Nieuwe verkooptechnieken drijven de huizenprijzen op

Ook bieden vanaf een minimumprijs gebeurt steeds vaker op de huizenmarkt.Beeld anp

Ruim een kwart van de huizen in Nederland wordt op dit moment verkocht voor de vraagprijs of meer. Ook bieden vanaf een minimumprijs gebeurt steeds vaker.

Nieuws is het nauwelijks meer dat de huizenprijzen in Amsterdam en andere grote steden blijven stijgen. Wel opmerkelijk is dat huizen steeds vaker voor de vraagprijs of een groter bedrag van eigenaar wisselen. Landelijk geldt dit voor 28 procent van de huizen die in het tweede kwartaal van 2017 zijn verkocht. Tijdens de vorige piek op de huizenmarkt in 2007-2008, vlak voor het uitbreken van de financiële crisis, was dit maar 9 procent. Dat blijkt uit een kwartaalrapportage van woningmarktonderzoeker Calcasa.

Waar het toen vooral om verkopen in Amsterdam en Utrecht ging, worden er nu in veel meer steden al dan niet forse prijzen geboden en betaald om een van de weinige beschikbare woningen te bemachtigen. Amsterdam spant met 79 procent nog altijd de kroon, maar andere steden zitten de hoofdstad op de hielen. In Utrecht wisselde afgelopen kwartaal 65 procent van de huizen van eigenaar voor tenminste de vraagprijs, in Groningen 64 procent, in Haarlem 63 procent, Amstelveen en Almere 62 procent, Zaanstad 58 procent, Amersfoort 52 en Leiden 51.

Spelregels

Het fenomeen om de vraagprijs of meer te betalen, waaiert uit en dat heeft voor een deel te maken met nieuwe spelregels die makelaars hanteren. Zij kunnen die zelf opstellen, zolang de regels maar transparant zijn. Prijsopdrijving mag bijvoorbeeld niet, maar de scheidslijn is dun. Zo worden in toenemende mate, signaleert ook de Nederlandse Vereniging van makelaars (NVM), huizen te koop gezet voor een ‘vanaf prijs’. Die prijs komt dan in onderzoekcijfers terecht als vraagprijs.

Meerdere potentiële kopers kunnen bijvoorbeeld een bod doen op een 3 kamerwoning in hartje Utrecht die in de markt is gezet voor 400.000 euro. Makelaars mogen tegen Jantje die 405.000 euro biedt dan niet zeggen dat Pietje al 415.000 heeft geboden, en Jantje dus nu maar 420.000 moet bieden. Wel kan de makelaar tegen Jantje zeggen: met dit bod red je het niet als je het huis graag wil hebben. Dat heet officieel geen prijsopdrijving, maar heeft wel hetzelfde effect. Dat beaamt ook de NVM-woordvoerder. Wat meespeelt is dat in veel grote steden weinig woningen te koop staan, waardoor mensen bereid zijn om voor hun droomhuis erg diep in de buidel te tasten.

Gesloten enveloppe

Het bieden met gesloten enveloppe neemt in steden met grote krapte ook snel toe. Bieders blijven bij deze methode vaak achter met een onbestemd gevoel, vanwege het gebrek aan transparantie. Als ze later horen dat het huis voor een paar duizend euro meer is weggegaan dan dat zij hadden geboden, krabben ze zich nog wel eens achter de oren.

Mede om die reden start de NVM onder 40 makelaars in het land binnenkort met een tweede proef met online bieden. Je kunt je als huizenzoeker inschrijven bij de betreffende makelaar en vanuit je luie stoel een bod doen op het huis dat je graag wilt kopen. Eigenlijk meer een soort veiling. Blind bieden is weliswaar niet prettig, maar ook deze methode lijkt de prijzen alleen maar verder op te drijven. Bovendien loert het gevaar om in het vuur van de biedingenstrijd meer te bieden dan je eigenlijk wil en kan betalen.

Het enige dat de huidige prijsontwikkeling op de huizenmarkt misschien kan stoppen is het fors opvoeren van de jaarlijkse productie van nieuwe huizen. Of een nieuwe economische crisis, maar dat is natuurlijk verre van wenselijk. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden