Nieuwe rijken verdelen Zuid-Afrika

ANC-intellectuelen van weleer zijn nu de vermogende tegenstanders van arme mijnwerkers

De onrust als gevolg van de mijnstakingen in Zuid-Afrika blijft toenemen, nadat vorige maand de politie bij de Marikana-mijn 34 stakende mijnwerkers in koelen bloede dood schoot. De geest lijkt nu definitief uit de fles, en degene die het vuurtje steeds verder opstookt, is Julius Malema. Eerder deze week riep de voormalige leider van de ANC-jeugdliga op tot een nationale staking.

Malema weet als geen ander de groeiende onvrede onder arme zwarte Zuid-Afrikanen te verwoorden: het gevoel dat de politieke elite niet naar hen omkijkt, dat de top van het ANC vooral bezig is zichzelf te verrijken. Dat Malema begin dit jaar uit het ANC werd gezet, sterkt hem alleen maar als leider van het mijnwerkersverzet.

Malema pleit bovendien al tijden voor nationalisering van de mijnen. Die zijn nog steeds vooral in blanke en buitenlandse handen, stelt hij. En dat was ooit, in 1994, met de afschaffing van apartheid, niet de bedoeling. Het ANC beloofde destijds 'een beter leven voor iedereen'. Dat kwam er niet. Nog altijd is rijkdom in geen land ter wereld zo ongelijk verdeeld als in Zuid-Afrika.

Probleem is dat politieke en economische macht in Zuid-Afrika sterk met elkaar zijn verweven. Zo ook in de mijnsector, die goed is voor ruim achttien procent van het bruto nationaal product. De grootste mijnvakbond, NUM, is onderdeel van koepelbond COSATU, die op zijn beurt weer een hecht onderdeel is van het ANC. Daarnaast zijn veel kopstukken van het ANC aandeelhouder van, of bestuurder bij, mijnbedrijven. Critici stellen dat de vakbond daardoor niet werkelijk meer voor zijn leden opkomt. Uit onvrede daarover splitste jaren geleden de nieuwe mijnvakbond AMCU zich af; uitgerekend die bond initieerde de mijnstakingen van vorige maand.

Dat ANC-kopstukken ook economisch de dienst uitmaken, is het gevolg van het zogenaamde Black Economic Empowerment, beleid dat ooit was bedoeld om na apartheid de rijkdom in Zuid-Afrika eerlijker te verdelen. Het bepaalt bijvoorbeeld dat in 2014 ieder Zuid-Afrikaans mijnbedrijf voor ruim een kwart in handen moet zijn van zwarte Zuid-Afrikanen. Het probleem is dat slechts een select groepje van rijke zwarte zakenmensen de quotaplekken bevolken.

De meesten bekleedden begin jaren negentig hoge posities binnen het ANC. Zij waren de zwarte intellectuele elite van die tijd, en zij profiteerden het meest van de nieuwe regels. Niet toevallig richtte Malema zijn pijlen na het bloedbad bij Marikana direct op Cyril Ramaphosa: ooit de rechterhand van Mandela, nu multimiljonair, lid van het ANC-bestuur én aandeelhouder van het bedrijf dat eigenaar is van de Marikana-mijn. De zakelijke belangen van Ramaphosa in de mijn waren volgens Malema de reden waarom de politie op de arbeiders schoot.

De afsplitsingen van Malema en vakbond AMCU staan symbool voor de afbrokkeling van de macht van het ANC. Ooit de verbindende verzetsbeweging, de regenboogpartij van Nelson Mandela, ziet het ANC steeds meer scheurtjes in zijn gelederen ontstaan. De politieke afscheiding van de partij COPE, voorafgaand aan de vorige verkiezingen, was daarvan ook al een teken.

Het is echter vraag of Zuid-Afrika werkelijk veel opschiet met deze afbrokkeling. Ook AMCU wordt er van verdacht nauwe banden met de corrupte politiek te hebben. Leiders van COPE hebben evengoed een stevige financiële vinger in de politieke pap en Malema is, net als Ramaphosa, multimiljonair. Een fortuin dat hij nota bene vergaarde als directeur van een mijnbedrijf.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden