Onderzoek

Niod trekt geen nieuwe conclusies over Srebrenica

Bida Smajlovic, 64, overlevende van de massamoord, staat bij een gedenkteken, en wijst de naam aan van haar man, die in 1995 een van de slachtoffers was. Beeld AFP

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod) heeft geen bewijs gevonden dat er rondom de val van Srebrenica informatie werd achtergehouden voor Nederland door bondgenoten. Het onderzoek, waarvan de resultaten vanmiddag naar buiten werden gebracht, leverde weliswaar 'meer duidelijkheid' op, maar geen 'nieuwe conclusies'.

Aanleiding voor het nieuwe onderzoek was de ophef die in de zomer van 2015 ontstond na een documentaire van het programma Argos en een boek van Joris Voorhoeve, minister van defensie ten tijde van de val van de enclave. Hier worden de bondgenoten Frankrijk, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk een kwalijke rol toegedicht.

In 2002 had het Niod al een lijvig rapport gepresenteerd over de val van de enclave, dat destijds tot de val van het kabinet leidde. De beweringen van Voorhoeve waren voor het kabinet aanleiding om het Niod te vragen om de gebeurtenissen nog een keer te bestuderen.

Wat is er gebeurd in juli 1995?

Vaststaat dat enkele duizenden Bosnisch-Servische militairen op 6 juli 1995 de aanval openden. Vijf dagen later trokken zij onder leiding van generaal Ratko Mladic met succes de enclave binnen. Ze vermoordden duizenden moslimmannen die via de bossen probeerden te vluchten of rond de stad gevangen werden genomen. De lichtbewapende Nederlandse VN-militairen konden de stad niet verdedigen, de aanwezige Moslimstrijders boden nauwelijks weerstand, en luchtsteun van de Navo bleef uit.

Het staat vast dat de Navo eind mei luchtaanvallen uitvoerde nadat de Serviërs de markt van moslimenclave Tuzla beschoten. Daarbij stierven 71 burgers. Vervolgens gijzelde Mladic honderden Franse en Britse blauwhelmen en bond hen vast aan potentiële doelwitten. Na enkele dagen stopten de luchtaanvallen en kwamen de meeste gijzelaars vrij.

Tijdens de Servische aanval op Srebrenica vonden nauwelijks luchtaanvallen plaats. Nadat de Serviërs later in de zomer ook de enclave Gorazde probeerden in te nemen reageerde de Navo wel met flinke bombardementen.

De presentatie van het nieuwe rapport over Srebrenica, vandaag. Beeld ANP

Welke discussie roept dit op?

De vraag waarom niemand de enclave echt verdedigde heeft sinds 1995 tot veel discussie geleid. Voorhoeve en Argos herhalen de oude theorie dat belangrijke mensen in Westerse veiligheidskringen van de moeilijk te verdedigen moslimenclaves te midden van Bosnisch-Servisch gebied afwilden.

In zijn vorig jaar verschenen boek baseerde Voorhoeve zich op vertrouwelijke informatie van inlichtingendiensten die hij heeft ingezien. Daaruit zou blijken dat twee bondgenoten weken van tevoren wisten van de op handen zijnde Servische aanval. Hoewel de oud-minister geen namen noemt, doelt hij vermoedelijk op de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

Vervolgens poneert hij de 'hypothese' dat grootmachten de val van Srebrenica bewust hebben laten gebeuren. Dan konden ze daarna op een overzichtelijk strijdtoneel de Serviërs naar de onderhandelingstafel bombarderen.

De tweede bewering van Voerhoeve is dat Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten in mei 1995 een afspraak maakten om voorlopig geen luchtaanvallen op de Bosnische Serviërs uit te voeren, zonder dat Nederland hiervan op de hoogte had kunnen zijn. Die afspraak zou dusdanig hard zijn geweest, dat hierin de reden gezocht moet worden van het uitblijven van bombardementen tijdens de aanval op Srebrenica.

Het NIOD schreef in een rapport uit 2002 dat bombardementen vooral uitbleven door een stroperig besluitvormingsproces, waarbij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties persoonlijk toestemming moest geven voor luchtaanvallen. Die commandovoering leidde in juli 1995 tot besluiteloosheid, zeker omdat niet direct duidelijk was of de Serviërs alleen de belegering van Srebrenica strakker wilden aantrekken of daadwerkelijk tot de aanval overgingen. Na de val van Srebrenica konden de militaire commandant van de VN-macht en de Navo samen besluiten tot luchtaanvallen.

Het verhaal van Voorhoeve is niet de enige theorie over de val van Srebrenica. Een andere wordt bijvoorbeeld naar voren geschoven door John Schindler, die zich destijds bij de Amerikaanse inlichtingendienst NSA met de Balkan bezighield. Volgens hem lieten de moslimleiders in Sarajevo Srebrenica bewust vallen om zo een Westerse interventie uit te lokken. In het begin van het jaar vonden er vanuit Srebrenica eerst enkele bloedige aanvallen op omliggende Servische dorpen plaats,waarna de militaire commandant van Srebrenica Naser Oric in het voorjaar van 1995 werd teruggetrokken.

Wat heeft het NIOD nu onderzocht?

Het onderzoek richtte zich op twee vragen. De eerste is de internationale besluitvorming over het verlenen van luchtsteun aan VN-militairen in Bosnië, en in het bijzonder of Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hierover eind mei 1995 speciale afspraken hadden gemaakt.

Het Niod schrijft na het onderzoek: "Uit de onderzochte bronnen blijkt dat er geen bewijzen of aanwijzingen zijn voor het bestaan van voor Nederland geheime internationale politieke besluitvorming over het al dan niet verlenen van luchtsteun aan UNPROFOR. Wel was er na de gijzelingsacties in mei 1995 sprake van een grotere terughoudendheid bij de inzet van het luchtwapen, maar de mogelijkheid daartoe bleef bij uiterste noodzaak openstaan."

De tweede onderzoeksvraag is of Westerse inlichtingendiensten voorkennis hadden over de Bosnisch-Servische aanval op Srebrenica. Ook wordt hierbij gekeken of men iets wist van het exacte doel van de aanval.

Het Niod schrijft daarover: "Voor de beantwoording van de vraag naar het bestaan van voorkennis zijn zowel het nieuw beschikbaar gekomen bronnenmateriaal als de claims en beweringen die de afgelopen jaren zijn gedaan, geanalyseerd. In het bronnenmateriaal zijn geen vormen van kennis of inlichtingen aangetroffen waaruit geconcludeerd kan worden dat de betrokken inlichtingendiensten in binnen- en buitenland op de hoogte waren van concrete plannen om de enclave Srebrenica aan te vallen en in te nemen."

Als gevolg van het besluit heeft het kabinet besloten niet nog meer onderzoek te doen.

Grafstenen in Srebrenica. Beeld AP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden