nieuws02woensdag

De lege perstribune anno 2009. (Trouw) Beeld
De lege perstribune anno 2009. (Trouw)

Carmiggelt wist het al:

Redactie: Hans Goslinga, Cees van der Laan, Teun Lagas

’Neen, parlementsverslaggever is een mooi beroep. Een diep beroep, peilloos diep, voor S. Carmiggelt’, schreef Simon Carmiggelt vele jaren later over zijn kortstondige carrière op de perstribune van de Tweede Kamer, waarvan gisteren het 150-jarige bestaan is gevierd – een half jaartje te laat, want de opening vond plaats op 15 februari 1859.

Carmiggelt, die later beroemd is geworden door zijn kronieken van het dagelijks leven onder de titel Kronkel, bewoog zich in de jaren dertig van de vorige eeuw op deze tribune als kopijloper voor de parlementaire redacteur van Vooruit, de Haagse uitgave van het socialistische dagblad Het Volk. „Ik beklom tien of twaalf keer het trapje, wandelde achter de zetels der parlementsverslaggevers naar de heer die ik diende, kreeg van hem een velletje en keerde terug om het door te bellen.”

Carmiggelt deed dat werk enkele jaren, maar tot het doorgronden van wat zich in de zaal afspeelde kwam het niet. Toen hij een keer de redacteur van zijn krant moest vervangen bij het debat over de begroting van justitie, slaagde hij er niet in een samenhangend beeld van het gesprokene te krijgen, zodat hij alles wat hij hoorde als een razende opschreef en doorbelde. Tot ongenoegen van zijn chef, die hem duidelijk maakte dat hij zijn toekomst niet aan het Binnenhof zou moeten zoeken.

De schrijver erkende naderhand dat het hem ook later niet is gelukt ook maar het flauwste benul te krijgen van het lucide instinct dat Kamerverslaggevers kaf en koren doet onderscheiden. „Er zijn sprekers in het parlement, die slechts het woord behoeven te nemen, om alle reporters naar de koffiekamer te doen snellen. Toch zeggen deze heren vaak zeer welluidende dingen. De goede verslaggever weet echter: Dat IS niks.”

Nog verbazingwekkender vond Carmiggelt het volgende fenomeen: „Soms zitten zij op de tribune met elkander te babbelen over de meeste triviale onderwerpen en zeggen opeens: Hóórde je dat? Met een soort tele-oor hebben zij dan toch vernomen wat iemand in de piste stond te beweren.”

Het plotseling te hoop lopen van alle verslaggevers, „omdat een oude heer op het gestoelte enig onverstaanbaar gereutel had afgegeven”, heeft Carmiggelt altijd met diepe verwondering vervuld. „Daar gáát de coalitie!, werd er dan op het trapje geroepen. Of: Artikel 4 van de grondwet kapseist! En even later stond iedereen in de cellen te roepen en te gesticuleren.”

Het trapje op de perstribune in de oude vergaderzaal dat Carmiggelt beschrijft, was steil en de treden waren smal. De redacteuren die er recht onder zaten hebben met hun lichaam menige gehaaste collega voor een val in de vergaderzaal behoed. Voor een parlementaire redacteur van Trouw is zelfs een keer de vergadering enige minuten geschorst, omdat hij over de rand van de tribune was getuimeld en aan één hand boven de bankjes van de VVD-fractie hing. „Ik schors de vergadering om deze meneer uit zijn benarde situatie te redden.” Met behulp van bodes kon de redacteur ternauwernood worden opgehesen.

Schorsen is in zo’n geval de eerste reflex van de Kamervoorzitter en de griffier. Griffier Koops, een gedistingeerde heer die zijn beweringen dikwijls kracht bijzette met de uitroep ’Touch wood!’, beschreef bij zijn afscheid in de jaren tachtig tegenover deze krant hoe hij in 1970 de gefingeerde verhanging van een kunstschilder aan de balustrade van de gastenloge boven de vergaderzaal beleefde: „We keken omhoog en daar hing een vent. Dan kijk je toch wel gek op. Wat moet je doen? Eerst schorsen natuurlijk! En dan? Een ambulance bellen? De politie? De vent the kiss of life geven?”

Als hij nog eens in zijn geboortestad kwam, meed Carmiggelt het Binnenhof en wandelde hij liever in de omgeving van het Lange Voorhout. Toen hij eens op een verstilde herfstdag midden jaren tachtig, enkele jaren voor zijn dood, in melancholieke stemming hotel Des Indes passeerde en in de lobby Tonny Eyk op de piano hoorde spelen, was zijn gedachte: „Goddank, er is nog hoop voor Nederland.” Toen wij nog niet zo lang geleden de pianist vroegen of hij dit verhaal kende, schudde hij verbaasd het hoofd. Nee, zei hij, maar dit is mooiste wat ik de laatste jaren heb gehoord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden