Nigeria wil van nood deugd maken

De dollars raken op, importeren is duur, dus wil het land zelf produceren, maar de grondstoffen ontbreken

Godwin Emefiele, president van de centrale bank van Nigeria, bracht het deze week als een buitenkansje. Nu zijn bank het lastig maakt om tomatenpuree te importeren, gaan Nigeriaanse bedrijven die natuurlijk zelf produceren. Wat dat niet aan banen oplevert!

De Nigeriaanse centrale bank wees afgelopen zomer 41 'productcategorieën' aan die importeurs niet langer met dollars in het buitenland mogen kopen. Emefiele en de zijnen zagen zich daartoe gedwongen omdat ze de voorraad buitenlandse valuta te snel zien slinken, nu er aanzienlijk minder oliedollars binnenkomen.

Een vat ruwe olie doet niet langer ruim 100 dollar, zoals in de zomer van 2014, maar nog ongeveer de helft. Een ramp voor Nigeria, dat 95 procent van zijn inkomsten uit de olie-industrie haalt. Het Nigeriaanse statistiekbureau verwacht dit jaar een groei van 2,6 procent, tegen 6,2 procent in 2014.

De inflatie in het land ligt op 9,3 procent, vooral omdat de Nigeriaanse munt, de niara, zo'n 20 procent van zijn waarde verloor ten opzichte van de dollar. Nóg een reden om minder te importeren: een zwakke munt maakt buitenlandse producten duur.

Nu de Nigeriaanse consument het afgelopen jaar stevig aan koopkracht heeft ingeleverd, hoopt de centrale bank dat verlate oogsten de komende maanden in ieder geval de druk van de voedselprijzen af halen.

De agrarische sector in het land heeft nog enige omvang, dus kan een Nigeriaanse oogst de binnenlandse voedselprijs drukken. De maakindustrie heeft die omvang, en dus die invloed, niet. Nigeria probeert daar al langer verandering in te brengen, zodat het minder kwetsbaar wordt voor schommelingen op de o zo beweeglijke oliemarkt.

Maar overschakelen op binnenlandse productie is makkelijker gezegd dan gedaan. De Nigeriaanse vereniging van fabrikanten meldt aan persbureau Reuters dat de restricties van de centrale bank de import van zo'n 680 producten praktisch onmogelijk maakt. Van glas tot tandenstokers, van wierook tot multiplex, het komt het land niet meer in.

Volgens de kamer van koophandel in Lagos, de commerciële hoofdstad van het land, komt Nigeria op jaarbasis bijvoorbeeld 600.000 ton palmolie tekort om zelf voldoende zeep, wasmiddel en cosmetica te produceren; producten die allemaal onder de importrestricties vallen.

Ook in Rusland - dat dit jaar al 39 procent minder importeerde, omdat het is getroffen door dezelfde oliecrisis als Nigeria én door westerse sancties - klinkt de roep om van de nood een deugd te maken. Premier Dmitri Medvedev zit een commissie voor die moet toezien op de omslag naar de binnenlandse productie van goederen, maar soepeltjes loopt het ook in Rusland niet. Want, heel praktisch, waar haalt een olieland in crisis zijn investeringen vandaan? Geldschieters schrikken terug voor de risico's.

Sinds dit voorjaar wordt Nigeria geregeerd door Muhammadu Buhari, die in de jaren tachtig al eens aan de macht was, toen aan het hoofd van een militaire regering. Ook in die tijd leed het land onder dalende olieprijzen en stijgende kosten voor import. En ook toen legde de overheid de import aan banden en propageerde ze 'made in Nigeria'.

Reuters citeert Razia Khan, econoom bij de Standard Chartered Bank: "Nigeria heeft in het verleden ruime ervaring opgedaan met vergelijkbaar beleid om importen te vervangen. Het is maar zelden gelukt om een bruisende, concurrerende industriële sector op te zetten die in staat is om de banengroei te creëeren die Nigeria, gezien zijn demografische ontwikkeling, wel degelijk nodig heeft."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden