nLessen uit het oude Rome

De stad met misschien wel de roemrijkste geschiedenis van allemaal heeft de merkwaardigste stichtingslegende. Niet een maar twee mannen stonden aan de basis, Romulus én Remus. En waar aartsvaders normaal helden van onbesproken gedrag zijn, wemelt het in hun verhaal van de onheroïsche elementen: moord, verkrachting, ontvoering en een eerste groep Romeinen die voornamelijk uit misdadigers en voortvluchtigen bestond.

Vergilius ging nog een stapje verder en liet de Trojaanse held Aeneas na omzwervingen uiteindelijk op het Italiaanse schiereiland landden, waar zijn nakomelingen Rome zouden hebben gesticht. In die lezing waren de Romeinen dus oorspronkelijk buitenlanders.

Op een zeker moment doken er in elk geval vreemdelingen op. Want de stad veroverde de wereld, en daarmee veroverde de wereld onvermijdelijk de stad, maakt classica Mary Beard duidelijk in haar voortreffelijke 'SPQR. Een geschiedenis van het Romeinse Rijk'.

Critici waarschuwden al vroeg voor de gevaren van al die cultuurvermenging. Decadentie, verweking en andere vormen van verval die de stad troffen, waren volgens hen allemaal de schuld van vreemdelingen.

Beard, die haar boek eindigt in 212, wanneer alle vrije inwoners van het Romeinse Rijk burgerrecht krijgen, is een andere mening toegedaan. Rome was een etnisch veranderlijk concept, het begrip Romein voortdurend in beweging. Volgens haar kon een onbetekenende vlek in Midden-Italië juist dankzij deze openheid uitgroeien tot een wereldmacht. Ruim denken, voormalige vijanden mee laten doen, leverde militair en economisch veel profijt op. Een identiteit kiezen was niet nodig: iemand kon bijvoorbeeld tegelijkertijd Griek en Romein zijn.

Beard, professor in Cambridge en in Groot-Brittannië een mediapersoonlijkheid, laat alle kanten zien van de eerste grote, multiculturele samenleving: zoveel vrij verkeer betekende ook vrij verkeer van ideeën. De enige religie die de Romeinen ooit probeerden uit te roeien, het christendom, profiteerde ten volle van de uitgestrektheid van het rijk, de mobiliteit en de mengculturen in de steden, en schopte het uiteindelijk tot staatsgodsdienst.

'SPQR' staat voor 'Senatus Populusque Romanus': de senaat en het volk van Rome, vaak gebruikt als de officiële naam van het rijk. Het boek met dezelfde titel verenigt gedegen kennis van de klassieken met het beste van de Angelsaksische geschiedschrijftraditie. De auteur verhaalt en analyseert, komt met pakkende voorbeelden en schuwt de humor niet.

En Beard durft af te wijken van de gebaande paden. Ze plaatst onder meer kanttekeningen bij de portretten van de keizers na Augustus. Feit en fictie zijn niet altijd te onderscheiden als het gaat om de wrede Nero, de waanzinnige Caligula, en de duistere Tiberius die dol was op seksspelletjes met kleine jongetjes in het zwembad. Verhalen over hen bieden mogelijk meer inzicht in Romeinse angsten, achterdocht en vooroordelen dan in de karakters van de betreffende keizers.

Volgens Beard is het maar de vraag of het voor de doorsnee-Romeinen veel uitmaakte wie de baas was. Voor hen zal geteld hebben dat juist in deze periode er ondanks alle gekte en moordpartijen een opvallend stabiele regeringsstructuur overeind bleef, waarbij Rome en rijk tot grote bloei konden komen. Een deel van het geheim: de heersers modelleerden allemaal hun keizerschap naar dat van Augustus.

Dat is ook het knappe van 'SPQR': het boek gaat ook over de geschiedenis van de geschiedenis. De schrijfster laat bij herhaling zien hoe historie destijds werd gebruikt en misbruikt. Bijvoorbeeld door de grootheid van Rome terug te projecteren en te suggereren dat die er al in vroegere tijden was.

Nog meer en langere lijnen trekt David Rijser, universitair docent klassieke talen aan de Universiteit van Amsterdam, in zijn boek 'Een telkens nieuwe Oudheid. Of: Hoe Tiberius in New Jersey belandde'. Mannen die wij nu als antieke historici zien (onder anderen Herodotus, Livius, Tacitus) waren vooral druk met het beschrijven hun heden. Het besef van een lineair geschiedverloop bestond nog niet. Zij creeerden een illusie van de historische werkelijkheid, nog niet gesteund door archeologische vondsten en niet-literaire bronnen.

'Een telkens nieuwe Oudheid' toont hoe de klassieken door de eeuwen heen steeds weer opnieuw inspireerden. Na een duik in de wereld van de Grieken en Romeinen komt vanzelfsprekend de Renaissance aan bod, toen wederopbouw en vervolmaking van de oude glorie een politiek en cultureel ideaal werd. Het leidde tot tomeloze energie, een explosie van creativiteit en een ongekende intellectuele durf.

Evengoed beschouwt Rijser de muziek van Mozart en de thrillers van Stephen King. Hij benoemt overeenkomsten en de verschillen. Hij toont hoe de beroemdste betogen van Abraham Lincoln, Martin Luther King en John Kennedy hun kracht ontleenden aan inzichten van de klassieke retorica. Tegelijkertijd constateert Rijser dat taalbeheersing en begaafdheid als spreker in de huidige tijd ook een belemmering kunnen zijn. Bij overtuigen komt het steeds minder aan op het verbale en steeds meer op het visuele, het goed overkomen.

Als het over zijn vak gaat, is Rijser prettig gedreven. Met het tonen van dwarsverbanden tussen oud en nieuw, tussen hoge en lage cultuur wil hij de relevantie van de klassieken aantonen. In de Renaissance moet het bestuderen van de Oudheid nog hip zijn geweest. Voor de rijken, die zich iets later een Grand Tour konden veroorloven, werd Italië met zijn combinatie van oudheden en zijn schilderachtige landschap hun Arcadië. Tegenwoordig gelden classici, constateert de auteur, als 'saai, smakeloos of wereldvreemd'. De kennis van de Oudheid is sinds de zestiende eeuw accurater maar ook specialistischer geworden. Bovendien wordt het nut van studies steeds vaker vertaald in economische opbrengst.

Rijsers boek is een poging om zonder knieval te enthousiasmeren voor de klassieken, om te wijzen op hun blijvende actualiteit. Aan zijn eruditie en associatieve vermogens zal het niet liggen. Hij mist helaas wel Beards lichtheid en haar vermogen tot selecteren. De stukken in zijn boek zwieren vaak wel heel veel kanten uit en het 'Syndroom van de Omgevallen Boekenkast' ligt voortdurend op de loer.

Mary Beard : SPQR. Een geschiedenis van het Romeinse Rijk (SPQR. A History of Ancient Rome) Vert. Ineke Mertens. Athenaeum; 544 blz. euro 29,99

David Rijser: Een telkens nieuwe Oudheid. Of: hoe Tiberius in New Jersey belandde Amsterdam University Press; 504 blz. euro 39,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden