Niks in Afrika is zwart-wit

Vruchtbaar en goedkoop Afrikaans land is gewild. Wereldwijd jagen zakenlui op dit 'groene goud'. Foute zaak, zeggen mensenrechtenclubs en milieudeskundigen. Dit is de toekomst, zeggen Afrikaanse leiders. Trouw deed de afgelopen maanden onderzoek via reportages in Oost-, West-en zuidelijk Afrika. Slot: Wie heeft er gelijk?

'Ik was minder dan een slaaf! Ik werd uitgebuit op mijn eigen grond", zei een Oegandese ex-suikerboer over de samenwerking met een machtige Indiaas-Oegandees suikerrietbedrijf. Terwijl een andere Oegandees, een koffieboer, "erg gelukkig" is met de komst van een grote Duitse koffieproducent. "Nu eet mijn gezin drie keer per dag in plaats van één keer en hebben we een mooi huis."

In Mali liet een leraar juist vol droefenis zijn platgewalste woning zien. Het huis moest wijken voor het grootste irrigatiekanaal van West-Afrika, bedoeld om rijstvelden te bevloeien. Heel spijtig, maar "Afrika heeft investeerders nodig", vond een Zuid-Afrikaanse directeur van een plantage met 3000 hectare jatropha, voor de productie van biodiesel in Mozambique. "Agrarische investeerders met goede bedoelingen en verstand van zaken kunnen dit continent veranderen."

Precies, zei een Ethiopische minister. Hij ziet geen andere manier dan grootschalige landbouw om 'achterlijke regio's' in zijn land te ontwikkelen. En daarvoor zijn investeerders uit binnen- en buitenland onontbeerlijk.

Maar wat als die investeerders inschattingsfouten maken en hun projecten mislukken? "De buitenlanders maakten ons blij met een dooie mus", zei de Tanzaniaanse Mathias over een Brits jatrophabedrijf in zijn dorp dat na achttien maanden met verbouwen stopte vanwege aanhoudende droogte. "We kregen werk, een watertank, een generator. Maar sinds het faillissement moet ik rondkomen van minder dan een euro per dag door het verkopen van houtskool en mijn brommertaxi."

Vijf landen, vijf verschillende verhalen en situaties. De afgelopen maanden berichtte Trouw vanuit Ethiopië, Mali, Oeganda, Mozambique en Tanzania over één van de meest heikele thema's in Afrika: landroof. Dat is hoe mensenrechtenactivisten en milieukundigen de wereldwijde jacht op vruchtbare en goedkope Afrikaanse grond betitelen. Afrikaanse leiders, die deze ontwikkeling actief aanjagen, spreken van 'grootschalige landinvestering'.

Van Sierra Leone tot aan Mozambique en van Soedan tot aan Madagaskar - overal in Afrika worden gigantische stukken landbouwgrond verkocht of geleased aan voornamelijk buitenlandse investeerders. Oppervlakten van 50.000 hectare voor één investeerder zijn geen uitzondering. Een gebied zo groot als Frankrijk - 67 miljoen hectare - is er tot op heden in handen van bedrijven gevallen, volgens de Amerikaanse denktank Oakland Institute, tot voor kort de meest aangehaalde bron op dit terrein. De Landmatrix, een nieuwe databank van grootschalige landtransacties wereldwijd, heeft het over ruim 34 miljoen hectare Afrikaanse grond die sinds 2000 is verkocht of geleased aan investeerders. Maar de samenstellers beschikken slechts over zo'n 70 procent van de data, het aantal hectaren kan dus veel hoger liggen.

"Te veel investeringen lopen uit op onteigening, misleiding en schending van mensenrechten", aldus ontwikkelingsorganisatie Oxfam in een vorig jaar verschenen rapport. Ook menen tegenstanders dat de grootschalige landbouwprojecten in Afrika de voedselonzekerheid zullen vergroten. De in Mali, Kenia, Malawi, Namibië en Benin geproduceerde maïs, rijst, cassave, peulvruchten, pinda's en groenten zijn namelijk vaak bedoeld voor de export. Het verbouwen van gewassen voor alternatieve brandstoffen, zoals jatropha en suikerriet zorgt voor een directe concurrentie tussen voedsel voor de lokale bevolking en de duurzame energiebehoefte van westerlingen. Bovendien worden rondtrekkende veehouders beperkt in hun bewegingsvrijheid doordat bedrijven enorme lappen grond krijgen. "Wij zijn een uitstervend ras", zei herder Gorgis in de Ethiopische Omo-vallei.

Afrikaanse leiders daarentegen verwelkomen de hordes Indiase, Saoedische, Britse, Nederlandse en Zuid-Afrikaanse investeerders met open armen. De Afrikaanse overheden vinden dat de kleinschalige, zelfvoorzienende landbouw te weinig oplevert. De Ethiopische premier Meles Zenawi beweert dat de landtransacties cruciaal zijn voor de ontwikkeling van de landbouwsector, omdat buitenlandse landbouwkundigen hun expertise en moderne technieken meenemen. En door de leasecontracten komen buitenlandse valuta Afrika binnen. Daarbij creëren grote agrarische ondernemers werk. Ze leggen soms ook voorzieningen, zoals een kliniek, aan in rurale gebieden. Dus wie heeft er gelijk? Niemand, zegt Ward Anseeuw, van de Zuid-Afrikaanse universiteit van Pretoria en onderzoekspartner van Landmatrix. "Grootschalige, commerciële landbouw is voor Afrika niet de enige weg uit de armoede. Maar de opschaling hoeft ook niet per se een bedreiging te zijn voor mens en natuur. Wij moedigen onafhankelijke familielandbouw aan, mits het een commerciële inslag heeft en levensvatbaar is. Grootschalige landbouw kan Afrika ook vooruit helpen, mits het met respect voor mens en milieu en op een eerlijke manier gebeurt."

Maar hoe eerlijk is het om een ongeletterde boer op basis van een ingewikkeld contract belangrijke beslissingen over zijn land te laten nemen, vraagt Esther Obaikol van de Uganda Land Alliance (ULA) zich af. ULA wijst kleine landeigenaren op hun rechten. "Een boer is al overrompeld door een bod van een paar duizend euro. Maar stel dat er waardevolle grondstoffen onder zijn land liggen. De machtsverhouding tussen een boer en de overheid of een groot bedrijf is uiteraard scheef."

Anderzijds, het beeld van de weerloze Afrikaanse boer die zich zomaar laat verdrijven werd wel genuanceerd. Niet alle boeren gingen in op de beloftes van de overheid - onder meer ziekenhuizen en scholen - als ze hun akkers zouden verlaten. "Nee, wij blijven hier", zeiden ze in Chimoio in Mozambique. In het Ethiopische Gambella verkoos een oudere Anuak-vrouw het verbouwen van haar eigen voedsel boven elektriciteit op een nieuwe plaats.

Dat zal de Afrikaanse machthebbers er niet van weerhouden grote brokken landbouwgrond op de wereldmarkt te zetten. "Vele gebieden in Afrika hebben nu eenmaal dringend behoefte aan agrarische ontwikkeling", zegt onderzoeker Ward Anseeuw. En de groeiende wereldbevolking heeft steeds meer voedsel nodig. De vraag naar niet-fossiele, duurzame energie wordt ook alleen maar groter. "Afrika bezit tachtig procent van alle braakliggende landbouwgrond in de wereld", schrijft Stephen Ellis, gerenommeerd Brits-Nederlands historicus. In zijn boek 'Het regenseizoen' betoogt hij dat Afrika wel eens de graanschuur van de toekomst kan worden. "Dit kan het moment zijn om productieve landbouw en echte welvaart te creëren."

Maar dan moeten de leiders van de Afrikaanse staten eerst aan hun eigen bevolking denken als ze zaken doen met investeerders. Anders kunnen kwesties rond grondbezit uitmonden in bloedige conflicten. Zoals in Kenia, waar het verkiezingsgeweld van 2008 eigenlijk om landgebruik begon. Of zoals in Madagaskar. Woede over een biobrandstoffendeal tussen de regering en het Zuid-Koreaanse Daewoo Logistics, waardoor boeren van hun land dreigden te worden verdreven, leidde tot de staatsgreep van 2009. Een andere voorwaarde: de bevolking mag absoluut geen honger lijden terwijl het beschikbare voedsel naar welvarendere landen wordt gevlogen. Misschien is een voedselexportverbod in tijden dat er in het productieland droogte of honger heerst denkbaar.

"Het probleem is dat veel Afrikaanse leiders te weinig om hun bevolking geven", zegt Thea Hilhorst, onderzoekster van het Koninklijke Instituut voor de Tropen. Vooral gemarginaliseerde groepen buiten de steden kunnen op weinig steun rekenen. "Nomadische veehouderij is niet achterlijk of ouderwets, zoals zoveel leden van de Afrikaanse elite denken, maar juist mobiel en flexibel. Rondtrekkende herders kunnen inspelen op de steeds onregelmatiger wordende regenval. Ze zijn waardevol." Hilhorst vreest voor enorme veranderingen in families en gemeenschappen. "Jongeren zullen in een grootschalige agrarische sector misschien wat kunnen verdienen, maar de ouderen worden niet aangenomen. Zij hebben dan geen werk en geen land meer - want dat hebben ze weggegeven - geen inkomen en geen positie. Gemechaniseerde landbouw levert veel minder werk op dan kleinschalig boeren."

Toch zegt ook Hillhorst dat de Afrikaanse landpolitiek niet zwart-wit is. "Geen enkel project of land is hetzelfde." Bleek corruptie in Mali aan de orde van de dag, Ethiopische politici nemen minder makkelijk smeergeld aan. In Mozambique, Tanzania en Ethiopië is al het land van de staat en kunnen buitenlandse bedrijven enkel gebruiksrecht krijgen voor periodes van maximaal 50 jaar. Binnenlandse bedrijven mogen vaak langere contracten afsluiten. Maar in Mali en Oeganda mag land werkelijk verkocht worden, wat het belang van eerlijke, transparante contracten des te groter maakt. Hilhorst: "Anders zijn de Afrikanen die grond gewoon kwijt. Het is moeilijk om contracten weer open te breken."

Dus waarom zo snel en grof, vraagt Hilhorst zich af. "Laat een bedrijf eerst maar bewijzen dat het 3000 hectare effectief kan gebruiken, in plaats van de grond meteen te geven." Te veel projecten mislukken of beginnen nooit. Dat grootste irrigatiekanaal van West-Afrika in Mali, waarvoor het huis van de leraar plat moest, doet vooralsnog dienst als enorme wasbak. Sinds de val van Kadafi, de grote financier achter het project, is er niets gekomen van de rijstbouw. Nog een aanbeveling: laat de investeerders niet te lang wachten met genoeg belasting betalen om wegen, scholen en ziekenhuizen te bouwen. Dat is een taak van de overheid, niet van de investeerders. En waarom moet het land weg tegen bodemprijzen? In Ethiopië pacht een investeerder land tegen omgerekend een euro per hectare, in Mali is het gratis. "Afrikaanse leiders moeten beseffen wat ze in handen hebben en hun onderhandelingspositie verbeteren", adviseert Hilhorst.

Als Afrika op gemechaniseerde landbouw overgaat, zullen sommigen erbij inschieten. "Wij kunnen de toekomst van 80 miljoen mensen niet laten afhangen van de archaïsche levenswijze van nog geen half miljoen mensen", zei een Ethiopische ambtenaar. Maar juist nu er zo'n run op Afrikaanse grond is, zijn solide landwetten en duidelijkheid rond landeigendom onmisbaar. Dit is hét moment dat de machthebbers in Afrika hun grootste bezit, de bewoners, moeten beschermen. Die bewoners mogen niet wederom het slachtoffer worden van koloniale taferelen, waarbij buitenstaanders heer en meester worden op Afrikaanse bodem. Daarvoor hebben onafhankelijkheidsstrijders nog maar kort geleden te hard gevochten voor het recht op land.

Peter Kayiira, de Oegandese oud-leraar die al tien jaar vecht voor de teruggave van zijn geboortegrond waar nu een Duitse koffieplantage op staat, zette aan het begin van deze serie treffend uiteen hoe belangrijk landbezit voor de gemiddelde Afrikaan is: "We werken erop, we eten ervan en het is, als het land van onze voorvaderen, voor ons van grote spirituele waarde. Het is alles wat we hebben."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden