Nog altijd strijdt de paus tegen modernisering

Na 28 jaar Trouw zwaait religieredacteur Pieter van der Ven af. In zijn laatste bijdrage blikt hij terug op honderd jaar modernisme én anti-modernisme in de rooms-katholieke kerk.

Ademloos hingen ze aan de lippen van de baron. Natuurlijk had Christus de kerk niet gesticht of de eucharistie ingesteld: dat had Paulus gedaan, of het was zo gegroeid, zo had hij hen vurig uitgelegd. Niets was er écht waar, zei hij. Maar dat niets is juist zo geweldig en vervoerend. En zo zag je diezelfde baron haast dagelijks intens en vroom in de mis zitten.

Tegenwoordig zijn we gewend dat iedereen naar hartenlust zijn eigen geloof bijeen sprokkelt, zich laat meeslepen door een gevoel, een mysterie dat je overweldigt, door uitbundige gospelzang, door ‘iets’ of ‘Iets”. Zelfs de meest rechtzinnigen lijken alleen maar loyaal aan kerk en geloofsovertuiging als het in hun kraam te pas komt.

Maar de baron voor wie objectieve, eeuwige waarheden niets betekenden en die toch religieuze passie heel ernstig nam was bepaald geen tijdgenoot. Friedrich von Hügel (1852-1925), een rooms-katholieke, in Engeland wonende ‘leek’ van Oostenrijkse adel en invloedrijk geestelijk auteur, was een ‘modernist’.

Honderd jaar geleden ontketende (de heilige) Pius X (paus van 1903-1914) een heksenjacht tegen katholieken die de beweging van het modernisme aanhingen of die ervan verdacht werden ermee te sympathiseren – en de eerste klap was een daalder waard en de bewijslast rustte bij de verdachten. Een lijst van 65 ‘dwalingen’ (Lamentabili) en de encycliek Pascendi Dominici Gregis van 8 september 1907 zetten het uiteen en troffen maatregelen tegen deze ‘vijfde colonne’.

Modernistische dwalingen waren bijvoorbeeld: kerkelijk censuur moet niet gelden voor kritisch onderzoek naar de Schrift; dogma’s en sacramenten zijn niet uit de hemel gevallen; de kerk staat vijandig tegenover de moderne wetenschap; zij moet opvattingen over schepping, openbaring, menswording, verlossing en wonderen in het licht van wetenschappelijke vooruitgang opnieuw formuleren; de christelijke leer was aanvankelijk joods en heeft zich gaandeweg ontwikkeld.

Reken onder ’modernistische’ opvattingen ook de nadruk op het subjectieve, de eigen ervaring in de religie, vragen en twijfel contra zekerheid – Europese protestanten hadden dat pad in de negentiende eeuw al geëffend. Ook rees onder enkele katholieke modernisten de eerste kritiek op het priestercelibaat. Bij beste weten waren moderne gedachten over vrouwelijke priesters of over homoseksualiteit ook bij hen toen nog absoluut niet in het vizier.

Pius X was een heilig man, vroom, eenvoudig, wars van kuiperij en diplomatie. Pius had niets met de boosting wetenschap van zijn dagen. Hij vreesde bisschoppen en theologen die dachten buiten de kerk iets te kunnen leren. Hij wantrouwde de jezuïeten die zo knap waren en wilden discussiëren, want waar argumenten tellen ligt ook altijd het compromis op de loer. Katholieken die democratie, tolerantie, de scheiding van kerk en staat positief begroetten, ze waren hem een gruwel.

Pius zag trouwens de hele wereld ten onder gaan aan atheïsme, zedenverval, universitaire hybris, de macht van joden en vrijmetselaars, één grote samenzwering van Darwin, Faust en Freud. De geschiedenis gaf hem in zekere zin gelijk: kort voor zijn dood stortte Europa zich in de Grote Oorlog met zijn miljoenen doden.

De hemel weet hoe het was gelopen als Pius X vrijmoedig en met allure als leider van zijn kerk en ‘allen van goede wil’ het tij tegen de oorlog met een non possumus had proberen te keren.

Maar in zijn ‘Pascendi’ zette hij de toon voor de interne, giftige kerkoorlog. Al op de allereerste bladzijde krijgen de verdachten heel wat meer over zich heen dan bezorgde kritiek op hun leringen: zij deugen zelf niet. Het zijn ‘holle praters en verleiders’, ‘anderen misleidend’, ‘vijanden van het kruis’, ‘kwaadstichters’, ‘allerverderfelijkste vijanden van de kerk’, ‘niets is voor hen te sluw of kwaadaardig’, ‘aldus filosoferend of beter gezegd raaskallend zijn zij nog niet aan het einde’.

Voor baron Von Hügel vielen de gevolgen van Pius’ strijd mee, vooral omdat hij van chique familie was en bovendien maar een ‘leek’. Andere coryfeeën als de Franse (ex)priester Alfred Loisy en de Ierse (ex)jezuïet George Tyrell werden de kerk uit gedreven.

Pius X vond atheïsten en twijfelaars buiten zijn kerk niet half zo erg als diegenen die hij binnenin als boktorren en betonrot de fundamenten en het gebint zag aantasten. Hij zwoer bij zijn kerk als hecht bouwwerk van onfeilbare waarheid, zocht voor zijn gelovigen het heil in meer devoties en communies. Hij was panisch voor een wereldkerk van muziek en poëzie, van verheven schoonheid en zwijgen en beschouwing, waarin waarheid en vrijheid meegaan met de mens en zijn geschiedenis.

Honderd jaar geleden dacht zeker paus Pius X bij die verschrikkelijke modernisten helemaal niet aan Nederland. Wel zetelde hier een zelfbenoemde, tweederangs opgewonden standje in de persoon van journalist en priester M.A. Thompson van De Maasbode. Jarenlang hielp hij nog mensen vele maatjes groter dan hijzelf de carrière breken, zoals de Limburgse bijbelgeleerde dr. Henri Poels.

’Pascendi’ vormde, mag je zeggen, een dieptepunt in officieel pauselijk schrijven. De term ‘heksenjacht’ is geen uitdrukking achteraf maar van toen, gebruikt door een bijna-slachtoffer, aartsbisschop Andrea Ferrari van Milaan. De Zwarte Terreur, werd de periode genoemd, zeker toen Pius zijn systeem vervolmaakte met geheime ‘Raden van Waakzaamheid’. Pius’ opvolger Benedictus XV maakte schielijk een einde aan wat in zeven jaar van encycliek tot klikfabriek, laster en schrikbewind verworden was.

Het eind van het liedje was dat ‘Pascendi’ zeer effectief was: de ontwikkeling van de rooms-katholieke theologie en bijbelwetenschap raakte tientallen jaren achterop. Pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw durfden enkelen met hun ‘Nouvelle Théologie’ de draad weer op te pakken en zij waren toen eigenlijk nog te vroeg. In de jaren zestig na het Tweede Vaticaans Concilie sprak je gegeneerd of meewarig over de hetze van toen. De ‘antimodernisteneed’ werd afgeschaft, net als de ‘index’ van verboden boeken.

Sommigen hebben de ondergang van ‘Pascendi’ luidkeels betreurd. Bisschop Marcel Lefebvre had er in 1988 zelfs een schisma voor over om zich eraan vast te klampen, tegen de modernistische complotten die hij in zijn kerk aan het werk zag in het Vaticaans Concilie en daarna. Een bisschop van deze ‘Fraternité van de H. Pius X’, Richard Williamson, zal niet rusten vóór de dwalende kerk van Rome tot inzicht komt en radicaal terugkeert tot ‘Pascendi’ of naar de kerk zoals deze in de jaren vijftig van de vorige eeuw nog was. Een paar weken geleden wierp paus Benedictus XVI de Fraternité een bot toe: de oude mis mag weer – met Latijn en oude formulieren en de ‘rug naar het volk’. Maar Williamson laat zich niet bij de neus nemen. In augustus schreef hij op zijn weblog: die mis is niet genoeg „om traditionele katholieken terug te voeren naar het drijfzand van de conciliekerk’’.

Trouwens, de theoloog Jozef Ratzinger, alias paus Benedictus XVI, zou én voor Pius X én voor de ‘Fraternité Pius X’ hangen voor zijn modernistische denkbeelden.

Extreem? Zeker. Maar zo’n dertig jaar geleden geloofden maar weinigen dat de antimodernisteneed voor bisschoppen en godgeleerden weer terug zou keren. Dat geheime dossiers met elke snipper publicatie weer zouden worden aangelegd. Dat theologen voortaan niet alleen meer voor straf van katholieke faculteiten zouden worden verwijderd, maar daar zelfs niet aan de bak komen wegens schimmige zaken van hun leer en leven. Inzage van dossiers voor de betrokkene? Mogelijkheid van een fair beroep? Er zou opnieuw een Berlijnse Muur moeten vallen.

Er is een reuze verschil tussen de paus van 1907 en die van 2007, vooral in intellectuele capaciteit en ambitie. Maar de overeenkomsten zijn misschien wel even groot: wantrouwen tegen een wereld die alleen luxe en genot en ongebreidelde vrijheid wil, geen God of Christus, geen lijden of gehoorzaamheid.

Voor Pius X waren de modernisten nog een minderheid die het grote kerkvolk bedreigde. Voor Benedictus XVI is het erger: zelfs in zijn lege kerkbanken vormen de liefhebbers van spiritualiteit à la carte, degenen die prima zelf uitmaken wat goed en kwaad is, de meerderheid. ‘Modernisten’ noemen dezen zich niet, als ze het woord al kennen, want ze zijn gewoon als die anderen, geen voorlopers. Ze denken en voelen ruim over geldige sacramenten, vrouwelijke priesters, celibaat, protestanten die willen meedoen en over wat er allemaal tussen man en vrouw – of man en man, vrouw en vrouw – mag.

Intussen kost het steeds meer moeite om voor deze (afkalvende) kudde de nodige tegendraadse, ongehuwde ambtsdragers te vinden, mannen die wél de onversneden heilige waarheid durven uitdragen, de Bijbel en catechismus van kaft tot kaft. Spaarzaam worden ze gevonden, jonge pastoors, helaas nooit meer zoals vroeger geloogd en gerijpt bij lastige bromberen of oude rotten in het vak. Nu luiden ze trots hun waarheid en hun gelijk om 7.15 uur en dromen ze van een martelaarschap of van een celstraf voor zichzelf als alter Christus.

Dit jaar gaat kardinaal Simonis, aartsbisschop van Utrecht, met pensioen, naar de mens gesproken. Over zijn opvolging wordt allang gespeculeerd, namen gaan rond, maar welke vijftiger in de clerus brengt nog de statuur mee van een Alfrink, Suenens, Suhard of Basil Hume – of onder de levenden van een Danneels uit Mechelen of Antonelli uit Florence, die op zo’n positie thuishoort? Of zijn ze tevreden met iemand die vooral vriendelijk is of juist hard? Je weet het niet. Eerlijk deze week gedroomd, want zo’n artikeltje zit in je kop: het wordt tot verbazing van iedereen een Amerikaan, een zwarte, uit Chicago om precies te zijn, en hij schijnt echt mee te vallen. Helaas werd er geen naam doorgegeven.

En zo zwaait deze dromer op de dag van zijn eigen afscheid als religiejournalist bij Trouw vanuit de laagte van een krantenpagina omhoog naar zijn mede-pensionado op de zetel van Utrecht. Beiden hebben op eigen wijze hun desillusies geoogst, misschien ook zegeningen geteld, mensen gekwetst, getroost, gediend. Beiden zullen niet rouwig zijn dat een ander zich voor de taak, de Taak omgordt.

Ruim 25 jaar arbeid bij een krant over zo’n gevoelig onderwerp als de kerk, de rooms-katholieke met name, levert veel contacten op, stapels brieven ook, in een waaier van hartverwarmend proza en al even onverdiend gescheld – het meeste ertussenin. Geen brief bleef ongelezen. Voor de lezers van deze pagina en die nijvere scribenten een gemeende groet. Op deze honderdste verjaardag van ‘Pascendi’ denk ik als stichtend voorbeeld aan baron Von Hügel die onfeilbaarheid relativeerde maar religieuze passie hoog had. Ik zal een grote kaars aansteken voor ieders welbevinden – met woordeloze beden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden