No fiddles, Hündel!

In de dertiende editie van het Festival Oude Muziek in Utrecht staan vanaf vrijdag 26 augustus tien dagen lang de dubbelrietinstrumenten centraal. Er wordt een symposium aan het onderwerp gewijd met internationale specialisten en er zijn masterclasses van onder andere hoboïst Bruce Haynes en fagottist Marc Minkowski. Hoogtepunt zal de uitvoering zijn van Hündels 'Musick for the Royal Fireworks' met vierenvijftig barokke blazers. Maar, hoe revolutionair is zo'n reconstructie nog en hoe reactionair zijn ze eigenlijk in Utrecht?

In 1748 werd het verdrag van Aixla-Chapelle getekend, dat een einde maakte aan de Oostenrijkse successie-oorlog. Engeland had zich wat weifelend opgesteld in het conflict, deed tenslotte mee en kwam redelijk eervol uit de strijd. Dat moest gevierd! Maandenlang werd er in het Londense Green Park gewerkt aan een enorme houten constructie in de stijl van Palladio. Een bouwwerk met een triomfboog in het midden, met colonnades, beelden van Griekse goden en een bas-reliëf van de koning. Een soort decor in de open lucht dus, gemaakt door Giovanni Servadoni, die in de Londense theaters zijn strepen had verdiend.

Het houten bouwwerk moest dienst doen als achtergrond voor het vuurwerk dat ter ere van het vredesverdrag zou worden afgestoken. De koning wilde eerst helemaal geen muziek, maar toen hij hoorde over kwaliteit en kwantiteit van de martiale muziek die gespeeld zou kunnen worden, ging zijn Duitse hart sneller slaan. Hij had echter één wens: hij hoopte dat er geen violen zouden zijn. No fiddles! 's Konings hoop stond uiteraard gelijk aan 's konings eis.

Omdat Hündel reeds erg geliefd was voor zijn 'Fire Musick' uit de opera 'Atalanta', lag het voor de hand dat hij ook de nieuwe vuurwerks-muziek zou componeren. Maar Hündel zou Hündel niet zijn als hij zich zomaar zou schikken in de wens van de koning. Er werden uitgebreide, soms verbeten onderhandelingen gevoerd tussen Hündel en de autoriteiten. In de oorspronkelijke partituur staan op sommige plaatsen nog aanwijzingen waarin Hündel voorzien had in verdubbeling van de hobo- en fagotpartijen door strijkers. Hündel haalde uiteindelijk (wijselijk) bakzeil en streepte de violen in de partituur door. In de 'Musick for the Royal Fireworks' spelen dus no fiddles mee, precies zoals King George dat wilde.

Niet bekend

In de oorspronkelijke bezetting hebben zeer weinig mensen de 'Musick for the Royal Fireworks' gehoord. In het Festival Oude Muziek (waar dubbelrietinstrumenten dit jaar centraal staan) kan dat op de laatste twee dagen van augustus ingehaald worden. Onder leiding van barokhoboïst Michel Piguet zullen vierenvijftig barokblazers en drie paukenisten onder de naam Complesso Utrecht 1994 voor het eerst in Nederland de oorspronkelijke partituur tot klinken brengen. Dat zou tot voor kort onmogelijk geweest zijn vanwege het simpele feit dat er bij lange na niet genoeg musici waren die op historische blaasinstrumenten konden spelen. Dat het nu wel kan zegt iets over de enorme vlucht die de oude muziek-praktijk heeft genomen.

Oude muziek is big business geworden. De term dekt natuurlijk al lang de lading niet meer en is net zo vaag als het etiket authentiek! Het Festival Oude Muziek spreekt in de wervingsfolder van: tien dagen boordevol muziek uit Middeleeuwen, Renaissance, Barok, Klassieke periode en de vroege Romantiek. Heel weinig mensen zullen de muziek van Beethoven (wiens pianosonates in Utrecht integraal zullen worden uitgevoerd op historische instrumenten), Schubert en Mendelssohn echter associëren met oude muziek. Je zou kunnen zeggen dat de authentieke beweging op gang kwam met Felix Mendelssohns beroemde opvoeringen van Bachs 'Matthüus-Passion' in 1829. Inmiddels zijn we zo ver dat er een reconstructie bestaat van Mendelssohns reconstructie van Bach. Wanda Landowska (zij speelde in de eerste helft van deze eeuw Bach al op klavecimbel) zei ooit: You play Bach your way, I'll play Bach his way. Dat is heel lang een soort credo geweest voor 'oude musici'. Gelukkig is men van die aanmatigende houding afgestapt. Violiste Marie Leonhardt verwoordde de motieven van de oude-muziek-beweging beter toen ze zei dat ze een stuk probeerde uit te voeren op zo'n manier dat de componist zijn muziek in het slechtste geval zonder verbijstering zou herkennen en er in het gunstigste geval plezier aan zou beleven.

Het labeltje authentiek heeft sinds de jaren zeventig gezorgd voor gigantische verkopen van lp's en cd's. On period instruments of sur instruments d'époque stond opvallend op de hoesjes vermeld en die tekst scheen voldoende voor een goede verkoop. De provocerende musicoloog Joseph Kerman vergeleek de cultus en het effect van het woord authentiek met die van de woorden natuurlijk en biologisch-dynamisch in de wereld van de voedingsmiddelen.

Via de almachtige platenmaatschappijen groeiden musici, dirigenten en orkesten tot ware mega-sterren. Over nieuwe contracten wordt in persberichten gerept als ging het om transfers van voetballers waarmee miljoenen gemoeid zijn; en misschien is dat ook wel zo. Zo werden Marc Minkowski en zijn orkest Les Musiciens du Louvre (zij openen het festival op 26 augustus) door Deutsche Grammophon/Archiv weggekocht bij Erato. William Christie en zijn Les Arts Florissants (zij sluiten het festival af op 4 september) verruilden hun platenmaatschappij Harmonia Mundi voor Erato, zodat daar de oudemuziek-catalogus met het vertrek van Minkowski niet in gevaar komt. Harmonia Mundi vult de lege plaats van William Christie op met het orkest Akademie für alte Musik Berlin. De Akademie werd in 1982 opgericht in het voormalige Oost-Duitsland en gaat met René Jacobs alle wereldlijke cantates van Johann Sebastian Bach opnemen. Christie gaat zichzelf bij Erato doubleren door Charpentiers 'Médée' opnieuw op te nemen, evenals werken van Purcell. Minkowski gaat bij Archiv zijn beide stokpaardjes berijden, te weten: Franse barokmuziek (Rameau's 'Hippolyte et Aricie' is reeds opgenomen) en Hündel (diens opera 'Serse' staat in de planning).

Met Marc Minkowski zijn we aanbeland bij de nieuwe ontwikkelingen in de wereld van de Oude Muziek. In sommige kringen binnen die wereld zijn de revolutionaire uitgangspunten van weleer verworden tot reactionaire dogma's. Op het festival in Utrecht is het bijvoorbeeld nog steeds verboden op moderne instrumenten te spelen. Iemand als Nikolaus Harnoncourt - die zo'n beetje in zijn eentje als een oppermachtige Neptunus in het gladde wateroppervlak een golf aan het rollen bracht - is in al die dertien jaar dat het festival bestaat nog nooit in Utrecht te gast geweest. In Utrecht beschouwt men hem kennelijk als een verrader van de authentieke revolutie, omdat hij zijn visies op authentiek musiceren ook uitdroeg met grote romantische orkesten als het Koninklijk Concertgebouworkest en de Staatskapelle Dresden.

Marc Minkowski doet dat sinds kort ook. Niet alleen is hij artistiek leider geworden van de Amsterdamse Bachsolisten (modern instrumentarium), maar in het voorbije seizoen dirigeerde hij ook het Rotterdams Philharmonisch Orkest op verbluffende wijze in een opwindend programma van Rebel, Gluck, Ravel en de Falla. Zo'n combinatie van 'oude' en 'nieuwe' muziek was niet nieuw, maar tegenwoordig wel zeer zeldzaam. Zeker voor barokmuziek geldt dat die is voorbehouden aan gespecialiseerde ensembles als Minkowski's eigen Les Musiciens du Louvre. Dat een orkest als het Rotterdams Philharmonisch de muziek van Rebel zo historisch verantwoord speelde, was te danken aan het inzicht, het overwicht en de souplesse van Minkowski. In wezen was dat concert een nieuwe revolutie in de oude-muziek-beweging.

Gelukkig bleven strafmaatregelen uit Utrecht achterwege en mogen Minkowski en Les Musiciens du Louvre zelfs het festival openen met onder andere een semi-scènische uitvoering van de komische opera 'Les amours de Ragonde' van Jean-Joseph Mouret. Dat lijkt op gevaarlijk spel, omdat na de uitvoering van Hündels 'Amadigi' door Minkowski in het festival van 1990 heftige kritiek losbarstte over zijn gebruik van opera-zangers. Niet het pure, vibratoloze geluid à la Kirkby had de voorkeur van Minkowski, maar het wijd uitwapperende, opwindend dramatische geluid van Della Jones.

Op vocaal gebied zal er waarschijnlijk altijd controverse blijven bestaan. In tegenstelling tot hobo's en fagotten kun je stemmen van zangers uit 1748 nou eenmaal niet kopiëren. Nog helemaal afgezien van het feit dat er geen castraat-zangers meer zijn, is een reconstructie van de vocale mogelijkheden en stijlen van Middeleeuwen, Renaissance en Barok schier onmogelijk. Veel informatie kan gehaald worden uit traktaten, maar met die gegevens is het al net als met de bijbel: voor velerlei uitleg vatbaar.

In Utrecht onderkennen ze het probleem. Elk jaar staat een bepaald instrument centraal, maar hèt oude-muziek-instrument bij uitstek - de menselijke stem - heeft die eer nog niet genoten. Te lastig, te ingewikkeld, te controversieel.

Nu er echter genoeg musici zijn om al die dozijnen oude hobo's en fagotten te bespelen, wordt het misschien ook in Utrecht tijd voor een kruisbestuiving. Minkowski aan het hoofd van een Complesso Utrecht 1995 waarin leden van het Rotterdams Philharmonisch naast die van Les Musiciens du Louvre zitten. Dat zou nog eens een revolutie zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden