'Nieuwe Saddam' brengt land aan de rand van de afgrond

Soennieten tweederangsburgers onder Iraakse premier Maliki

Op 20 oktober 1979 zou hij in Hilla worden gearresteerd. Maar de politie vond de vogel gevlogen. Op het moment dat agenten het gebouw binnenliepen waar Noeri al-Maliki als ambtenaar werkte, had die net een lift gekregen naar de grens. Als leider van de verboden beweging Dawa was de jonge sjiiet (geboren in 1950) door het regime van Saddam Hoessein op een dodenlijst gezet en restte hem niets anders dan halsoverkop te vluchten. Totaal berooid arriveerde hij uiteindelijk in de Syrische hoofdstad Damascus. In de jaren daarop zou alle grond van zijn familie door de staat worden geconfisqueerd en werden tientallen familieleden gedood.

Jarenlang woonde Maliki vervolgens afwisselend in Syrië en Iran, waar hij politiek actief bleef en steeds een terugkeer naar Irak voor ogen bleef houden. Maar het duurde bijna een kwart eeuw voor het er van kwam: pas in 2003 maakten de westerse invasie in Irak en de omverwerping van Saddam Hoessein de weg vrij terug naar huis te gaan.

Echt opgemerkt werd hij in eerste instantie niet. Anders dan andere ex-bannelingen die met veel fanfare en grote groepen gewapende aanhangers in hun kielzog in Bagdad arriveerden, kwam Maliki per taxi, en alleen, aan in de hoofdstad. De jaren daarna maakte hij carrière in het door de Amerikanen samengestelde bestuur: hij zat een commissie voor die het overheidsapparaat moest zuiveren van Saddams partijleden en was betrokken bij het opstellen van de grondwet.

Toch kwam zijn benoeming tot premier in 2006 in een land dat - net als nu - op springen stond, voor velen als een verrassing. Maar het was juist zijn relatieve onbekendheid, aldus analisten, die hem in deze positie bracht. Voor de toen nog redelijk almachtige Amerikanen, aldus twee journalisten van de Los Angeles Times die Maliki eerder uitgebreid portretteerden, was hij in ieder geval de 'minst slechte optie'.

Als dat ook betekende 'degene die we het makkelijkst naar ons hand kunnen zetten', zullen ze in eerste instantie zeker blij met hem zijn geweest. In 2007 gaf Maliki de Amerikanen toestemming voor de zogenoemde surge, de strijd tegen soennitische, met Al-Kaida-verwante militanten. Een jaar later zorgde hij zelf voor de aanpak van met de radicale geestelijke Moktada al-Sadr verbonden sjiitische milities. Daarmee overtuigde hij ook een deel van de soennieten om zijn regering een kans te geven. Het bracht Irak in een aanmerkelijk rustiger vaarwater.

Tegelijkertijd bleek Maliki echter ook niet van plan uitsluitend te dienen als Amerikaanse marionet. Met slim onderhandelen wist hij ze zover te krijgen dat ze hun gevechts-troepen uit Irak terugtrokken. Hij heeft met de VS een haat-liefdeverhouding. Jawel, ze hebben Saddam verdreven. Maar dat ze de sjiieten in 1991, toen die tijdens de Golfoorlog in opstand kwamen tegen diezelfde Saddam, in de kou hebben laten staan heeft Maliki ze nooit vergeven.

De man die aanvankelijk een zwakke broeder leek, lijkt de laatste jaren trekken te krijgen van een tweede Saddam Hoessein. De macht is meer en meer geconcentreerd geraakt in handen van sjiitische bondgenoten van Maliki, inclusief zijn zoon. Soennieten voelen zich, als de sjiieten onder Saddam eerder, als tweederangsburgers behandeld. Na een aantal relatief rustige jaren, is geweld in het land weer aan de orde van de dag, ook al voor de opmars van Isis begon. Net als in 2006 staat Irak opnieuw aan de rand van de afgrond.

De man die destijds de leiding had over de (mislukte) arrestatie van Maliki leeft overigens niet meer. In de zomer van 2003 werd hij door gemaskerde mannen in Bagdad ontvoerd en geëxecuteerd.

VS: 300 man extra en 'bereid geweld te gebruiken'

De Verenigde Staten zullen 300 extra militaire adviseurs - buiten de al aanwezige adviseurs van de ambassade - naar Irak sturen om het leger daar te trainen en te adviseren. Dat maakte president Barack Obama gisteren bekend. Het Witte Huis is bereid geweld te gebruiken in Irak maar zal daartoe eerst overleggen met het Amerikaanse Congres en leiders in de regio, aldus Obama, die Bagdad meer materiële steun toezegde in de strijd tegen Isis maar waakt voor 'mission creep', een geleidelijke uitbreiding van de taken van Amerikaanse militairen waardoor ze uiteindelijk in gevechtsposities terecht zouden kunnen komen. Een Iraakse regering zou volgens Obama brede steun van zowel Koerden, soennieten als sjiieten moeten genieten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden