nieuwe poëzie

Wie zijn de jonge dichters van nu? Wie debuteerden er in de 21ste eeuw? Gerrit Komrij, onze bekendse poëziebloemlezer, veegde jong dichttalent (onder de 35) bij elkaar en merkt in zijn beknopte voorwoord op dat „de poëzie de ivoren toren definitief heeft verlaten. Alle dichters hebben, of ze nu spreken of schrijven, een publiek voor ogen.” Wat hij daarmee precies bedoelt blijft duister. Sommige namen kent u misschien al (Bas Belleman, Ester Naomi Perquin), van andere heeft u vast nog nooit gehoord. Een mooi ’opgroeigedicht’ van Michiel van Rooij begint zo: „Sinds ik een eigen keukenla heb / neem ik mezelf een stuk serieuzer . // Het wil alleen nog niet zo lukken / met de meisjes en de studie.”

„Is het de wind die ik hoor of het geritsel / van een mes waarmee iemand aan het afschubben is – / roggevleugels snijdt misschien?” In de nieuwe bundel van Tentije lijkt het vaker te waaien, koud en donker te zijn. Er is sprake van ’leeftocht’, ’onweerswolken’, ’bevroren branding’, ’avond en mist’: geen binnenskamerse gedichten kortom, maar een sfeervolle, niet verstilde bundel die doet denken aan de Hollandse schilderijen vol beweeglijk grijs zwerk.

„Zijn blik is van het langsgaan van de stangen / zo moe geworden dat hij niets meer ziet (...). Wel duizend stangen houden hem gevangen / en meer dan duizend stangen is er niet.” Deze regels uit ’de panter’ zijn misschien beroemdste regel uit Rilke’s ’Neue Gedichte’. Deze vertaling verscheen eerder (in twee delen) bij Van Oorschot en wordt hier (gelukkig) opnieuw afgesloten met een uitgebreid en leerzaam commentaar. En met een nieuw nawoord. Over de vertaalstijl van Verstegen scheef de Volkskrant destijds: „Nee, deze vertaler houdt nog minder van dramatische ophef dan De Meester zelf.”

Sanmne Hermensen (een pseudoniem) stelt zich in deze poëzie voor als tuinvrouwschrijfster. In de natuur ziet ze metaforen voor het verlies dat ze heeft geleden, bijvoorbeeld dat van haar moeder: „Want / als ze dan zou gaan / dan als / veenpluis / dansend in de wind / in laag licht.”

Twee jaar lang was Joke van Leeuwen stadsdichter van Antwerpen. Met ontwerper Bob Takes zorgde ze ervoor dat die poëzie ook in de stad te zien was: in een voetgangerstunnel, geprojecteerd op een muur, op een bankje in het park. Dit boekje verzamelt hun werk, in woord en beeld. Ook ter inspiratie voor andere stadsdichters. Over de haven: „Voortmaken is het, de waar moet de wereld in. / Shift na shift komen de dokkers van ’t Kot (...)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden