Niveau kan omhoog, maar niet voor iedereen

Alle scholieren in het voortgezet onderwijs moeten in de toekomst eindexamen doen in het vak rekenen. Het zal van de scholen nog veel vergen om hun leerlingen daarvoor klaar te stomen.

Taal en rekenen zijn de kernvakken in het onderwijs, zegt het kabinet al sinds zijn aantreden. Want wie die vakken niet beheerst, kan zich eigenlijk niet goed redden in de samenleving. Daarom stelt het kabinet zich ten doel de prestaties van leerlingen in die vakken over de hele linie op te krikken.

Onderdeel van dit beleid is het plan dat staatssecretaris Vam Bijsterveldt deze week bekend maakte om van rekenen een eindexamenvak te maken. Vanaf 2014 verlaat geen enkele leerling het voortgezet onderwijs zonder in dat vak examen gedaan te hebben.

Aan dat plan zitten de nodige haken en ogen. Zo heeft het rechtstreeks gevolgen voor de inrichting van het onderwijs. Ongeveer 20 procent van de vmbo’ers en 17 procent van de havisten kiest nu geen wiskunde als examenvak. Voor hen moeten de scholen dus een apart vak rekenen ontwikkelen.

Maar er is ook een lastiger vraag in het geding: is het hogere niveau dat het kabinet nastreeft wel haalbaar? En de vraag die daar meteen op volgt, luidt: wat te doen met leerlingen die het vereiste niveau niet kunnen halen?

De basis voor de aanpak van het kabinet zijn de zogeheten referentieniveaus. Daarin ligt vast wat leerlingen per schoolsoort moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen. Deze eisen, opgesteld door een commissie onder leiding van oud-onderwijsinspecteur Heim Meijerink, worden vanaf 2010 wettelijk vastgelegd.

De bedoeling van die referentieniveaus is dat scholen van elkaar weten wat ze kunnen verwachten. Straks mag een school in het voortgezet onderwijs ervan uitgaan dat leerlingen die van de basisschool komen dat minimumniveau gehaald hebben. Mbo, hbo en universiteit kunnen op hun beurt rekenen op een bepaald niveau bij scholieren die het voortgezet onderwijs achter de rug hebben.

Maar de nieuwe eisen hebben nog een ander doel: het niveau moet omhoog. Het vereiste rekenniveau aan het eind van de basisschool, bijvoorbeeld, wordt nu door maar driekwart van de leerlingen gehaald. Dat is niet genoeg, vindt het kabinet.

De scholen zelf denken dat het niveau inderdaad omhoog kan. Maar ze stellen meteen voorwaarden. üls de basisschool leerlingen op het vereiste niveau aflevert, kunnen wij het voor ons vastgestelde niveau halen, zegt bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs. Zoiets zegt ook het mbo: wij halen de eisen alleen als het niveau van het vmbo omhoog gaat.

Maar ook als dat lukt, blijven er problemen liggen, met name op de lagere niveaus. Momenteel heeft bijvoorbeeld een derde van de leerlingen die op het laagste niveau van het vmbo (vmbo-basis) beginnen niet het vereiste rekenniveau. Met veel inspanning kan dat aandeel teruggebracht worden tot 20 à 25 procent, stelt de commissie-Meijerink. Maar wat de scholen met deze zwakkere leerlingen aanmoeten, is niet duidelijk. Hetzelfde geldt voor leerlingen die de hersens missen om de eisen te halen of geen aanleg hebben voor een bepaald vak, bijvoorbeeld omdat ze aan dyscalculie lijden.

Van Bijsterveldt is zich van dit probleem bewust. Voor zulke leerlingen „leggen we de nadruk op wat ze wél kunnen in plaats van wat ze niet kunnen”, schrijft ze. Ergens tussen nu en 2014 moet blijken hoe dat voornemen in de praktijk uitpakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden