nieuws11dinsdag

Nederlanders hebben gul gegeven na de aardbevingramp op Haïti. (FOTO AP)

Willen we Griekenland echt helpen? Laten we dan de 5 miljard die Nederland beschikbaar stelt niet zonder meer in de bodemloze Griekse staatskas storten. Op die manier zullen we er zeker nooit iets van terug zien. Er is een veel betere manier om de Grieken te helpen uit het moeras te komen. Als we die 5 miljard verdelen onder alle inwoners van Nederland (volgens het CBS 16.581.316 mensen), is er voor iedereen euro301,54 beschikbaar. Dat bedrag mag dan uitsluitend worden besteed in Griekenland of aan Griekse producten. Zo krijgt de Griekse economie een flinke duw in de goede richting en komt onze steun direct ten goede aan de Griekse bevolking. Tegelijkertijd krijgen we er een leuke vakantie of goede producten voor terug.

Gerrit Dieleman Goes

Wat is er toch met columnist James Kennedy aan de hand? Hij noemt Nederlanders krenterig. Daar klopt volgens mij helemaal niets van; Nederlanders zijn juist gulle gevers. Op de site van het CBF staan honderden stichtingen en liefdadigheidsinstellingen die werken met tientallen miljoenen giften. Van krenterigheid is geen sprake. Dat bewijzen ook de miljoenen die binnenstromen zodra er weer een actie voor één of andere rampgehouden wordt. We geven ons juist suf.

Henk Sieben Rekken

Trouw interviewde zaterdag een gezin dat moet rondkomen van 80 euro per week. Het verbaast mij dat mensen zo weinig creatief zijn om tot oplossingen te komen. Natuurlijk is er bijna niet rond te komen van zo’n laag bedrag. Maar waarom geen Moederdag vieren als er geen geld is voor cadeautjes? Je kunt haar ook een dag in de watten leggen, met gesloten beurs. Waarom geen verjaardagen vieren? Er zijn bij kringloopwinkels en rommelmarkten voor kleine prijsjes spullen te koop. Dochter Gabi uit het gezin wil graag naar de pabo. Uit ervaring weet ik dat dit mogelijk is binnen de huidige studiefinanciering, eventueel met een bijbaan. Het is niet altijd gemakkelijk rond te komen van weinig geld. Maar zoek naar oplossingen in plaats van je blind te staren op alles wat onmogelijk is.

Nellie van Dijk Zaandijk

Sylvain Ephimenco verwijst in zijn column over Pim Fortuyn (6 mei) naar mijn ’felle aanval’, tien jaar geleden in deze krant, op Fortuyn. Ik zou hem hebben aangeduid als een politieke kameleon, die in Elsevier af en toe wat onfrisse stukjes schreef. En dat terwijl Fortuyn volgens Ephimenco juist ’heel precieze argumenten’ gebruikte.

Fel was mijn artikel (’De ontketende kaaskop’) zeker. Fortuyns columns betitelde ik inderdaad als ’wat onfrisse stukjes’. Zijn loflied op de ’verguisde politicus Janmaat’ en zijn omschrijving van de islam als een ’totalitaire ideologie’ die ’terreur en doodslag’ predikt, noemde ik als voorbeeld. Net als zijn pleidooi om geen allochtonen bij de Nederlandse politie te laten werken, omdat die ’verstrikt’ waren ’in dezelfde cultuur van eer, buren- en familiehulp en voor wat hoort wat’.

De betekenis van Fortuyn kan met de term ’onfrisse stukjes’ niet worden afgedaan. Maar als het om uitspraken als deze gaat, heb ik mij tien jaar geleden mild uitgedrukt.

Paul Kalma Amsterdam

De suggestie van hoogleraar demografie Jan Latten (Podium, vrijdag) dat kosmopolieten ’topdorpen’ kunnen maken is interessant, maar het is slechts een klein deel van de oplossing. Randstedelijke bewoners maken zelden gebruik van de sociale en culturele voorzieningen in de gemeente van hun buitenhuis, ze zijn geen lid van de sportvereniging, doen geen vrijwilligerswerk op school of in de zorg. Hun aanwezigheid zal het werkelijke probleem voor de autochtone bewoners niet kleiner maken. Voorzieningen en werkgelegenheid zullen blijven wegtrekken naar dichtbevolkte kernen. Als veel randstedelingen een tweede huis kopen in krimpregio’s kan dat zelfs averechts werken. Het aantrekkelijke van het dorp, de lage huizenprijzen, verdwijnt. Het zou pas werkelijk interessant zijn wanneer ook de participatie geprikkeld wordt. Want behoudens een kasboek bezitten de nieuwkomers ook kennis die een gemeenschap rijker kan maken.

Paul Hermans Rotterdam

In Trouw van 8 mei wordt de steenmarter een knaagdier genoemd, vermoedelijk omdat het bijten aan autokabels als knagen wordt beschreven. De steenmarter behoort tot de orde der roofdieren, niet tot de orde der knaagdieren. De verspreider van dit bericht ontbeert elementaire biologische kennis.

Gerdien de Jong Houten

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden