Nog altijd subcultuur

Het zomernummer van het literaire Hollands Maandblad is vrijwel geheel gewijd aan popmuziek. Dat is bijzonder. Bijzonder omdat het blad, net als De Gids, altijd het karakter van een gedistingeerd herentijdschrift heeft behouden. Dat is te danken aan K. L. Poll, die het vanaf de oprichting in 1959 tot en met zijn overlijden in 1990 bewaakte voor al te veel moderniteiten. Poll vocht voor de Kunst met een Grote K en hoedde de literatuur voor al te veel populisme en joligheid. Vandaar ook de gedachte dat het leven voor 'K. L. Polletje vooral geen lolletje' moest wezen, zoals Komrij ooit schreef.

PETER SIERKSMA

En nu zit ik met dat tijdschrift voor mijn neus en moet ik aan hem denken. Zou Poll de pop wel tot de kunsten hebben gerekend? En zo ja, zou hij daar een heel themanummer aan hebben gewijd? Stel van wel, dan zou hij zich vast gevonden hebben in het stukje 'De daverdreun' van Maarten 't Hart. Maarten heeft het niet zo op popmuziek. Het is herrie en er is in de hele popgeschiedenis dan ook maar één nummer gemaakt dat de moeite enigszins waard is: 'A whiter shade of pale' van Procol Harum - de muziek is dan ook (hoe kan het anders!) gepikt van Bach. Een bewerking van de inleidende sinfonia van de 156e cantate.

Popmuziek is primitief, vindt 't Hart. Als je niet beter wist, had hij ook nog de eerste alinea van het overzicht over pop in de literatuur ('Omgevallen platenkasten') van Karin Spaink geschreven: “Popmuziek is even alomvattend als mode, even alomtegenwoordig als reclame en even hinderlijk aanwezig als hondepoep.” Maar Spaink geeft haar artikel al snel een andere wending. Zo alomtegenwoordig pop in het dagelijks leven is, zo afwezig is ze in de moderne letterkunde. Dat is vreemd, zegt ze. En ze heeft gelijk. Ze betreurt het ook een beetje, het gebrek aan 'straatlawaai' in de moderne roman. Als uitzonderingen noemt Spaink met name de Amerikaanse 'brat pack'-generatie. Bret Easton Ellis, Jay Mc Inerney en Tama Janowitz; zij schrijven er wel over. Maar (en dat tekent de plaats van de pop ook weer binnen de kunsten) vooral omdat ze zelf deel van uitmaakten van een soort alternatieve popcultuur. In Nederland is het niet anders: Robert Vernooy, Joost Zwagerman, Herman Brusselmans en het duo Bril & Van Weelden. Daar blijft het ongeveer bij.

Ik vraag me af: waarom? Is pop dan nog altijd subcultuur - alleen maar goed voor boeken die veel ernst en schoonheid missen omdat ze opgaan in de bravoure van het zegel waar de pop nu eenmaal voor staat, namelijk 'sex, drugs en rock'n roll'? Wie de meeste 'popboeken' leest, moet haast denken van wel. Incrowd humor, populaire taal en weinig afstand zetten meestal de toon. En die gaat snel vervelen. Aan de andere kant: niet voor niets is pop altijd in de eerste plaats een uiting van 'tegencultuur' geweest. Pop predikt de vrijheid. In alles. Voeg daarbij het paradoxale fenomeen dat de popcultuur behalve experiment van een voorhoede vooral ook is aangeslagen bij de massa, en iedereen begrijpt dat je uit die hoek moeilijk een afgepast en netjes Poll-proza kunt verwachten.

Toch is dat laatste jammer, vind ik. Want waarom kan er wel lyrisch en op hoog niveau over jazz geschreven worden en niet over pop? Ik bedoel: waar blijven de Jan Hanlo's, de K. Schippersen en de Henk Romijn Meijers in Hollands Maandbladen? En de essays? Bastiaan Bommeljé (NRC) en de Utrechtse historicus Hans Righart doen aardige pogingen, maar blijven worstelen met de toon en zeker de laatste lukt het niet het evenwicht te vinden. Maar ergens op dat wankele koord van geschiedbeschouwing en persoonlijke ervaring, schrijft Righart: 'Eerlijk gezegd zou ik niet weten hoe anders dan autobiografisch over pop te schrijven. De jaarringen van mijn ziel zijn ingekerfd door muziek.'

Dat raakt de kern! Dat is al heel wat meer dan de krampachtigheid waarmee filosoof en muziekkenner Peter Wesley even verderop Poll in zijn graf doet omdraaien met een tekstje dat bol staat van gewichtigheid ('Ik begin met een terminologische kwestie... In mijn 'Liever evolutie' heb ik aangetoond...' - braak) waarmee hij de hemel van de culturele volwassenheid lijkt te willen binnenstieren. Nee, dan voorlopig nog maar liever wat meer 'dirty words (they make us look so dumb)' of 'modern history on the third floor' zoals Blur en The Auteurs op mijn walkman om de beurt het hardste mogen zingen. Wie weet komt dan de rest vanzelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden