Nog altijd veel doden in Congo

(Novum/Ap) - Vijf jaar relatieve rust en stabiliteit in Congo hebben niet geholpen de menselijke nood tengevolge van de jaren van oorlog die het land heeft gekend, te verminderen. Nog altijd sterven in Congo elke maand 45.000 mensen - een verhouding van 2,2 op duizend - tengevolge van de verwoesting, ziekten en honger die de burgeroorlog van 1998-2002 teweeg heeft gebracht. Dat zeggen de hulpverleningsorganisatie International Rescue Comittee (IRC) en een Australisch instituut voor onderzoek naar besmettelijke ziekten in een dinsdag uitgebracht rapport. In 2004, de vorige keer dat de organisaties de sterfte onder de bijna 66 miljoen Congolezen onderzochten, was het cijfer ongeveer gelijk.

"Officieel, op papier, liep de oorlog in 2002 af", zei Rick Brennan, een van de opstellers van het rapport. Waarmee hij wil zeggen dat het leven van de Congolezen er in de praktijk niet op vooruit is gegaan sinds de beëindiging van de burgeroorlog en het aantreden van een democratisch gekozen president na historische verkiezingen in 2006.

De sterfte in Congo ligt zo'n 60 procent hoger dan het gemiddelde voor Afrika bezuiden de Sahara. Daarmee is het land een afschrikwekkend voorbeeld van de duurzame verwoesting die een langdurige burgeroorlog met zich meebrengt, zeggen deskundigen.

Het IRC schat dat 5,4 miljoen Congolezen tussen 1998 en april 2007 zijn omgekomen tengevolge van de oorlog, vooral door ziekten en voedseltekorten die de strijd veroorzaakte. Ongeveer 727.000 van deze 'afgeleide' slachtoffers vielen na 2004. Verreweg de meesten bezweken aan malaria, diarree, longontsteking of ondervoeding, aldus het rapport. Veel kinderen stierven aan gemakkelijk te behandelen ziekten als mazelen en kinkhoest.

Het hoge dodental kan niet worden herleid tot de nog aanhoudende gevechten in het oosten van Congo. Het afgelegen oosten, vaak een bron van instabiliteit in Congo, boekte voor de onderzochte periode juist een lager sterftecijfer dan daarvoor. Volgens Brennan is dat te danken aan het opvoeren van het aantal VN-militairen in het gebied en inspanningen van hulporganisaties om de humanitaire nood onder de honderdduizenden vluchtelingen te lenigen. De VN-vredesmacht in Oost-Congo, die thans 18.000 manschappen telt, arriveerde na de beëindiging van de burgeroorlog van 1998-2002, waar op het laatst zes buurlanden bij betrokken raakten.

Op dit moment zijn de oostelijke krijgsheren en afgevaardigden van de regering in Goma bezig de laatste hand te leggen aan een vredesverdrag dat ook de strijd in het oosten moet beëindigen. Maandag lieten de partijen weten het in principe eens te zijn geworden. Waarnemers zeiden te vrezen dat de overgebleven details opnieuw struikelblokken zullen blijken te zijn. Volgens Anneke van Woudenberg, een onderzoekster van de mensenrechtengroep Human Rights Watch, biedt dit moment echter de beste kans op vrede tot nu toe.

Het bevolkingsonderzoek in Congo, waarvan nu vijf rondes hebben plaatsgevonden, is een vrij unieke onderneming omdat het laat zien welke gevolgen een oorlog heeft in een land zo groot als West-Europa maar zonder de Europese infrastructuur. De onderzoekers bezochten 14.000 steekproefsgewijze uitgezochte huishoudens verspreid over de elf provincies van Congo. Soms moesten ze een dag reizen en daarna nog een berg beklimmen om afgelegen dorpjes te bereiken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden