Nijpend tekort aan oogartsen verwacht

Van een onzer verslaggeefsters

Het Nederlands Oogheelkundig Genootschap (NOG) voorspelt een forse toename van het aantal blinden en slechtzienden en een stijging van de vraag naar oogheelkundige zorg met vijftig procent in de komende vijftien jaar, zo bleek gisteren op een bijeenkomst ter gelegenheid van zijn honderdjarig bestaan.

Omdat het toekomstperspectief zo somber is, schreef het NOG het beleidsplan 'De toekomst voor ogen', waarin tal van voorstellen gedaan worden hoe het tekort aan oogartsen kan worden weggewerkt en de wachtlijsten verminderd.

De gemiddelde wachttijd voor de oogarts is nu een half jaar. Zonder uitbreiding van het budget en structurele maatregelen kan daar volgens het NOG niets aan worden gedaan, laat staan dat de groeiende vraag kan worden opgevangen.

In het maar liefst 75 bladzijden tellende beleidsplan analyseert het NOG uitvoerig alle oorzaken en knelpunten in de oogheelkundige zorg. Oplossingen worden gezocht in drie scenario's, met de toepasselijke titels 'Oogkleppen weg', 'Een bredere kijk' en 'Panoramablik'.

Opvallend is de grote rol die het NOG de huisarts toebedeelt. Volgens het genootschap zou de huisarts (beter) moeten selecteren welke patienten naar de oogarts verwezen moeten worden. De huisarts zou daartoe beter geschoold moeten worden. Een gezamenlijk overeengekomen gedragscode zou verder moeten uitmaken waar de taak van de huisarts ophoudt, dan wel die van de oogarts, opticien, optometrist of contactlensspecialist begint.

Het spreekuur van de oogarts is drukker dan dat van de huisarts. Hij ziet 27 patienten in vier uur, wat neerkomt op nog geen negen minuten per patient. Ruim de helft van de oogartsen meet zelf nog de gezichtsscherpte en 30 procent van de praktijken heeft geen technisch oogheelkundig assistent.

Meer 'hulppersoneel' kan volgens het NOG de werkdruk van de oogarts verminderen. Voor- en routineonderzoek wordt nu teveel door de oogartsen zelf gedaan, met als gevolg overvolle spreekuren en lange wachttijden. "Daardoor wenden veel patienten zich rechtstreeks tot een optometrist, in de veronderstelling dat een bril een einde zal maken aan de oogheelkundige klachten."

Tenslotte pleit het NOG dus voor een forse uitbreiding van het aantal oogartsen. Er komen op het ogenblik jaarlijks slechts zeventien nieuwe oogartsen bij. Nederland telt een oogarts per 39 000 inwoners, terwijl de officiele norm zelfs een op 44 300 mensen is. Volgens het NOG moet de norm op den duur, mede vanwege de (ook relatieve) groei van de groep ouderen, terug naar een op 25 000. De te lange wachttijd leidt bij voorbeeld bij ouderen met glaucoom (aantasting van de oogzenuw) en patienten met door diabetes veroorzaakte afwijkingen, onnodig tot blindheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden