Nieuwsgierig naar het innerlijk van iemand die moordt

Als 7-jarige begon Antoinette Jelgersma aan een klassieke balletopleiding. Maar toen ze King Lear op het toneel 'Kijk, een muis!' had horen uitroepen, week ballet subiet voor theater. Met de Engelse komedie 'Het geheugen van water' toert ze nu door het land.

Drie zussen komen na jaren bijeen voor de begrafenis van hun moeder. Van verdriet over de gestorven moeder is amper sprake: het is de particuliere pijn van de zussen onderling die de voorstelling bol doet staan van kift en van kijf. De zussen kunnen niet met elkaar overweg, niet met hun mannen of minnaars, niet met de wereld, niet met zichzelf kortom. Als middelste zus Mary is Antoinette Jelgersma de spil van 'Het geheugen van water', geschreven door de Engelse Shelagh Stephenson.

Een vergelijking met Tsjechovs 'Drie Zusters' gaat Jelgersma te ver. ,,Dat is véél organischer geschreven. Net als bij Shakespeare komen uit Tsjechov steeds nieuwe beelden tevoorschijn. Bij 'Het geheugen van water' moet je die zelf zien te creëren.'' Eerder kan er een parallel met Woody Allens 'Hanna and her sisters' gemaakt worden. Behalve aanhoudend mekkeren, snauwen en grauwen, pakken de zussen voortdurend elkaars verhalen af, en vervormen zij elkaars herinneringen tot kleine geschiedvervalsingen. Hoorspelschrijfster Stephenson schreef haar komedie nogal loszanderig. Gelooft Jelgersma zelf in deze drie zussen?

,,Er zitten veel, misschien te veel thema's in; hier en daar is het mogelijk te licht. Bij Lars Norén zak je steeds een laagje verder. Maar ik geloof in wat wij gemaakt hebben. Dergelijke zussen ken ik niet persoonlijk, maar van kennissen hoorde ik dat zij herkenbaar zijn. Het is kennelijk geen vreemd gegeven.''

De kritiek was na de première in de Haagse schouwburg allerminst mals. Anneriek de Jong constateerde in NRC Handelsblad gebrek aan tederheid, vond dat Jelgersma de tragedie van Mary 'niet voelbaar' maakt, verweet oudste zus Will van Kralingen 'met een hese donkere stem' op Kitty Courbois te willen lijken, en kende aan de rol van de jongste zus 'minder reliëf dan een munter aan een dubbeltje' toe.

Hoe de door de wol geverfde actrice Jelgersma kritiek pareert? ,,De eerste paar jaar hebben kritieken mij soms pijn gedaan. Ik begon toen zelf recensies te schrijven, voordat de krantenrecensies verschenen. Dat werkte heel goed: ik zag wat de sterke en wat de zwakke punten waren. Soms zag ik mijn eigen kritiek later in krantenrecensies terug: zowel ten goede als ten slechte. Het hielp om mezelf te plaatsen, en om me te wapenen. Je moet steeds terug naar de bron: waarom wilde je deze voorstelling, dit personage zo maken? Tijdens de speelperiode blijft de voorstelling groeien. Mary is nu vertrouwder, losser en vrijer, misschien daardoor eigener voor me geworden.''

Als 7-jarige wilde Antoinette Jelgersma bij het klassieke ballet. Ze volgde de voorlopleiding dansacademie in Arnhem. ,,Als ik had geweten dat er moderne dans als van Pina Bausch zou bestaan, had ik dat gekozen.'' Toen zij op haar vijftiende Max Croiset als King Lear 'Kijk, kijk: een muis!' op het toneel hoorde roepen, wist ze terstond dat ballet voor toneel zou wijken. Waar is die muis dan? Croisets uitroep weerklonk zo oprecht, dat Jelgersma een heuse muis op het toneel vermoedde. ,,Fantastisch, dat verbeelding zo'n werkelijkheid kan oproepen!'' Naast beweging kent toneel ook taal, 'het woord', het leek haar daardoor 'nog rijker' dan dans. Ze volgde nog even de Utrechtse academie voor dramatische expressie, zag al gauw in dat ze geen docent wilde worden, en meldde zich aan bij de Arnhemse toneelschool.

Na haar afstuderen speelde ze bij Sater (Lorca's 'Bernardo Alba' onder regie van Agaath Witteman) en bij gezelschap Persona (Duras' 'Agatha' met Porgy Fransen). Het was een zoekend en prettig bestaan: ze had geen haast om zich aan een groot gezelschap te binden, en kon ondertussen bij kleine gelegenheidsgezelschappen mee-improviseren, acts verzinnen, over de vormgeving meedenken. Bij een groot gezelschap hoeft/mag dat niet, 'dien je je vooral op je rol en het stuk te concentreren'. Zes jaar verbond zij zich aan het RO theater van Antoine Uitdehaag/Jos Thie, en later Peter de Baan. Tussentijds speelde zij gastrollen bij het Theater van het Oosten (Tsjechovs 'Drie Zusters' - Jelgersma was de jongste, Irina - onder Agaath Witteman). Aangezien ze het 'bedenken en maken van acts' begon te missen, speelde ze vervolgens bij Bonheur, Carrousel en het Onafhankelijk Toneel. Ze moest aantonen hoe een personage zichzelf ziet. Elisabeth Nietzsche bijvoorbeeld, die op de roem van anderen leefde en zichzelf een vijf minuten lang applaus liet welgevallen. ,,Het moest buiten proporties om z'n werking te krijgen.''

Nadat Jelgersma bij het RO theater aan het Nationale Toneel werd uitgeleend voor 'De kleine zielen' onder regie van Ger Thijs, vroeg het Haagse gezelschap haar tot de troupe toe te treden. Hun keuze van de stukken beviel haar, ze verlangde weer een vaste plek. Jelgersma floreerde in Peter Handke's woordloze toneelstuk 'Het uur waarop wij niets van elkaar wisten', in 'Het jachtgeweer' van Yasushi Inouë en in Willem Jan Ottens 'De nacht van de pauw'. Voor het laatste stuk, waarin ze een ziende blinde speelde, ging ze te rade bij een blinde die haar duidelijk wist te maken hoe hij dacht dat een blinde zich beweegt. Met doelloos dwalende ogen, uiterst getimede glimlachjes en nekbeweging waarmee ze bovenmatig luistervermogen verraadde, trok Jelgersma regelmatig de aandacht van de hoofdrolspelers weg.

Handke's stuk vond zij spannend omdat louter de beweging telde, 'en mijn balletliefde weer tevoorschijn kon komen'. ,,Bij Handke gaat het steeds om 'zijn'; in dit geval bijvoorbeeld hoe iemand een etalageruit schoonmaakt.''

Jelgersma zegt vóór noch naast haar personages te willen staan: ,,Transparantie is het mooiste. Als je tegelijkertijd de acteur en het personage ziet. Frieda Pittoors kan dat heel goed. Ik hou erg van stiltes. Een speld kunnen horen vallen is spannender dan een lachsalvo.''

Norén, Pinter, Shakespeare, Ibsen, Handke, Bernhard en Tsjechov vormen Jelgersma's lievelingsauteurs. Als begeerde vrouwelijke rol hoopt zij op 'Mary Stuart' van Schiller, al lokt haar hardvochtige rivale koningin Elisabeth nog meer. En dan wacht natuurlijk ook nog, zoals zij regisseur Johan Doesburg opperde, Shakespeare's 'Richard III'. ,,Ik ben heel nieuwsgierig naar het innerlijk van iemand die moordt. Naar wat geweld betekent voor degene die dat gebruikt. Nee, geen seksewisseling: ik zou naar de mannelijke figuur toegaan, misschien een wat androgyne Richard III, want zijn verhaal is universeel. Een heel stout plan, ik heb het nog maar één keer geroepen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden