Boekrecensie

Niks geen ‘in de politiek verdwaalde professor’

Jelle Zijlstra vertrekt als formateur van een overgangskabinet op Paleis Soestdijk, 1966. Beeld ANP

Biograaf Harmsma rekent af met het beeld dat oud-premier Zijlstra van zichzelf creëerde. Dit boek is alles behalve een hagiografie.

De lijst van functies die Jelle Zijlstra vervulde, imponeert. Hij was onder meer minister van economische zaken en financiën, premier en president van De Nederlandsche Bank. De lijst van functies die hij afsloeg maakt zo mogelijk nog meer indruk: na zijn premierschap kreeg hij nog drie keer de vraag of hij minister-president wilde worden (1967, 1977 en 1981), gold hij in 1973 als everybody’s choice voor het voorzitterschap van het Internationaal Monetair Fonds en had men hem in 1980 op het oog voor het voorzitterschap van de Europese Commissie.

Zonder ook maar een moment in de val van een hagiografie te trappen toont historicus Jonne Harmsma in ‘Jelle zal wel zien. Een eigenzinnig leven tussen politiek en economie’ duidelijk welk gezag zijn hoofdpersoon gedurende zijn carrière wist op te bouwen. De boektitel verwijst er al naar. ‘Jelle zal wel zien’ was Wim Kans versie van ‘Yellow Submarine’ van The Beatles. Aan het einde van het turbulente 1966 (een maatschappij op zijn kop, het voorlaatste kabinet gevallen gevallen tijdens de Nacht van Schmelzer) riep de cabaretier tijdens zijn oudejaarsconference op om vertrouwen te hebben in de kersverse interim-premier. Dat had een groot deel van het Nederlandse volk. Het lied werd ondertussen in verschillende versies een hit.

Dictatuur

In Kamer en ministerraad gaf Zijlstra meer college dan dat hij bijdroeg aan debat. Hij had sowieso de neiging om zijn kaarten lang tegen de borst te houden. Maar eenmaal aan het woord wist hij complexe problemen in heldere bewoordingen tot de kern terug te brengen. De deskundige, strenge en gevatte Zijlstra, lid van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), groeide uit tot het financieel-economisch geweten van Nederland. Als minister van financiën in het kabinet-De Quay (1959-1963) domineerde hij meer dan de premier. Collega Marga Klompé sprak van de ‘dictatuur van Zijlstra’. Zelfs Margaret Thatcher riep jaren later haar minister van financiën tot de orde met een beroep op een gesprek met de kundige Nederlander. Binnenslands bleef hij onvermoeibaar hameren op begrotingsdiscipline (de Zijlstra-norm). Internationaal droeg hij met zijn stuurmanskunst en gezag bij aan het beheersbaar houden van monetaire turbulentie.

Een toekomst als aardappelhandelaar, net als zijn vader, lag voor Jelle Zijlstra (1918-2001) het meest voor de hand. Maar de in Oosterbierum geboren en getogen jongen had andere ambities. Op de mulo en hbs blonk hij uit en zo baande hij zich een weg naar studie en promotie op de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam. Hij maakte razendsnel carrière. Op zijn 29ste was Zijlstra hoogleraar. Toen hij in 1952 minister van economische zaken werd, was hij net 34. Precies zo had hij het de jongelingenvereniging van Oosterbierum als 17-jarige voorgespiegeld: “Kenmerkend verschijnsel van deze tijd is wel, dat in alle standen de neiging openbaar wordt, om hoger op te komen.”

Kussens opschudden

Zijlstra was lichtvoetig gereformeerd, geen trouw kerkganger. Dominees beproefden zijn geduld. Hij moest naar hen luisteren. Gelovig zijn betekende ook niet zwaar op de hand zijn. Zijlstra ging bijvoorbeeld graag een avondje uit.

Omslag ‘Jelle zal wel zien’

Politiek vertaalde zich dat in een modern-pragmatische opstelling. Binnen zijn eigen partij leverde dat langdurig wantrouwen op. De jonge Zijlstra leek vooral Rotterdamse zakelijkheid mee te brengen en was weinig beginselvast. Hij pleitte voor het opschudden van de kussens binnen de ARP en tegen het vasthouden van relicten uit het tijdperk-Colijn. Rechtlijniger partijgenoten dachten daar het hunne van en vonden dat hij flirtte met de rode PvdA.

In een later stadium van zijn carrière, rond de maatschappelijke omwentelingen vanaf midden jaren zestig leek die progressieve bevlogenheid weggeëbd. Zijlstra bekritiseerde ARP’ers die met een beroep op de Bijbel à la Aantjes’ Bergrede op de linkse toer gingen. Zijn partij moest voorzichtig zijn met ‘het noemen van Gods naam op het politieke terrein’.

Dubbele petten

Het sterke van Harmsma’s biografie is dat hij van Zijlstra een gelaagd personage maakt. Het boek rekent af met de door de antirevolutionair zelf gecreëerde en keer op keer gerevitaliseerde mythe van de in de politiek verdwaalde professor. Klopt niks van, concludeert de biograaf. Zijlstra was wel degelijk een homo politicus, insider in het Haagse en de invloedrijke kringen daarbuiten. Handig was het wel. Door zich steevast als wetenschapper te positioneren en in heldere bewoordingen te analyseren, kregen zijn woorden als vanzelf iets heel redelijks. Naast linkse en rechtse waren er dan altijd de overdenkingen van ‘professor Zijlstra’.

De econoom Jan Pen vond dat die houding ook iets onsympathieks had. Zijlstra nam opzettelijk afstand van polariserende politici en dreinende ministers. Hij stelde zich niet buiten de politiek op, maar plaatste zich erboven. Tijdens vergaderingen hoorde hij zichzelf het liefst praten. Bij betogen van anderen las hij soms de krant of zette hij de koptelefoon op, terwijl het geluid van de simultaanvertaling uitging.

Harmsma is in deze uitstekende biografie terecht kritisch op Zijlstra’s korte lijntjes met het bedrijfsleven. Hij signaleert de dubbele petten en de invloedrijke en lucratieve commissariaten die wel erg snel na het neerleggen van politieke en bestuurlijke functies volgen.

Niet de leukste thuis

Thuis was Zijlstra niet altijd de leukste. Hij gruwde van een geëmancipeerde vrouw als Liesbeth den Uyl. Zijn eigen echtgenote Hetty moest vooral mooi en dienstbaar zijn. Haar ontwikkeling stond vooral in dienst van hem. Het was fijn als ze als van oorsprong eenvoudig Fries meisje tijdens representatieve gelegenheden haar talen sprak en kon meepraten over zaken. In zijn studententijd had Zijlstra zijn toekomstige vrouw al gewaarschuwd: “Ik ben eigenlijk een grote egoïst, gauw driftig en met veel andere gebreken”, schreef hij haar.

Thuis was Zijlstra niet altijd de leukste.

Te midden van zijn gezin poeierde hij later geregeld zijn vrouw af of onderbrak hij betogen van de kinderen vanwege denkfouten. Hoewel thuis maakte hij vaak een afwezige indruk, verdiept in gewichtiger zaken. Zijlstra’s humeur bepaalde ook de sfeer. Meebewegen met veranderende tijden en nieuwe ideeën van zijn kinderen was niet zijn sterkste punt. Zijn door Europa liftende oudste zoon en diens studiekeuze voor psychologie (‘een schijnwetenschap’) kon hij niet serieus nemen. Dat een deel van zijn kroost in de jaren zeventig rood stemde, beantwoordde hij met hoon. “Geniet er maar van, jongens”, zei Zijlstra dan tijdens familiediners. “Den Uyl gaat het ons allemaal afpakken!”

Oordeel: uitstekend portret.

Jonne Harmsma
Jelle zal wel zien. Jelle Zijlstra, een eigenzinnig leven tussen politiek en economie
Prometheus; 598 blz. €39,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Meer recensies leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden