Nimrud & Utrecht

T wee opgravingen, beide met vondsten uit de dertiende eeuw. De één evenwel dertien eeuwen vóór Christus, de ander dertien eeuwen na. De eerste is die van Nimrud, de Assyrische stad, op dertig kilometer ten zuidoosten van de Iraakse stad Mosoel. De ander is die van het Zijdebalenterrein, aan de rand van de historische binnenstad van Utrecht.

De laatste passeerde ik toevallig gisteren. Het is een groot bouwterrein waarop vroeger een broodfabriek stond en daarvoor een fabriek voor zijdestoffen, begrensd door siertuinen die, naar het schijnt, in de achttiende eeuw wereldberoemd waren - al was die wereld toen misschien niet zo groot als nu.

Het bouwterrein, waarop straks herenhuizen en stadsappartementen moeten verschijnen, is door hoog hekwerk omgeven. Ik fietste langs de Vecht stadinwaarts toen ik achter het hekwerk mannen en vrouwen in blauwe overalls en modderige laarzen aan het werk zag. Ze scharrelden tussen wat op oude muurresten leek, resten van een hele huizenrij zo te zien. Op een iets hoge punt stond een kleine graafmachine, die voorzichtig een laagje aarde afschraapte en verplaatste. Zodra een baantje aarde was vrij gemaakt, tastte een man met een metaaldetector de grond af. Hij vond iets.

Ik zag hem door zijn knieën gaan, met zijn handen wat aarde opzij schuiven en een klein zwart voorwerp oprapen. Hij wenkte de man in de graafmachine die uit zijn cabine kwam. Ze overlegden met elkaar, er werd een plastic zakje met een sluitstrip gehaald.

"Wat is het?", riep ik door het hekwerk heen. De mannen bevonden zich op een twintig meter van mij vandaan. "Een lepel!", riep de vinder terug. Even later kwam een andere medewerker van de gemeentelijke archeologische dienst even bij me staan.

Ja, we keken tegen een vroege bewoning van het terrein aan uit de dertiende eeuw, het gebied aan een bocht in de Vecht, die destijds een andere loop had, was in vroege eeuwen opgehoogd, met zand en afval, en vooral door dat afval archeologisch interessant. Ik zag even later hoe een schoenzool bijna teder uit de modder werd getrokken. Ze hadden nog een maand de tijd, zei de medewerker, en moesten nog twintig meter blootleggen, die kant op. Het was hard werken. Ik zag ze in de weer, een man of tien, met meetlatten en klaptafels waarop rollen papier lagen uitgebreid en waarop notities werden gemaakt. Men bestudeerde verkleuringen in het zand, een perfect ronde bruine plek gaf aan waar ooit een haard brandde. Hier werd erfgoed in kaart gebracht, de aarde vertelde zijn geschiedenis.

Bij alles wat ik hier zag, bij die precisie, die toewijding, moest ik denken aan Nimrud en de bulldozers van IS. De jihadisten waren deze week, volgens berichten uit Bagdad, met zwaar materieel tegen de ruim drieduizend jaar oude muren gereden, met hun reliëfs, hun beelden, de gevleugelde stieren met mensenhoofden en hipsterbaarden, de verfijnde ornamenten, alles van een oud-Testamentische en Mesopotamische grootsheid.

Daar die totale vernietiging, het uitwissen van geschiedenis, hier die liefde voor een zwarte lepel en een schoenzool.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden