NIKS GENERATIE NIX!' Als meer mensen lezen en schrijven, komt er minder oorlog in de wereld'

“Generatie Nix bestaat niet”. En: “Daar heb ik afstand van gedaan.” Rob van Erkelens en Ronald Giphart distantiëren zich van de nieuwe literaire stroming 'Generatie Nix” waartoe zij volgens critici en journalisten behoren. “Ik heb geen zin om verantwoordelijk te worden gesteld voor fouten die anderen maken”, zegt Rob van Erkelens. Hun eigen boeken vinden ze beter dan die van 'generatiegenoten'. Toch zijn ze overgegaan tot het oprichten van 'Zoetermeer'; een tijdschrift dat perfect past bij 'Generatie Nix'.

“Hier, moet je nou eens kijken”, begint Rob van Erkelens (1963, 'Het uur van Lood') geërgerd, “dit is nou precies de reden waarom wij niet bij 'Generatie Nix' willen horen. Hij heeft een nummer van 'Oor' in handen, waarin het debuut van Jerry Goossens, 'De lokroep van de mossel', wordt besproken: “Het nieuwste produkt van Generatie Nix, de club jonge honden van de Nederlandse literatuur. Zij staan bekend om de grote dosis seks, drugs en rock & roll in hun boeken. Dus daar gaan we weer in een honderdvijftig pagina's voortjakkerend flutverhaal . . .” Van Erkelens: “Als ik dit lees word ik ontzettend chagrijnig.”

De kwestie begon 23 februari 1994. Toen publiceerde het weekblad De Groene Amsterdammer een artikel van freelancer Frank Verkuyl over jonge schrijvers. “Hun boeken staan stijf van verveling, en van de seks, drugs en rock 'n roll waarmee ze die verveling bestrijden.” Het geheel werd gebracht onder de kop: 'Generatie Nix'.

Sindsdien is deze term overgenomen door critici, journalisten en docenten Nederlands. Rob van Erkelens en Ronald Giphart (1965, 'Ik ook van jou' en 'Giph') behoren tot die generatie en worden als voortrekkers van 'Nix' beschouwd sinds ze samen besloten het literaire tijdschrift 'Zoetermeer' op te richten.

Van Erkelens: “Eigenlijk is het mijn eigen schuld. Antoine Verbij, eindredacteur van De Groene, belde me op. Hij zocht naar een noemer voor het artikel van Verkuyl. Ik wist wel iets grappigs, zei ik. In Amerika heb je 'Generation X', naar het boek van Douglas Coupland, je zou ons 'Generatie Nix' kunnen noemen. Ik heb de naam dus zelf laten vallen, maar wel in een rijtje met een heleboel mogelijkheden.”

Verontwaardigd praten Van Erkelens en Giphart nu over die benaming. Ze willen niet als een generatie te boek staan omdat er dan aan hun boeken een waarde-oordeel kleeft, op grond van andere romans. Als kleine jongens die beledigd zijn, geven ze Frank Verkuyl de schuld van de hype die hij ontketende.

Verkuyl zelf vindt het flauw dat de schrijvers zo reageren. Hij blijft erbij dat er sprake is van een nieuwe generatie in de Nederlandse literatuur. Wel betreurt hij het feit dat de media er zo negatief over schrijven: 'Generatie Nix' bestaat uit schrijvers van niks. “Toen ik de boeken las voelde ik eenzelfde adem, hoorde ik hetzelfde achtergrondgeluid. De schrijvers zijn allemaal kinderen van de welvarende jaren zestig. Bovendien is het de eerste groep schrijvers die is opgegroeid met beeldcultuur.”

Hij wordt daarin bijgevallen door Henk Figee, redacteur van Nijgh & Van Ditmar ('Neukh & Van Dattum', volgens het woordspelletje in 'Giph'). “Ze zijn kinderen van deze tijd”, zegt hij. Hij waardeert de brutaliteit en vitaliteit uit hun boeken: “ Ze zijn nergens bang voor.”

Dat ze uit een generatie komen met lef, daar zijn Giphart en Van Erkelens het over eens. Ze vinden echter niet dat dat alleen voor schrijvers geldt, maar voor de hele leeftijdsgroep. “Dat is precies wat ik met mijn artikel bedoelde”, zegt Verkuyl. “De manier waarop deze jongens schrijven, dat zegt iets over hoe een deel van de jeugd in het leven staat. Hoe ze tegen de wereld en het leven aankijken.”

Giphart benadrukt liever het verschil: “Wat hebben wij nou objectief gezien met elkaar gemeen?” Van Erkelens: “Ik geloof niet dat we dezelfde houding ten opzichte van het leven hebben.” Ronald Giphart grijpt de stof van de volledig zwarte outfit van Van Erkelens vast en roept: “Moet je nou eens kijken hoe hij erbij zit”, waarna hij op zijn eigen gestreepte blouse en spijkerbroek wijst. Zijn boekenwurmenbril staat in schril contrast met de zwart omlijnde ogen van Van Erkelens. Giphart zou eerder de corpsbal zijn waar Van Erkelens de punker is. Toch erkennen ze dat er overeenkomsten bestaan in hun werk. Van Erkelens: “We schrijven over dingen die we zelf meemaakten. Dat is denk ik een hele simpele samenvatting.” Giphart: De fysieke kant van de literatuur. Wij maken literatuur die vanuit de tenen, de kloten en het hart komt.” Van Erkelens: “Of het nou over seks gaat of over automutilatie, het is een lichamelijke proza. Een operatie.”

Tussen deze twee uitspraken hinkten de schrijvers toen ze op zoek waren naar een ondertitel bij 'Zoetermeer'. In eerste instantie zou de ondertitel zijn: “Een tijdschrift voor lichamelijke literatuur”. Nu staat op een kopie van de voorlopige cover 'Een tijdschrift voor fysieke literatuur'. Maar waarschijnlijk besluiten ze de hele ondertitel weg te laten. “We zetten het er maar niet op, want dan geven we mensen zoveel handvatten om het neer te sabelen”, zegt Van Erkelens.

Begin augustus moet het eerste exemplaar van 'Zoetermeer' in de boekhandel liggen. “Het tijdschrift is bedoeld als aanlegsteiger voor jong talent”, zegt Giphart. Daarom zou het niet vreemd zijn dat veel jonge schrijvers uit de (niet-bestaande) 'Generatie Nix' erin zullen publiceren. Schrijvers als Joost Zwagerman, Don Duyns, Hermine Landvreugd, Jerry Goossens, Herman Brusselmans en gepoogd wordt Gerard Reve over te halen om in het blad te publiceren. “Iedereen mag erbij, het moet alleen aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoen.”

'Zoetermeer' wordt een verhalenbundel van 128 pagina's in boekformaat. Het verschijnt vier keer per jaar en kost Fl. 14,90 “Een soort podium, zodat mensen kunnen zien wat er aan de hand is in de literatuur”, legt Giphart uit. “We krijgen ook een buikbandje!” Op de voorkant van de eerste 'Zoetermeer' komt een foto van een eenzame soldaat met uzi en patronen. “Het gaat ons erom dat het hele gedoe met het buikbandjes-mechanisme belachelijk wordt gemaakt”, komt Van Erkelens op het onderwerp terug. “Zo zijn er een heleboel dingen die belachelijk gemaakt moeten worden omdat ze nuffig zijn.”

'Zoetermeer' wordt opgerichtom literatuur weer 'leuk' te maken. Van Erkelens: “We beginnen dit blad omdat er geen enkel tijdschrift is dat leuk is en waar gedurfde dingen in staan. Het zijn allemaal brave blaadjes, vaak te serieus. Er moet gewoon een tijdschrift zijn waarin iets gebeurt, dat een beetje controversieel kan zijn.” Giphart: “En wij verdienen er geld mee.” Van Erkelens: “Ja, maar dat is niet . . .” Giphart: “Oh nee, dat mag ik van jou niet zeggen hè.” Van Erkelens: “Nee. Straks gaan mensen denken dat dat je enige motivatie is.”

Dat ze verkeerd begrepen worden, dat lijkt hun grootste bezwaar tegen het gebruik van 'Generatie Nix', ook omdat recensenten zo negatief oordelen. “Ik word beoordeeld op de fouten van anderen”, zegt Van Erkelens. Giphart voegt hieraan toe: “Net zoals met Jerry Goossens. Die schrijft volgens 'Oor' een kutboek en dat wordt dan het stereotype voor een hele generatie. Je hoeft de boeken niet meer gelezen te hebben om toch een mening te hebben.”

Betekent dat 'Generatie Nix' eigenlijk wel kan, maar de kritieken over de boeken niet? Beiden verzinken in stilte die Giphart verbreekt door te zeggen: “Misschien heb je wel gelijk. Als we veertig televisieploegen over de vloer hadden die ons uitriepen tot de grootste talenten van dit decennium, dan hadden wij minder hard geroepen dat we er niet bij horen. Al is ook dan enige reserve op zijn plaats.”

Ze bekennen getwijfeld te hebben of ze het begrip over zouden nemen of niet. “Na het stuk van Verkuyl hebben we ons afgevraagd of we ons erbij aan zouden sluiten en zo zouden presenteren zoals eerder de Maximalen dat deden, of niet. Maar het ging een kant op die we niet meer in handen hebben”, vertelt Giphart. “En ik wil gewoon niet dat mijn boek beoordeeld wordt op uitspraken die zijn gedaan over bij voorbeeld Don Duyns. Ik vind mijn eigen boek tien keer zo goed als dat van Don”, vult Van Erkelens aan. Giphart is het daar mee eens: “Zoals Joost Zwagerman geen zin had om voor ons de kar te trekken, zo hebben wij geen zin om dat voor anderen te doen.”

Toch vindt Giphart dat hij en Van Erkelens hun nek uit steken door 'Zoetermeer' op te richten. De bijzondere naam kreeg het tijdschrift omdat de burgemeester van Zoetermeer reageerde op een recensie over 'Het uur van lood” waarin staat: “Op weg naar Zoetermeer, de slaperigste slaapstad van dit land, per ongeluk uit de polder opgeschoten, per ongeluk voortgewoekerd als een gezwel.” De burgemeester nodigde Van Erkelens uit om de stad eens te bezoeken. Van Erkelens ging er op in en beloofde meteen zijn nieuw te komen tijdschrift 'Zoetermeer' te noemen, en vroeg tegelijk of de burgemeester het restant begrotingstekort wilde aanvullen.

Henk Figee lacht om de vindingrijkheid van 'zijn jongens'. Bovendien vindt hij de titel perfect bij het image van 'Nix' passen: “Zoetermeer is vol nieuwbouw, heeft een hoog percentage zelfmoord en totaal geen cultuur”, grijnst hij. Van Erkelens lijkt het daarmee eens te zijn. “Het mooiste aan Zoetermeer is dat ze binnenkort rolvloeren in het winkelcentrum gaan aanleggen. Zoals je dat op Schiphol ook hebt. Je gaat op de band staan en wordt zo door het winkelcentrum gevoerd. Het is echt een fantastisch voorbeeld hoe de menselijke beschaving ons alle menselijkheid kan ontnemen.”

Het tijdschrift 'Zoetermeer' is anders juist bedoeld om beschaving bij te brengen. “Je moet mensen de kans op ontwikkeling niet ontnemen, maar juist geven”, zegt Van Erkelens. “Straks spelen we alleen nog Nintendo, daar schieten we geen reet mee op. Ik stel er prijs op als er in een samenleving een groepje mensen is dat een beetje zorg draagt voor de cultuur; voor de persoonlijke en maatschappelijke ontwikkelingen.”

Omdat mensen zich vooral tijdens de pubertijd ontwikkelen, mikken de schrijvers - “naast alle mensen die van goede literatuur houden” - vooral op scholieren.

Van Erkelens en Giphart willen in 'Zoetermeer' alleen 'leuke' verhalen plaatsen, in de hoop dat meer - jonge - mensen warm lopen voor lezen en schrijven. “Als meer mensen lezen en schrijven, komt er minder oorlog in de wereld”, zegt Van Erkelens voorzichtig. In de pubertijd moeten volgens Giphart en Van Erkelens kinderen in aanraking worden gebracht met cultuur. “Van de dertig zijn er dan later misschien maar twee die componist of schrijver zullen worden. Maar het is in ieder geval meer dan nul”, zegt Van Erkelens. “Maar”, voegt Giphart toe, “als ze liever gaan korfballen, dan mag dat natuurlijk net zo goed.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden