die ver weg in de hemel woont. Hij bestaat in hoe jij en ik leven.' Daarmee is God verklaard als een geestelijke realiteit die zich voltrekt tussen mensen. God bestaat niet buiten deze wereld, maar is iets dat wij op sommige ervaringen plakken.

In 1992 gingen wij met ons gezin naar de VS. Het was de eerste keer dat onze kinderen vlogen. Onze tweede dochter, toen vijf, zei terwijl haar gordel werd vastgemaakt: 'Nu ga ik kijken of ik God zie'. Mensen moeten bij het ouder worden bijleren, voorstellingen bijstellen, zoals de voorstelling dat God een oude man met een baard is op een wolk, of alleen maar heel ver weg woont, als een ruimteschip dat we kunnen tegenkomen in de ruimte, onmetelijk ver boven ons.

Maar hoe zit het dan wel? Barthel trekt zijn conclusies wel erg snel. Wetenschappelijk gezien valt er weinig of niets van de bemoeienis van God te merken, stelt hij in de toelichting bij zijn brief. Hij trekt de grens precies: 'Of er een Schepper-God achter deze wereld zit kunnen we bewijzen noch uitsluiten'. Om die gedachte in het vervolg met kracht uit te sluiten. Zo stelt hij dat geloof in een helpende of zorgende God niets meer is dan een persoonlijk gevoel. 'Niets meer'? Waar komt die beperkende kwalificatie vandaan? Dat is toch zeker niet gebaseerd op de wetenschap? Wat is de bron van een dergelijke bewering?

Nog zo'n stevige uitspraak: 'Wetenschap gaat over de feiten, spiritualiteit voegt daar betekenis aan toe. Die ontstaat uit de verwondering.' Wat bedoelt hij precies? Is onze verwondering bron van betekenis, of hebben de dingen betekenis? Inderdaad een lastig filosofisch probleem, maar hier wordt wel heel snel positie betrokken."

2.
"Barthel citeert de theoloog Harry Kuitert: 'Eerst was er niets, dan komen er mensen, dan mensen met meningen, dan religieuze meningen, dan goden en toen God'. Godsdiensthistorisch mag dat waar zijn. Maar om van een dergelijke historische uitspraak een normatieve theologische uitspraak te maken is een categoriefout. Als student leerde ik dit - van Kuitert. Het is hetzelfde als zeggen: eerst was er niets, toen waren er mensen, toen was er wiskunde, toen gold p is ongelijk aan -p.

De discussie komt natuurlijk neer op de vraag of wij als mensen zelf betekenisverleners zijn, of dat wij betekenis verlenen omdat we betekenis vernemen. Zijn we constructeurs van betekenis en zin of zijn we ontvangers, recipiënten? Barthel laveert tussen beide. Soms heeft hij het over geest met een kleine letter, later over de Geest van het heelal."

3.
"In de toelichting bij zijn brief zegt Barthel: 'Het doel van deze wereld is dat haar bewoners tot hun recht komen. En wij zijn daarbij de handen van God.' Dat is binnen de christelijke geloofsleer geen nieuwe gedachte. Het is een heel oude overtuiging van de christelijke kerk dat het doel van God is dat mensen tot hun recht komen. In de Middeleeuwen hadden ze het er zelfs over dat Gods doel met de mens niets minder is dan zijn geluk. Het hoogste geluk werd beschreven als de nabijheid tot God. En die nabijheid was niet alleen een kwestie van later, maar ook van hier. Het geheim van alle ware humaniteit is God. God is de bron van al het ware en goede. Niets nieuws onder de zon dus wanneer de jonge Anco wordt verteld dat als we iets willen doen voor kinderen die in armoede of honger leven of naar elkaar willen omzien, dit met God te maken heeft. God wil deze wereld en mensen bewonen als een huis. Dat vieren we in de kerk met Pinksteren."

4.
"De zegslieden die Barthel opvoert hebben zich zonder uitzondering gevoegd in het koor van hen die God zien als een immanente kracht of drijfveer in de geschiedenis van de kosmos. Het betekent dat God niet meer een ander of de Ander is, die aangesproken kan worden, een U of Gij die eerst spreekt en uitdaagt. Gebed is geworden tot zelfgesprek, tot innerlijke meditatie. Dat kan natuurlijk, het is een spiritueel pad dat door velen gegaan wordt en het is al veel meer dan een sterrenkundige op grond van zijn vak kan zeggen. Chapeau!

Maar hoe komt het dan toch dat in de geschiedenis van het Joodse volk, de christelijke kerk en de islam sprake is van een hardnekkig geloof in God als de Ander die aan te spreken valt? Wat is de bron? Moeten de mensen die dat geloven nodig eens bijgepraat worden? Of zou het kunnen zijn dat zich in de loop van de menselijke geschiedenis, in die paar laatste seconden van de kosmologische tijd, bronnen hebben geopend die zich niet enkel laten herleiden tot een immanente kracht, maar tot een Stem, een Woord, dat werkelijk van een andere kant komt? Een pijl van de andere oever? Het zou tevens betekenen dat die stem ten diepste niet afhankelijk is van mijn horen. Die pijl komt in eigen kracht en verwondt me."

5.
"Ja, Gods doel is dat mensen naar elkaar omzien. Dus je kunt hem zien in daden van goedheid. Maar dat is niet het hele verhaal. De Bijbel vertelt ons ook dat God het lastig heeft om dit doel te halen. Om dat te zien hoef je trouwens de Bijbel niet te lezen; een blik op de kranten is genoeg. Mensen werken vaak niet mee, houden de deur dicht. Ook al zijn ze bedoeld als de handen van God, zoals Barthel bij Klaas Hendrikse heeft gelezen. God doet verder niks, zegt Hendrikse, en Barthel zegt het hem na.

Dat lijkt mij een tamelijk deprimerende boodschap. God staat dus met lamme handjes wanneer die mens niet meewerkt. Ik heb moeite met moderne theologen die beweren dat 'God' een kwalificatie is die wíj verlenen en enkel zijn bestaan heeft in ons. Nogmaals, godsdiensthistorisch mag dat aannemelijk zijn, maar theologisch valt daar nog wat anders over te zeggen. God valt niet samen met mij of ons. Goddank niet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden