Nobelprijswinnaar strijdt tegen methaan

Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - Uit het Max Planck-instituut in Mainz en het Centrum voor landbouw en milieu in Utrecht kwam gisteren dezelfde boodschap tot de Tijdelijke commissie klimaatverandering van de Tweede Kamer: kijk nou ook eens naar methaan.

De boodschap uit Mainz kwam van prof. dr. Paul Crutzen, atmosfeerchemicus en Nobelprijswinnaar. De commissie was voelbaar vereerd met zijn aanwezigheid - hij was tot nu toe de enige gast van de commissie die te horen kreeg dat de voorzitter niet op een minuut keek - maar het zou ook wel heel vreemd zijn geweest om hem niet uit te nodigen. Crutzen verdiende zijn prijs met onderzoek naar de aantasting van de ozonlaag, een onderwerp dat net even naast dat van de klimaatcommissie ligt, maar daar staat tegenover dat hij vier jaar lang de klimaatcommissie van de Bundestag van advies voorzag.

Expansie

“De concentratie van CO2, methaan en lachgas neemt voortdurend toe. Het is moeilijk je aan de indruk te onttrekken dat dit iets te maken heeft met de expansie van het menselijk ras op de aarde. En de logische verwachting is, dat het als gevolg van die toename op aarde warmer zal worden. Ik heb moeite om mensen te begrijpen die dat ontkennen.”

Hoewel de meeste aandacht in de discussies rond het broeikaseffect uitgaat naar CO2, het gas dat vrijkomt bij energiewinning door verbranding, zou volgens Crutzen methaan ('moerasgas', CH4 op korte termijn de aandacht van beleidsmakers en onderzoekers verdienen. Er zit veel minder methaan dan CO2 in de atmosfeer, maar methaan is wel een twintig keer zo effectief broeikasgas. Per saldo is de bijdrage van CO2 belangrijker, maar de hoeveelheid methaan is volgens Crutzen weer gemakkelijker terug te dringen.

Crutzen: “Het komt zowel bij de winning van fossiele brandstoffen vrij als bij akkerbouw en veeteelt. Om de hoeveelheid methaan in de atmosfeer te stabiliseren is een vermindering van de emissies met vijftien procent nodig. Dat is haalbaar. Je kunt misschien rijst anders verbouwen, zo nu en dan het waterpeil in de rijstvelden laten zakken zodat de processen in de bodem anders verlopen. En is het noodzakelijk dat we zoveel vlees eten?”

Centraal stond voor Crutzen, dat maatregelen die de versterking door mensen van het broeikaseffect tegengaan ook andere voordelen moeten hebben, zodat er meer kans is dat er echt iets gedaan wordt. Daarom, lichtte hij na afloop van de hoorzitting toe, legt hij ook zoveel nadruk op methaan: “Het is een belangrijk broeikasgas, maar het speelt ook een belangrijke rol in de chemie van de atmosfeer. Wanneer de hoeveelheid methaan toeneemt, daalt de concentratie van het gas OH. Dat is het wasmiddel van de afmosfeer, als er daarvan minder komt neemt de concentratie van allerlei andere schadelijke stoffen toe.”

Een derde argument is simpelweg de haalbaarheid van methaanreductie. Crutzen is geneigd nogal pessimistisch te zijn over de reductie van de CO-uitstoot, “tenzij zich een doorbraak voordoet op het gebied van zonne-energie, en we in Noord-Afrika op grote schaal energie kunnen gaan winnen.” Bij methaan ligt dat anders: “En als het dan lukt de concentratie daarvan te stabiliseren, dan ontstaat er een overwinningsgevoel: het kan! En dan pakken we lachgas aan. En dan CO2.”

Landbouw

Bij het Centrum voor landbouw en milieu zijn ze op zakelijke gronden tot precies dezelfde conclusie gekomen. Drs. W. J. van der Weijden rekende de commissie voor dat de landbouw aan het energieverbruik (en dus CO2-uitstoot) ongeveer zoveel bijdraagt als je op grond van het aandeel in het nationaal inkomen zou verwachten: vier procent. Maar als je kijkt naar de totale bijdrage aan broeikasgassen, uitgedrukt in 'CO2-equivalenten', dan steekt de landbouw daar met een bijdrage van 14,5 procent ruim bovenuit. En daar moet beslist iets aan gebeuren: “Dat is goed voor het milieu, en goed voor onze concurrentiepositie. Want de Nederlandse landbouw kampt al met een imagoprobleem op de Duitse markt. Langs deze weg kun je daar iets aan doen.”

Van het CLM hoeft de overheid het instrument van de heffingen op bijvoorbeeld energie niet te schuwen om de Nederlandse landbouw naar een gemiddelder broeikasbijdrage te duwen. Maar daar was G. J. Doornbos van de Land- en tuinbouworganisatie LTO het absoluut niet mee eens. Nederland moet misschien wel zijn uitstoot aan broeikasgassen verminderen, maar moet wat de landbouw betreft maar tevreden zijn met een verminderde uitstoot per eenheid product, waarbij de totale uitstoot dus misschien nog stijgt. “Want we maken wat de markt vraagt en wat linksom of rechtsom toch geproduceerd zal worden. Als wij dat op de meest efficiënte manier kunnen doen, moeten we dat ook mogen.”

Daarmee zette Doornbos het grote afschuiven in. De commissie is nu dan ook in de fase beland van het raadplegen van allerlei belangengroeperingen. Gisteren kwamen landbouw en brandstofleveranciers aan het woord, woensdag komen werkgevers en werknemers, vervoerders, elektriciteitsproducenten en milieu-organisaties. Van een verkenning van de grenzen van de kennis over het klimaat (de eerste week) en van de gevolgen en hoe daarmee om te gaan (week 2) komt de commissie daarmee weer in vertrouwd politiek vaarwater.

Maar voor het zover was, schetste VU-hoogleraar en klimaatonderhandelaar dr. P. Vellinga nog in grote lijnen een politieke geschiedenis van het klimaatprobleem. De commissie opereert immers niet op maagdelijk terrein, er is al een in Rio de Janeiro beklonken en in Berlijn vorig jaar aangescherpt klimaatverdrag. Politiek interessant zijn vooral de doelstellingen voor CO2-reductie die in dat verdrag zijn afgesproken, en waarvan wel zeker lijkt dat bijna geen land die zal halen.

“Nederland en andere landen dachten dat het peanuts was om in 2000 uit te komen op de uitstoot van 1990. In 1980 was door allerlei oorzaken immers de uitstoot ook gedaald tot die van 1970? Maar de materie was toch weerbarstiger. Een ander verschil is, dat je in de jaren '70 en '80 een aantal leiders van grote bedrijven had, die zich bekenden tot het 'de aarde redden'. Maar die mannen hadden divisiedirecteuren die met kromme tenen daarnaar zaten te luisteren, en inmiddels zijn ze door hun bedrijf vaak teruggefloten.”

Voor diep pessimisme ziet Vellinga desondanks geen reden. Troostend: “U bent sadder and wiser. Nederland heeft er hard aan getrokken, misschien om culturele redenen harder dan andere landen, en daardoor zijn we misschien nu ook wat meer teleurgesteld. Maar politiek is ook het afgeven van signalen en het stellen van doelen. Dus dit alles wil niet zeggen dat u het verkeerd gedaan heeft.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden