'Noem niet alles wat gebeurt kindermishandeling'

Beeld anp

Niet inenten tegen mazelen, zonder ontbijt naar school, niet helpen met huiswerk en zelfs vechtscheidingen. Alles lijkt tegenwoordig onder kindermishandeling te vallen, stelt emeritus-hoogleraar Herman Baartman. Het gevolg: een veel te harde aanpak voor soms lichte problematiek.

In Nederland worden naar schatting jaarlijks 119.000 kinderen mishandeld. Dat komt neer op gemiddeld één mishandeld kind per Nederlandse schoolklas. Het kan daarbij ook gaan om emotionele en fysieke verwaarlozing of getuige zijn van huiselijk geweld.

Het ging ooit alleen om geweld of seksueel misbruik, maar 'kindermishandeling' is nu een containerbegrip geworden, zegt Baartman, die van 1988 tot 2005 hoogleraar Preventie en Hulpverlening inzake Kindermishandeling was aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Des te bonter de lading die het begrip kindermishandeling dekt, des te minder het richting geeft aan beleid en praktijk. "Ik bagatelliseer niets. Ik constateer alleen dat de variatie in aard en ernst enorm is."

Het begrip is breder geworden, het beleid is vernauwd, stelt Baartman, die vandaag de derde Mulock Houwer-lezing (van het Kinderrechtenhuis en het Nederlands Jeugdinstituut) verzorgt. "Het belang van drang en dwang wordt steeds meer benadrukt."

Angst
Als ouders kinderen zonder ontbijt en broodtrommeltje naar school sturen, kun je ze 'heropvoeden'. Als ze bont en blauw naar school gaan, moet je bellen naar het Advies- & Meldpunt Kindermishandeling. Maar door alles kindermishandeling te noemen is, uit angst voor de uitwassen ervan, de aanpak verhard. Het biedt minder ruimte voor de eerste oplossing en zet jeugdzorg klem.

De verharding begon na drama's zoals die rond het meisje van Nulde (2001), Savanna (2004) en het Maasmeisje (2006). Baartman: "Al die betrokken gezinnen waren in beeld bij jeugdzorg. Duidelijk werd dat veel begrip voor ouders en te veel vertrouwen op hun eigen kracht en die van hun netwerk, ervoor kan zorgen dat de kinderen over het hoofd worden gezien. Dat signalen van onveiligheid niet worden opgemerkt."

De huidige nadruk op veiligheid heeft geleid tot een vloed aan protocollen en regels, zegt Baartman. "De vraag is dan niet meer of je beslissingen als gezinsvoogd goed zijn, maar of ze conform de regels zijn. Dus ga je op safe spelen. Was jeugdzorg eerst beducht ten onrechte in te grijpen, nu is men vooral beducht ten onrechte niet in te grijpen."

Baartman zet uiteen dat het voor een gezinsvoogd moeilijk is een ouder vertrouwen te geven als er tegelijk angst is erop te worden afgerekend als het misgaat. Hij noemt het een illusie dat de jeugdzorg alles onder controle heeft, geen kindermishandeling of mogelijke gezinsdrama's over het hoofd mag zien en dus gefaald heeft als het ernstig misgaat. Het leidt volgens hem tot verkramping: "Ik bagatelliseer de incidenten niet, maar we mogen het werk in de jeugdzorg niet laten domineren door de angst."

Vertrouwen
"Een angstcultuur leidt tot wantrouwen; de bestuurder wantrouwt de manager, de manager de gezinsvoogd, de gezinsvoogd de ouder en de ouder de gezinsvoogd. Daar is niemand mee geholpen, en zeker het kind niet waar het om draait."

Maar hoe kun je ouders die hun kind mishandelen vertrouwen geven? Door aan te sluiten bij de wens van iedere ouder het goed te doen, zegt Baartman. "Door solidair te zijn met diens goede bedoelingen. Vanuit die solidariteit is het gemakkelijker te praten over hun fouten en ook voor ouders om daarop aangesproken te worden. En natuurlijk vraagt het veel vakmanschap en zelfvertrouwen van een gezinsvoogd om zowel een ouder te steunen als zorg te dragen voor de veiligheid van een kind."

Beeld Herman Baartman
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden