Nijlgans niet bepaald welkom in onze vogelwereld

Het gebeurt regelmatig dat lezers me schrijven vreemde vogels gezien te hebben, die ze in hun wat oudere vogelboeken niet konden vinden. Het gaat dan steevast om nijlganzen, wat gemakkelijk uit hun beschrijving valt af te leiden. Kleur en tekening zijn zo opmerkelijk dat de nijlgans met geen enkele andere vogel te verwisselen is.

HENK VAN HALM

De nijlgans, vosgans of Egyptische gans is een tamelijk bontgekleurde gans. Het meest vallen de felgele ogen op in een kastanjebruin boevenmasker, dat nogal afsteekt tegen de bleekbruine kop. Snavel en poten zijn roze. De rug is vosbruin met zwart, met een witte vlek op de schouder. De hele onderkant is van hetzelfde bleke bruin als de kop, met een bijna zwarte vlek op de borst. Er bestaat een lichtere variant, met grijs op de schouders en een duidelijk groen glanzende vleugelspiegel. Mannetje en vrouwtje zien er eender uit, jonge vogels zijn doffer en missen meestal de borstvlek.

Vooral in de vlucht maken nijlganzen een bonte indruk door de witte vlek, die een groot deel van de verder zwarte vleugels beslaat. Ze doen wat denken aan bergeenden, waar ze inderdaad familie van zijn. Nijlganzen zijn dus geen echte ganzen, maar eenden. Dat kun je al zien aan de voor een gans nogal lange poten. Ze waggelen veel minder dan echte ganzen. Ook is de nijlgans een voortreffelijke duiker, iets waar ganzen bepaald niet in uitblinken.

Zoals hun naam zegt, horen nijlganzen thuis in Afrika. Maar sinds de jaren zeventig zijn uit ontsnapte vogels op verschillende plaatsen bloeiende populaties ontstaan. Ik kom ze op diverse plaatsen tegen: in de Kennemerduinen, in Botshol, in de Gelderse Poort, in de Wageningse uiterwaarden, in de Lauwersmeer, in het Amsterdamse Bos. Het is niet zo vreemd. Je kunt je afvragen waarom de nijlgans niet eerder inburgerde, zoals in Engeland, waar in Norfolk al meer dan een eeuw een vrij levende populatie bestaat. Nijlganzen worden al eeuwenlang als siervogel gehouden, in Engeland al minstens sinds de zeventiende eeuw. Volgens sommigen hielden de oude Egyptenaren ze al als huisdier.

De opvatting dat nijlganzen op de trek regelmatig tot in Zuid-Europa zouden doordringen en zelfs op eigen kracht Engeland zouden bereiken, kom je in allerlei oude boeken tegen. Het schijnt vooral de ornitholoog Temminck te zijn geweest die dat op zijn geweten heeft gehad en steeds weer door anderen is nageschreven. Het is niet helemaal van enige grond ontbloot, want de nijlgans schijnt een paar eeuwen geleden nog te hebben gebroed in de Donaudelta en tegenwoordig als heel zeldzame dwaalgast wel eens in Zuidoost-Europa terecht te komen. Ooit was de nijlgans broedvogel in Palestina, wat hij met veel Afrikaanse vogelsoorten gemeen heeft.

In de Nederlandse avifauna's van 1971 en eerder kom je de nijlgans niet tegen. Toch begint de geschiedenis van de vrij levende nijlganzen in ons land al eerder. Teixeira meldt in de 'Atlas van de Nederlandse Broedvogels' dat rond 1967 zes nijlganzen ontsnapten uit een park in Rijswijk en omstreeks dezelfde tijd een paar uit de Wassenaarse Dierentuin. Die schijnen de grondslag te hebben gelegd voor een populatie nijlganzen bij Den Haag. In 1977 wordt het aantal broedparen in ons land tussen de dertig en de vijftig geschat, tien jaar later tussen de 85 en 125. Het laatste nummer van 'Het Vogeljaar' meldde een explosieve vermeerdering van nijlganzen bij Bunschoten, waar in de zomer van 1993 nog 28 dieren zaten en in de afgelopen zomer dank zij het grote broedsucces 84.

Nijlganzen leven altijd in de buurt van zoetwater, in Afrika langs de Nijl en andere grote rivieren, in moerasgebieden, in de Westafrikaanse rijstvelden en op meeroevers. Ze maken er hun nest in holen en op richels van hoge en onbereikbare kliffen. Ze zitten nogal eens in bomen, vooral als die aan de waterkant staan. In Nederland leggen nijlganzen hun eieren vaak in een verlaten kraaie- of reigernest of ze maken op een beschutte plek een grondnest van planten uit de directe omgeving. De nestkom wordt met lichtgrijs dons bekleed.

Het nestelen begint na een luidruchtige balts, die uren duurt en waarbij het mannetje zich uitslooft voor het vrouwtje, dat ogenschijnlijk nauwelijks belangstelling voor hem heeft. Maar het resultaat is uiteindelijk toch een legsel, dat er al in februari kan zijn. Het broeden duurt bijna een maand. Mannetje en vrouwtje wisselen elkaar daarbij af.

De kuikens worden direct na het uitkomen naar het water geleid. Ze lijken op jonge bergeenden, zwart en wit getekend. Maar heel anders dan jonge bergeenden hebben ze niets te duchten van de roofzuchtige zilver- en mantelmeeuwen, die onder bergeendekuikens elk jaar een ware slachting aanrichten.

Nu komen nijlganzen nooit aan zee zoals bergeenden, en zeker niet met hun jongen. Maar ze broeden wel maar een paar kilometer van zee in duinmeren, die ook gefrequenteerd worden door de grote meeuwen. Daar zwemt zo'n troep kuikens zo dicht opeen en streng bewaakt door beide ouders, moeder voorop, vader als hekkesluiter, dat geen enkele meeuw zich in de buurt durft te wagen. De ganzen zijn zo agressief dat zelfs vossen ervoor wijken. Een woedende nijlgent is een geduchte tegenstander. Aan het handgewricht heeft hij een stompe hoornachtige spoor, waarmee hij enorme klappen kan uitdelen.

Die weerbaarheid heeft ook zijn keerzijde. “In de hoogste mate heerszuchtig en boosaardig, leeft zij niet eens met hare soortgenoten in vrede, hoewel zij zich met hen tot troepen verenigt,” schrijft Brehm, en daarmee zegt hij zelfs nog te weinig. Een paar bezet een territorium van meer dan een kilometer oeverlengte, waar elke andere vogelsoort uit wordt verdreven. In de Kennemerduinen hield een paar nijlganzen zelfs een paar knobbelzwanen op afstand. De bevolkingsexplosie bij Bunschoten gaat problemen geven met andere vogelsoorten, ondermeer in de om zijn weidevogels beroemde Arkemheense Polder bij Nijkerk, de voornaamste broedplaats.

Vogelkenners zijn niet zo gelukkig met deze aanwinst. Ze vrezen het ergste voor een hele reeks inheemse water- en moerasvogels, die zullen wijken voor de agressie van deze nieuwkomers.

NATUUR DEZE WEEK

Nu de bomen nog helemaal kaal zijn, kun je veel gewaar worden van het gedrag van roeken en blauwe reigers in hun kolonies. In de reigerkolonies zijn al enige paren aan het broeden. Van de grond af zie je daar niet veel van, want de broedende vogels zitten diep weggedrukt in de nestkom. Op andere nesten staan mannetjes met veel gebaren vrouwtjes te lokken. De mannetjes nemen namelijk het initiatief bij de paarvorming door hun aanstaande een woning aan te bieden. In de roekenkolonies gaat het aanmerkelijk lawaaiiger toe. De vogels zijn druk bezig met de nestbouw en schrikken er daarbij niet voor terug takken uit elkaars nest te roven. Dat geeft vaak aanleiding tot luidruchtige ruzies. - Zanglijsters en merels zingen druk in de steden waar ook maar ergens tuinen of plantsoenen zijn. De grote lijster is meer een vogel van de bossen en van grote parken met oude bomen. Zijn lied klinkt wat zwaarmoedig en minder gevarieerd dan van zanglijster en merel. - Vinken zijn dit jaar vroeg met hun zang. Deze week oefende er een in het plantsoen achter ons huis. Vinken moeten er elk voorjaar weer even inkomen. Het duurt wel een dag voordat ze weer de krachtige vinkeslag kunnen laten klinken. $ Aalscholvers trokken vroeger in de late herfst vrijwel allemaal weg uit ons land. Tegenwoordig blijven ze aan de grote rivieren, in de Waddenzee en in de grote havens zoals het Amsterdamse IJ. - De mollen zijn erg actief. Op veel plaatsen vind je tientallen hopen bijeen. Mollen graven hun holen diep, als het een koude winter is. Ze gaan de regenwormen achterna. Maar deze winter is eerder nat dan koud. Daarom blijven de mollen dicht onder het maaiveld. - De eerste bloeiende paardebloem vond ik afgelopen zondag. Dat is zes weken eerder dan vorig jaar! Tegelijk met de eerste open gele narcis.

EN VERDER

Natuurwandelingen van het IVN voor het publiek: morgen Vondelpark in Amsterdam met speciale aandacht voor boomknoppen en vroege lenteboden, om 11 uur onder de brug in de Van Baerlestraat; Deelerwoud bij Apeldoorn met aandacht voor de overwintering van plant en dier, om 14 uur van het viaduct over de A50 aan de Oude Arnhemseweg voorbij Woeste Hoeve (bereikbaar met Midnet-lijn 124, halte Woeste Hoeve, 13.37 uur); Staatsbossen bij Asten en Someren, om 14 uur van café 't Fortuintje; Birkhoven bij Amersfoort, om 14 uur van de parkeerplaats bij bospad en openluchttheater; bomen in de winter in het Nieuwstadter Bos, om 14 uur van NS-station Susteren. - Morgen organiseert de Vereniging Natuurmonumenten een winterwandeling in Oisterwijk, om 11 uur van de parkeerplaats bij het Vogelpark. Medewerkers van Natuurmonumenten zullen vertellen over het beheer van de bossen en hoe die er in de toekomst uit zullen zien. Er wordt ook naar de bosvogels gekeken. - Volgende week zaterdag kunt u het IVN Amersfoort een handje helpen bij het knotten van wilgen. Men vertrekt op de fiets om 8.30 uur van de Kinderboerderij De Vosheuvel. - Het IVN Haarlem organiseert een groencursus van vier avonden en vier wandelingen voor wie meer wil weten over de natuur in eigen stad. De cursus begint op woensdagavond 1 maart en vervolgens om de veertien dagen van 20 tot 22 uur en wordt gegeven in het Natuur- en Milieucentrum Ter Kleef aan de Kleverlaan. De excursies zijn op de zondagochtenden 5 en 19 maart en 2 en 23 april, van 10 tot 12 uur, telkens in een ander deel van de stad. De kosten zijn ¿ 25,- per persoon, het cursusmateriaal en koffie of thee inbegrepen. Snel opgeven is belangrijk, bij mevrouw R. van Gils, tel. 023-247210.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden