'No future, make fun'

De Britse popmuziek is terug. En hoe! Deze week werd bekend dat Oasis, de eindeloos met de Beatles vergeleken nummer 1-band van de nieuwe golf, in de eerste week sinds het verschijnen van hun nieuwe cd '(What's te story) Morning glory?' maar liefst 346 000 exemplaren had verkocht. Sinds het album 'Bad' van Michael Jackson in 1987 is dat niet meer voorgekomen. Eerder al werden er half augustus van de (Status Quo-achtige) single 'Roll with it' binnen één week 220 000 exemplaren verkocht. In dezelfde week verkocht Blurs 'Country House' (dat sterk lijkt op 'All the young dudes' van Mott the Hoople, 1972) nog beter: 270 000. Deze week verschijnt de nieuwe single van Oasis, 'Wonderwall'. Het concert dat voor komende woensdag werd afgelast is verschoven naar 10 januari.

'Cul-de-sac Britain 1995'. Waar zijn de tijden van Churchill, Wilson, ja zelfs Edward Heath? Waar is de glorie van weleer, van Vera Lynn en Errol Flynn, Lester Piggot, George Best, Matt Busby en The Beatles? Doodlopende straat Engeland 1995: steeds vaker moet ik denken aan die ene scène uit de op dit moment in de bioscopen draaiende film over de gekte van King George III. Hij, de koning, kan niet meer plassen en roept op een gegeven moment wanhopig uit: 'Please, do it England. Do it!' Maar Engeland is oud en kan niet meer, zelfs niet in stijl.

Toen ik drie maanden geleden in Londen was, vertelde een jongen me in trendy place 'The Monarch': “Wij hebben weinig meer om trots op te zijn. En toch hou ik van Engeland. Engeland heeft stijl. Kijk naar de borden in de subway, kijk naar de auto's, kijk naar de pubs, de mode, neem onze muziek...” En toen begon hij. Over Paul Weller, de oude zanger-gitarist van de Jam, de band die met de eerste punkgolf van de jaren zeventig omhoog kwam en die nu weer met zijn cd 'Stanley Road' 'terug is'. Over de revival van het liedje, de echte popsong, over Blur, Oasis en Supergrass ('And it's.... alright!'), waardoor het weer leuk is naar de radio te luisteren. En later, herhaalde een taxichauffeur hetzelfde liedje: na allemaal onrustige herrie van electro-pop, house, rap, hip-hop en grunge zette hij, man van vijftig, nu de radio zo nu en dan weer lekker hard. 'Het is alsof de oude Kinks weer leven!'

En zo was het. Wat er ook allemaal niet deugde, de radio was goed: binnen een uur hoorde ik, inderdaad, The Kinks ('Sunny Afternoon'), Supergrass ('Caught by the fuzz'), The Beatles ('Penny Lane'), Oasis ('Whatever'; 'Roll with it', de eerste single van het jongste album '(What's the story) Morning glory?' zou een week later verschijnen), Blur ('Boys and girls')... Allemaal simpele meeslepende songs, de een wat harder en ruiger dan de ander, de een wat meer voor de arbeider met voetbalshirt uit Manchester (Oasis), de ander voor de Mod, de moderne trendy middle-class jeugd uit Londen (Blur), maar allemaal Engels en poppy. Wáar Engeland het ook laat af weten, niet in de pop. Want sinds het begin van de jaren zestig is de euforie over de eigen popmuziek niet meer zo groot geweest als nu: Britpop rules the waves!

De hele sfeer rond Blur en Oasis doet denken aan de jaren van de Beatles en de Stones, toen deze om de beurt met nummers als 'Help', 'Yesterday', 'Lady Jane' en 'Paint it black' de hitlijsten bestormden. En net als toen blijft het niet bij twee bands. Waren het destijds ook nog The Who, The Kinks en The Small Faces (met fuzz) die hit na hit scoorden, nu zijn het Pulp, Elastica, The Boo Radleys, Supergrass en niet te vergeten Suede, die alle aandacht opeisen.

Het citaat van de nieuwe bandjes gaat overigens verder dan de sixties alleen. Ook de typisch Engelse glitterrock uit de jaren zeventig van David Bowie (Suede, Blur) en Gary Glitter (Oasis) en de punk- en ska-invloeden van The Jam, The Buzzcocks, Madness en The Specials zijn hoorbaar in de nieuwe popgolf, die drie jaar geleden begon als reactie op de techno-klanken van de house en de groezelige geluidsbrei van de door Nirvana en Pearl Jam omhooggestuwde grunge. Met Suede, The Family Cat, Frank and Walters, Pulp en The Auteurs bleken er opeens weer 'gitaarbandjes' te bestaan die een heldere melodielijn niet langer schuwden. Vooral Suede viel in het voorjaar van '92 op als 'het Beste nieuwe Britse Bandje' met een geluid dat behalve aan de oude Bowie en drugs ('So young, so gone, let's chase the dragon') nog het meeste aan The Smiths deed denken. Het Britse wij-gevoel kreeg definitief gestalte toen het blad Select een jaar later met een speciaal nummer onder het motto 'Yanks go home' rechtsstreeks de oorlog aan de Amerikaanse grunge verklaarde. Hoewel Blur en Oasis ('Parklife' en 'Definitely Maybe' moesten nog verschijnen) op dat moment nog in de luwte opereerden, was de 'Britpop' geboren. Damon Alburn, de zanger van Blur, verwoordde later het nieuwe Britse zelfbewustzijn zo: 'Ik hoef niet naar Nashville om inspiratie op te doen. De straat om de hoek is spannend genoeg.' De definitieve doorbraak viel ironisch genoeg samen met de definitieve thuiskomst van de Amerikaanse koning van de grunge, Kurt Cobain in mei '94.

Of de Nieuwe Britse Popmuziek na Engeland ook Nederland en de rest van Europa (Amerika lijkt uitgesloten) zal veroveren, moet nog blijken. Een mooie graadmeter had het concert van Oasis aanstaande woensdag in Utrecht in Muziekcentrum Vredenburg kunnen zijn. Maar het concert werd afgelopen week afgelast. Nadat bassist Paul Mc Guigan het eerder dit jaar wegens oververmoeidheid liet afweten, vertrok onlangs ook invaller-bassist Scott Mc Leod. 'Uitgeput', zo is gezegd. Drugs, vermoedt de insider. Het zou dezelfde reden zijn waarom de eerste drummer van Oasis, Tony Mc Carroll, uit de band werd gezet. Want ook al koketteren bijna al de genoemde bandjes openlijk met drugs, er moet wel gewerkt worden. Hoe het ook zij, de populariteit van Oasis zal hier pas in januari getest kunnen worden. Dan kunnen we zien of de band die zo dolgraag op de Beatles wil lijken en daar ook alles voor doet (niet voor niets probeerden de broertjes Liam en Noel Gallagher vorige week op de voorplaat van Muziekkrant Oor zelfs net zo te kijken als de Beatles vroeger deden) hun populariteit zal benaderen. Tot op heden is een rondvaart door de Utrechtse grachten overigens nog niet geboekt. En ook met de 'hype' rond de andere bandjes valt het hier tot nu toe mee. Blur, Elastica, Pulp, Oasis zelf, Supergrass en Suede traden de afgelopen twee jaar met succes op in centra als de Melkweg en Paradiso. Ook werden ze op de radio veel door de Vpro gedraaid. Maar een enkele uitzondering daargelaten (Blur had een bescheiden hit met 'Boys and Girls') bleef het daar bij. Het feit dat Oasis nu geboekt was in het grotere muziekcentrum Vredenburg zou een eerste aanwijzing kunnen zijn voor de grote doorbraak hier, maar meer nog niet.

De scepticus vraagt zich dan ook af hoe lang de ophef rond Oasis en co. nog zal voortduren. In een bespreking van '(What's the story) Morning glory?' liet popcriticus Stan Rijven vorige week in deze krant geen enkele twijfel over de toekomst van de band bestaan. Net als de muziek van de Happy Mondays en Stone Roses vijf jaar geleden is Oasis voorbestemd voor de prullebak, schreef hij. En zo niet, dan is het met de Britse popmuziek mager gesteld. Muzikaal jatwerk, niet eens bedoeld als pastiche. Een door de Engelse popbladen geforceerde golf, that's all.

Maar is dat zo? Is er niet meer aan de hand? Dat er een flinke publiciteitscampagne van met name de Engelse muziekbladen NME (New Musical Express), Melody Maker, Select, The Face en Q aan het succes vooraf ging, klopt. Maar te vaak in het verleden bleven gelijksoortige, bij gebrek aan een nieuwe 'Eddy Merckx' (het fenomeen van de Engelse pop na de Beatles verschilt in wezen niet sterk van die van het Belgische wielrennen) omhooggeschreven bandjes commercieel gezien toch 'steken'. Het grootste succes van de 'Britpop' is dan ook niet de stijl of de klasse van de muziek. Die is fris en overweldigend, maar niet nieuw. Nee, het succes is dat er sinds de jaren zestig niet eerder zo'n duidelijke stroming zo massaal tot het grote publiek wist door te breken. Niet voor niets roept daarom zelfs iemand als Bono - zelf met U2 als een van de weinige 'indie-bandjes' van de jaren tachtig doorgebroken voor 'het grote publiek' - dat hij het allemaal prachtig vindt. In het jongste nummer van de NME noemt hij zowel Blur als Oasis 'great bands' en spreekt hij de hoop uit dat ze net zo belangrijk zullen blijken als hun grote voorbeelden. Wat Bono vooral opvalt, is dat het sinds de tijd van de punk, waarin bands vooral niet groot mochten worden ('wie in de jaren '80 ambitieus was, werd bijna opgehangen'), eindelijk niet langer wet is de massa links te laten liggen. Bono: “I hope Blur and Oasis take on the world and f- up the mainstream.”

Afgezien van het al of niet opgeklopte succes is er nog een reden Britpop niet te snel als een simpele trend af te doen. Het feit dat zoveel Engelsen (en niet alleen jongeren) de platen van Oasis, Blur en co. kopen, zegt iets over een collectief gevoel. Aan de ene kant is er die diep gewortelde 'nostalgia' naar een roemrijk verleden dat niet meer terugkomt. Sinds Thatcher restte er weinig meer dan de punk of de grote berusting in een karig leven dat gevoed werd door voetbal, pub (drank) en televisie (Coronation Street!). En aangezien punk te extreem was ('Anarchy in the UK' van de Sex Pistols klonk tevergeefs), won Coronation Street.

Het bleek een Phyrrus-overwinning. Het uitzichtsloze door Thatcher gevoede 'no future-gevoel' wortelde dieper dan Engeland zich wenste. Al kwam de opstand niet (dat was ook, een enkele fanatieke Crass-aanhanger daargelaten, de bedoeling niet; punk was een houding) wèl zaaide de punk en de daaropvolgende 'new wave' de muzikale wortels voor de herleving van de pop van nu. Via The Buzzcocks, The Specials, Madness, Echo and the Bunnymen en The Smiths vonden de nu gloriërende als alternatieve bandjes begonnen groepen hun Britse helden van weleer weer terug. Het klinkt een beetje vreemd misschien, maar wat er in de afgelopen tien jaar gebeurd is, is dat de no future-elementen van de punk zijn samengesmolten met de herkenbare grauwheid van Coronation Street en het dodelijk eentonige bestaan in de suburb. Het maakt de pop van nu ('I'm sure you've heard it all before') ook zo paranoia: De vrolijke sixties-klanken voeren de nostalgie; de teksten en het altijd aanwezige 'barrémuurtje' van de slaggitaren weerspiegelen de ondergang.

Britpop heeft de 'No future, no fun'-gedachte omgezet in een van 'no future, make fun'. Waar de Beatles en de Kinks respectievelijk hun liedjes over 'love and peace' en de dodelijke saaiheid van de Engelse cultuur zongen in een tijd van optimisme, zingen Oasis en Blur hun liedjes over dezelfde onderwerpen in fin-de-siècle-stemming. Het heeft 'All you need is love' veranderd in 'I'm free-ee to be whatever' en het oude 'Shangrila' in 'The suburbs they are dreaming... there must be more to life'.

'Modern life is rubbish' heette de titel van de tweede cd van Blur. 'The great Escape' de laatste. Tussen die droom en werkelijkheid zweeft Britpop. Spelend, blowend, slikkend en springend gaat men in Londen, Manchester en zelfs Oxford juichend ten onder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden