'Nigeria en Shell: moeder en zoon'

LEERSUM - Een Nigeriaanse hand is gauw gevuld. Dus de toezegging van Shell dat er een dialoog komt met de vakbonden in Nigeria, stemt Milton Dabibi en Frank Kokori hoopvol. Maar ook de FNV, dezer dagen gastheer van de twee vrijgelaten Nigeriaanse vakbondsleiders, voorziet een kentering in het gedrag van Shell.

Dabibi en Kokori werden in januari onderscheiden met de FNV Vakbondsrechtenprijs, maar moesten zich toen nog door familieleden laten vertegenwoordigen. Het tweetal werd, met een groot aantal collega's, na de grote oliestaking in 1994 zonder enige vorm van proces gevangengezet. Pas in juni van dit jaar, na de plotselinge dood van dictator Abacha, werden zij vrijgelaten. Langzaam proberen zij de draad weer op te pakken. De advocaat Dabibi als voorman van de oliebond Pengassan en Kokori als algemeen secretaris van de bond Nupeng. Met werkbezoeken aan diverse landen proberen zij solidariteit te kweken met hun strijd voor meer democratie en sociale rechten in Nigeria. De FNV wil de vakbonden in Nigeria helpen met trainingen en opleidingen en kan hen voorzien van nuttige informatie over Shell.

Gisteren bezochten Dabibi en Kokori de Bondsraad van FNV Bondgenoten in Leersum, om alsnog de vakbondsrechtenprijs te ontvangen.

Zij kregen van de Bondsraad een staande ovatie voor hun emotionele verhaal dat zij hun strijd, die door God is ingegeven, zullen voeren desnoods tot de dood erop volgt.

Hard nodig

De internationale steun is hard nodig, benadrukken de twee, omdat Nigeria na de dood van Abacha een kans heeft om naar een normale democratie toe te groeien. De militairen zullen het veld moeten ruimen en dan ontstaat er vanzelf ruimte voor de sterkste en best georganiseerde instituties van het land, de vakbonden. Vooral nu die gezuiverd zijn van de waakhonden die het regime-Abacha er had geposteerd. Maar ook de multinationals die in Nigeria actief zijn, zullen een bijdrage moeten leveren. Vandaar dat de rondleiding en het gesprek, dinsdag bij Shell in Pernis, voor Dabibi en Kokori van groot belang was.

Het verschil was wel erg groot, zeggen de twee. “Hier is een heel andere structuur, worden beslissingen op andere niveaus genomen dan bij Shell in Nigeria”, zegt Dabibi. “Bij ons heeft Shell ook geen ondernemingsraad en worden de vakbonden hooguit geconsulteerd over sommige zaken. Het is wel zo dat Shell sinds de dood van vredesactivist Ken Saro Wiwa en alle publiciteit die er nadien ontstond, opener is geworden. Zodra we terug zijn, gaan we bekijken of Shell zijn afspraken nakomt en we inderdaad een dialoog kunnen aangaan over sociale aspecten maar ook over de gevolgen voor het milieu.”

“Maar vergeet niet”, zegt Kokori, “dat Shell een multinational is die alleen uit is op het maken van winst. Shell is meer geïnteresseerd in de regering dan in ons. Ze zullen nooit openlijk toegeven dat ze contacten onderhouden met de regering, maar het gebeurt wel degelijk, ondergronds. De oliemaatschappijen zijn enorm belangrijk voor Nigeria. De olie bepaalt negentig procent van de inkomsten van het land. Uit de delta worden dagelijks twee miljoen vaten ruwe olie weggezogen. Shell heeft daar een compound aangelegd, waar de mensen een heel hoge levensstandaard hebben. Die mensen krijgen daar alles wat zij ook hier kunnen krijgen. Buiten die compound heerst armoede. Lange tijd maakten die arme mensen zich nooit druk om dat verschil, zij waren ongeschoold, wisten niet beter. Maar tegenwoordig wonen er goedopgeleide jongeren in de dorpen in de delta. Zij willen werk, een goed loon en sociale voorzieningen.”

Shell is voor vakbonden, ook al zijn ze nog zo groot en sterk in Nigeria, moeilijk aan te pakken. Dabibi: “Als Shell voor een bepaald project vijfduizend man nodig heeft, dan nemen ze er 500 aan en de rest komt via wel honderd onderaannemers. Die betalen een lager loon, regelen geen medische zorg en zorgen niet voor pensioen en sociale voorzieningen. Daar hebben wij dus helemaal geen invloed op, terwijl Shell er niet kan worden aangesproken. En dat terwijl die 4500 mensen exact hetzelfde werk doen als de vijfhonderd die wel bij Shell in dienst zijn. Ik vermoed dat Shell in de delta wel 22 duizend mensen aan het werk heeft, terwijl daarvan maar drieduizend mensen in vaste dienst zijn.”

Wangedrag

Volgens de beide vakbondsleiders maken ook Chevron, Mobil, Agip, Elf en Texaco zich in Nigeria aan dat soort praktijken schuldig, maar dan op veel kleinere schaal. “Juist daarom hopen we dat de vakbonden en de publieke opinie hier in Nederland invloed uitoefenen op Shell om aan dit wangedrag een einde te maken”, zegt Kokori. “Shell moet mensen netjes in dienst nemen en normale salarissen gaan betalen.”

De publieke pressie moet er volgens hem niet toe leiden dat Shell uit Nigeria vertrekt. “Nee”, lacht hij hardop. “Wij hebben Shell juist hard nodig. Nigeria en Shell hebben een moeder-zoon relatie.” “Bovendien”, vult Dabibi aan, “als Shell vertrekt, komt er gewoon een andere multinational voor in de plaats. Nee, je kunt beter onderhandelen met de duivel die je kent dan met de engel die je niet kent.”

FNV'er Ben Roodhuizen, die ook via de internationale vakbeweging voor de chemische industrie, ICL, gesprekken voert met Shell, zegt dat er met het Nederlands-Britse concern goed te praten valt. “Ze hebben alleen altijd de instelling gehad dat ze goed doen wat ze moeten doen. Wat ze niet moeten doen, doen ze gewoonweg niet. We hebben het idee dat ze daar nu meer voor openstaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden