Nog altijd maagd

'Wie niet waagt, blijft altijd maagd.' Dat was een van de teksten die we op de middelbare school in elkaars schoolagenda's schreven. Het was een van onze grote angsten: maagd blijven tot je achttiende, je twintigste of nog later - wat in onze puberhoofden al redelijk begon te voelen als 'altijd' uit het verbasterde gezegde. De gemiddelde leeftijd van de eerste keer lag zo rond de zestien, zeventien jaar en daar wilde niemand al te ver boven zitten, dan was je een loser.

Mensen die de puberteit al enige tijd achter zich hebben gelaten, maar nog nooit seks hebben gehad, denken vaak dat ze de enigen zijn. Leeftijdsgenoten kregen wel verkering, gingen trouwen en kregen kinderen. In de kroeg waren er de sterke verhalen, op het werk de schuine moppen, in de bladen de oneindige stroom tips om je seksleven te verbeteren. Seks is overal.

Toch is er op dat beeld van de eenzame maagd wel af te dingen. Uit cijfers van de Rutgers Stichting blijkt dat zes procent van de mannen en vrouwen tussen de 30 en 35 jaar 'het' nog nooit gedaan heeft. In absolute aantallen gaat het om tienduizenden mensen in die leeftijdscategorie alleen al. Een substantiële minderheid dus.

En losers? Ook dat zit anders. Uit een grootschalig onderzoek dat in Vlaanderen werd verricht, kwam naar voren dat de helft van de 25+-maagden gelukkig was met zijn of haar situatie, een enkeling regelrecht trots. Ook uit mijn eigen bescheiden inventarisatie bleek: hoewel sommige mannen en vrouwen liever wel seks zouden hebben gehad, is iedereen blij nog nooit iets te hebben gedaan tegen zijn zin in.

Ondanks het levensgrote taboe waren enkele mensen bereid hun verhaal te vertellen en op de foto te gaan - zij het anoniem.

ROY (28)

Ik spring nog liever in een zwembad met koeienvlaai dan dat ik seks zou hebben. Al sinds mijn eerste kennismaking met het concept seks leek het me vooral enorm smerig. Toen ik seksuele voorlichting kreeg, was het alsof ze over aliens spraken. Ik kon me bijna niet voorstellen dat het ging over de soort waar ikzelf toe behoorde. Klasgenoten die grappige toespelingen maakten op geslachtsdelen, vond ik oervervelend. Ik had daar niks mee.

Aan mensen die wel seksuele gevoelens hebben, leg ik het altijd zo uit: stel je voor dat je een dier ziet aan de kant van de weg dat is aangereden en waarvan de darmen eruit liggen. Onsmakelijk toch? Nou, zo heb ik altijd over seks gedacht: ik walg ervan. Wat anderen doen moeten ze zelf weten. Als mijn beste vriend mee zou doen met een gigantische seksorgie, dan zou ik dat gewoon van hem accepteren. Het is alleen dat ik zelf niet blootgesteld wil worden aan naakte lichamen, ontblote geslachtsdelen en seks. Ik ken de fysieke reactie die een man kan hebben wel, maar die ervaar ik als andere lichamelijke ongemakken, zoiets als irritante jeuk.

Toen ik als twintiger een filmpje zag over aseksualiteit, herkende ik dat. Dat was het dus. Een geaardheid zoals hetero, homo of bi. Niets om je voor te schamen.

Ik las erover op AVEN, een internationaal forum over dit onderwerp, en vertelde het aan een paar vrienden en nog weer later aan mijn ouders. Bijna iedereen had er begrip voor. Natuurlijk moet je niets tegen je zin in doen, vinden ze. Maar echt begrijpen doen ze het niet. 'Als je eenmaal iemand ontmoet,' zeggen ze bijvoorbeeld, 'dan gaat dat vanzelf wel over.'

In het verleden heb ik meerdere malen verliefde gevoelens gehad voor vrouwen. Waarom precies vrouwen, kan ik niet verklaren, maar bij mannen gebeurde het gewoonweg nooit. Ik sta best open voor een relatie, om iemand te hebben met wie je alles kunt delen, die jouw eigenaardigheden kan verdragen en dat je elkaar aanvult. Knuffelen zou daar een onderdeel van kunnen zijn, als uiting van affectie, maar tongzoenen: gadver, nee, dat niet.

Toch ben ik niet actief op zoek naar een partner. Als single vermaak ik me prima en de kans dat ik in de kroeg of via een datingsite een gelijkgestemde ontmoet, is erg klein, want slechts één procent van de bevolking is aseksueel. Vroeger zag ik seks in een relatie nog als een salade die je bij het eten krijgt: als extraatje voor degenen die ervan houden. Maar inmiddels zie ik in dat seks een van de dragende ingrediënten is van de hoofdmaaltijd. Je kunt die niet zomaar weglaten. Kinderen zijn ook niet aan me besteed. Ik geniet liever van mijn vrijheid. Zo wil ik graag naar Japan, naar Kyoto waar een heel park gewijd schijnt te zijn aan historische films, en in Tokio wil ik naar wijken waar mensen erbij lopen als hun superhelden.

Mensen vragen weleens: 'Hoe weet je nou dat het vies is zonder het ooit geprobeerd te hebben?' Dan vraag ik wat ze van het idee zouden vinden om een naaktslak over hun tong te laten kruipen. 'Zie je nou', zeg ik dan als ze zichtbaar huiveren, 'je hoeft niet altijd iets te ervaren om te weten dat je het niet wilt.' Dan vragen ze meestal niet verder."

ROOS (40) 

Ik heb weleens een gesprek opgevangen van twee mensen die het hadden over een gemeenschappelijke kennis. 'Ik ben benieuwd hoe zijn liefdesleven eruitziet', giebelde de een. 'Vast niet heel spectaculair', gokte de ander. En zo ging het maar door: 'Zou hij ooit weleens met een meisje zijn geweest?' 'Ik denk het niet.' 'Echt zielig!' 'Misschien is-ie wel homo!'

Ik wist: dit gaat over iemand zoals ik. Over iemand die het nog nooit gedaan heeft. Die vraag of ik lesbisch ben, kan ik ook wel dromen. Maar nee, ik weet erg heel erg zeker dat ik van mannen houd. Of ik mezelf ook 'echt zielig' vind? Ja en nee tegelijk. Ik bedoel, ik heb een leuke baan in hartje Amsterdam, heb goede vrienden, ga naar het Concertgebouw en musea en ik volg lezingen over kunst en spiritualiteit. Ik sta midden in het leven, dus ik zie mezelf niet als sneu type. Maar ik heb het wel erg moeilijk met de situatie.

Mijn verlangen naar de liefde is groot. Ik verlang naar erkenning, veiligheid, troost en geborgenheid. Ik verlang naar het gevoel mooi en begeerlijk te zijn, naar aanraking, naar de blik van een man. Ik wil mezelf tonen om te weten of ik een man in betovering zou kunnen brengen. In mijn gedachtes zou hij me willen aanraken en strelen, zoenen en de liefde willen bedrijven.

Een man bij wie ik een tijdlang lezingen volgde, zei op een dag: 'Zonder seksuele energie ben je niets.' Dat kwam hard aan, juist doordat het de bevestiging was van wat ik eigenlijk al wist. Ik draag jurkjes, rokjes, hakjes, ben een zorgzaam type, en ik weet wat sensualiteit is. Als ik dans, bijvoorbeeld op zumba, kan ik me helemaal laten gaan: billen schudden, borsten, heupen, dan voel ik me op en top vrouw. Maar toch: ik bén het niet. Ik ben als vrouw onaf, zo zie ik dat. Pas als ik liefde heb gegeven of ontvangen, zou ik compleet zijn. Mijn vrienden zeggen altijd: 'Kijk dan toch eens op een datingsite', maar het staat me tegen om mezelf in de verkoop te zetten tegenover allerlei vreemde mannen. En zomaar een man uit de kroeg oppikken? Als ik ervaren zou zijn, zou ik dat best kunnen, denk ik. Maar zie je het al voor je welk scenario zich zou afspelen als ik een halfdronken kerel mee naar huis zou nemen? Dat ik in zo'n lichtzinnige setting die loodzware mededeling zou moeten doen? Met de dag wordt de situatie steeds beladener en de stap zetten almaar enger.

De laatste keer dat ik echt halsoverkop verliefd werd, compleet met blozen en stotteren, was in mijn tienerjaren op de middelbare school. Daarna heb ik nog driemaal gezoend met verschillende mannen. De eerste keer was in het buitenland, met de gids die onze reis begeleidde. Dat was op mijn 25ste. Het voelde raar, ongepast en hij was te gretig. Ook was hij een man met veel persoonlijke problemen. Hij wilde meer, maar ik kon alleen maar denken: toch zeker niet hier in dit weiland? Dan liever gewoon in een bed, zeg. Maar dat kwam er niet meer van.

Onlangs ben ik toch mijn maagdenvlies verloren. Ik kwam bij de gynaecoloog en toen die voorstelde een inwendig onderzoek te verrichten, kreeg ik een hevige paniekaanval. Ze vroeg eerst beduusd of ik vroeger misschien iets naars had meegemaakt, en daarna: 'Maar u bent naar ik aanneem toch geen maagd meer?' Ik moest daar tweemaal bevestigend op antwoorden. Op mijn zevende was ik ongewenst betast. Ik kon het idee niet verdragen dat dat op mijn veertigste wéér zou gebeuren, en dat mijn schoot in de hele tussenliggende periode geen liefde had gekend. Alles in mijn lichaam gilde 'nee' tegen dat inwendig onderzoek.

Uiteindelijk ben ik onder volledige narcose onderzocht, wat een goede oplossing was. Maar de gedachte dat ik technisch gezien ontmaagd ben in zo'n steriele omgeving, vind ik nog altijd hartverscheurend.

Ik dacht altijd dat ik op mijn 25ste vier kinderen zou hebben, en die kinderwens is er nu op mijn veertigste niet minder op geworden. Toch is een zwangerschap via inseminatie voor mij geen optie. Niet alleen omdat ik een zwangerschap nog altijd zie als iets van een man en een vrouw samen, maar ook omdat ik vast vaak een beroep zou moeten doen op mijn ouders. Om hen zwaar te belasten met mijn kinderwens gaat me te ver. En buiten dat, het zou ook wel bizar zijn om zwanger te worden in mijn situatie? Wat word ik dan? De maagd Maria van de 21ste eeuw zeker."

MONIQUE (45)

"Wat vies!, riep de hele klas toen we seksuele voorlichting kregen op de lagere school. Alleen is die afkeer van seks bij de meeste klasgenoten in de loop van de jaren verdwenen, en bij mij is die gebleven.

Ik heb mezelf nog lang kunnen wijsmaken dat seks iets was voor later, maar ik werd een tiener, een twintiger, een dertiger - en de interesse voor het lichaam van een ander bleef uit. Ik had al weleens gehoord over 'aseksualiteit', maar stopte het weg - bang als ik was voor de gevolgen. Want als ik geen toekomst had met man en kinderen, hoe dan wel? Ik bleef mezelf daarom maar voorhouden: als ik de ware tegenkom, gebeurt het vanzelf.

Er gebeurde ook wel iets. In een café heb ik eens getongzoend met een jongen aan wie ik gekoppeld zou worden die avond. Alleen, of het nu de drank was, de stress of alleen dat zoenen, ik ben opgestaan, naar het toilet gelopen en over mijn nek gegaan.

In mijn studententijd belandde ik een keer met een huisgenoot in bed. Doordat ik al snel begon over de pil en dat ik die niet slikte, hebben we elkaar verder niet aangeraakt. Ik was blij en trots tegelijk: blij dat het niet hoefde, trots omdat ik intussen toch met iemand naar bed was geweest. Ik hoorde erbij! Hoewel ik een jaar of tien later nog twee maanden lang een vriendje heb gehad, was dat het dichtste bij seks dat ik ooit was.

Ergens tussen mijn dertigste en vijfendertigste kwam ik definitief uit de kast als aseksueel. Ik ontdekte in die tijd een internetforum over aseksualiteit, AVEN. De eerste maanden was ik er bijna verslaafd aan, het was een feest van herkenning. Ik bleek niet de enige te zijn die seks vies vond.

Mijn vader heb ik het verteld door hem een interview met een aseksueel te laten lezen dat in de VIVA stond. Ik zei erbij: dit gaat min of meer ook over mij. Mijn vader begreep het direct. Hij herkende het uit zijn eigen relatie. Ze hebben samen weliswaar vier kinderen gekregen, maar zo ging dat toen: je trouwde, kreeg kinderen, en daarvoor moest natuurlijk wel wat gebeuren, ook als je dat niet zo leuk vond om te doen. Mijn moeder zelf wuifde het weg: zoiets bestond niet.

Een psychologe die ik ooit sprak over mijn geaardheid, opperde eens op een terras te bedenken wie ik dan aantrekkelijk vond. Maar ik heb dat niet. Ik mag in de zomer graag een mooi jurkje aantrekken en genieten van bewonderende blikken, maar andersom zal ik nooit een kloppend hart krijgen van een wildvreemde man. Die psycholoog raadde me ook aan te experimenteren op seksueel gebied. Doe het eens een keer met jezelf, suggereerde ze.

Op een avond werd ik wakker en toen dacht ik: oké, laat ik het eens proberen. Toen heb ik een beetje gevoeld en gewreven. Ik vond het ergens wel prettig, maar niet zo van 'wauwie, dit ga ik vaker doen.'

Het enige wat ik weleens mis is iemand voor wie ik speciaal ben, en andersom, met wie je een echt 'samengevoel' hebt. Ik heb heel Azië doorkruist met groepsreizen, maar het lijkt me zo gezellig om een keer in een weekend op de bonnefooi een tentje achter in de auto te gooien en er samen op uit te gaan. Een enkele keer denk ik: was ik maar als iedereen, kon ik mezelf maar overgeven aan een relatie. Maar gegeven de situatie ben ik blij dat ik maagd ben. Ik heb niets hoeven doen waar ik geen zin in heb."

JOSÉ (58) 

Laatst droomde ik dat ik het zou gaan doen, maar net op het moment suprême zapte mijn droom door naar de volgende scène. Het was eruit geknipt, net als soms gebeurt in een Amerikaanse film. Jammer, dacht ik, nu weet ik nóg niet hoe het is.

Er gaat geen dag voorbij dat die maagdelijkheid niet door mijn hoofd spookt. Als ik op straat een zwangere vrouw zie, dan denk ik: die heeft het gedaan. Of als een vriendin vertelt over haar scharrels en de geweldige seks, probeer ik me daar een voorstelling van te maken: wat zou de ene seks beter maken dan de andere?

Mijn vriendinnen zeggen vaak: 'Je bent te kritisch', maar dat is het niet. Integendeel, ik heb best wat vriendjes gehad, maar ze pasten geen van allen bij me. Ik ontmoette ze via contactadvertenties: eerst uit de krant, later via datingsites. Daar kwam soms iets leuks uit, maar het bleef telkens in het vage. Dan zat ik met zo'n man te rummikuppen, en dacht: wat doe ik hier eigenlijk met jou? Eenmaal bleef er iemand slapen. Nadat hij me in de slaapkamer had gecomplimenteerd met mijn lichaam, vertelde ik dat ik nog maagd was. Hij was verbluft, en dat was het dan.

Natuurlijk heb ik me vaak afgevraagd: waarom heb ik het niet gewoon gedaan met een van die vriendjes? Maar ik voelde het steeds niet. Het is niet zo dat ik nooit opgewonden ben geweest; ik ben zelfs een paar keer onstuimig verliefd geweest, maar nooit op de mannen met wie ik verkering had. Op de momenten waarop het had kunnen gebeuren, voelde ik me vooral ongezien, alsof ik niet echt aanwezig was. Dan was zo'n man ongeïnteresseerd of juist ruw en onbehouwen. Het ging altijd om hem, waarbij ik dacht: waar ben ik eigenlijk in dit verhaal? Niet dat ik dat vrijen zelf idealiseer: er hoeven van mij echt geen kaarsjes om het bed te staan, maar er moet wel intimiteit zijn, iemand die rekening met mij houdt.

Hoewel ik het heel erg vind dat het nog nooit gebeurd is, heb ik er geen spijt van dat ik altijd naar mijn gevoel heb geluisterd. Laatst las ik dat de helft van de vrouwen een slechte eerste keer heeft gehad, met pijn en een hoop geklungel. Daar kan ik me iets bij voorstellen.

Ik heb altijd geleefd met het idee dat ik niet deugde. In mijn puberteit noemden de buurmeisjes me dik en lelijk. Ze zeiden: 'Een man zou jou in het donker nog niet pakken.' Zodra een man verliefd op me werd, sloeg de schrik me om het hart. Ik wilde zo iemand geen pijn doen, maar op toenadering zat ik evenmin te wachten. Sommige relaties hebben daardoor te lang geduurd.

Vorig jaar vond ik nog van mezelf dat ik best een fijn leventje had. Ik had net een turbulente periode van mantelzorgen achter de rug, wat ik met liefde deed, maar waarbij ik flink over mijn grenzen ben gegaan. Ik genoot heerlijk van de rust: een beetje Wordfeud spelen, koffie drinken met uitzicht op de tuin, 's middags een uurtje slapen, de hond uitlaten in het bos.

Maar nu ben ik toe aan een volgende halte in mijn leven. Hoe die eruitziet? Toch het liefst met een man. Eentje die me bij de hand neemt, de wereld in. Ik wil aandacht en warmte, lekker zoenen. Een man die zegt: 'Wat heb je toch een lekkere kont!' En dat ik op een vanzelfsprekende manier ergens bij hoor, net als vroeger thuis in ons gezin."

De echte namen van alle geïnterviewden zijn bij de redactie bekend.

INGE (35)

Mijn moeder zei het laatst nog: 'Als kind hield je al afstand'. En inderdaad, als ik als peuter op schoot werd genomen, riep ik: 'Af! Af!' Het was ook altijd erg druk in mijn hoofd. Dan fantaseerde ik over een leukere, dunnere, vrolijker versie van mezelf. Of ik was juist heel observerend. Dat ik een lichaam had, merkte ik soms niet eens.

Op mijn veertiende lag ik bijvoorbeeld een beetje te zoenen met een jongen die ik had ontmoet in het jeugdorkest waarin ik speelde. Ik weet bijna alles nog: het natuurgebied, het gras, hoe zijn hond daar rondscharrelde. Maar het zoenen zelf? Daar kan ik me nauwelijks iets van herinneren. Het ging langs me heen. Knuffelen vind ik nog steeds lastig, zelfs met mijn beste vriendin of mijn lieve zusje. Dan wil ik het wel, maar durf ik het initiatief niet goed te nemen.

Ik heb daar nooit veel achter gezocht, tot twee jaar geleden. Toen kreeg ik een burn-out. Ik had de liefde bekend aan een collega, wat me niet alleen kwam te staan op een afwijzing, maar uiteindelijk ook leidde tot mijn ontslag. Alsof dat niet pijnlijk genoeg was, kwam er ook verdriet naar boven waarvan ik de oorzaak niet kon verklaren. Bij het zoeken naar de bron van die pijn, stuitte ik op het boek 'Ik wou dat ik twee hondjes was' van Aranka Reeuwijk-Willems. Dat ik de helft van een tweeling was, heb ik altijd geweten, maar pas na mijn dertigste besefte ik wat een ingrijpende ervaring dat is geweest.

Verstrengeld zijn in de baarmoeder, ook al was dat maar voor even: intiemer kun je niet worden met een ander. Als zo'n band dan nog voor je geboorte wordt verbroken, is het niet zo vreemd dat daar een bindingsangst uit ontstaat. En een schuldgevoel bovendien, doordat ik te veel ruimte heb ingenomen in de baarmoeder, heb ik het wel gered en hij niet.

Vaak wil ik er liever niet zijn. Dan verstop ik me: achter dikke, lange kleding, met sjaaltjes. Vriendinnen zeggen vaak tegen me: 'Ik gun het je zo'. Hoewel ze het goed bedoelen, klinkt het toch alsof er iets mankeert aan mij, alsof ik een slachtoffer ben. Ik bedoel: zelf beleef ik veel plezier aan muziek maken, maar ik druk andere mensen toch ook geen instrument in handen? Ik hoef toch niet te doen wat de meerderheid doet? Als ik echt die maagdelijkheid van me af wil schudden, kan ik gewoon naar de kroeg gaan en het laten gebeuren. Maar het is altijd een keuze: ik doe het met de juiste persoon en anders liever niet. Die collega van toen zit nog altijd in mijn hoofd, al hebben we al twee jaar geen contact. Alles doet me aan hem denken: ik zie overal zijn auto of zijn fiets, en overal duikt zijn voornaam op - al is die zeldzaam. Hij had die juiste persoon kunnen zijn. Met hem had ik wellicht mijn gedachten stil kunnen zetten, me kunnen ontspannen en me kunnen overgeven aan die lichamelijkheid."

Met een knik naar twee meter aan dvd's: "Misschien kijk ik te veel romantische komedies, maar deze film is voor mij nog niet af. Ik blijf hopen op dat happy end."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden