Nieuwe lidstaten drijven af van West-Europa

In Hongarije en Polen worden onafhankelijke instituties een voor een om zeep geholpen. Brussel dreigt met maatregelen. Geen goed idee, menen deskundigen.

Eerst een belangrijk misverstand de wereld uit helpen. Polen is nog niet te vergelijken met Hongarije. Dat melden alle drie de experts die voor dit verhaal geraadpleegd zijn. Dat gebeurt nu wel en dat vindt Jan Zielonka, hoogleraar Europese politiek in Oxford en van Pools-Nederlandse afkomst, heel kwalijk. "Koude oorlogretoriek." Het is alsof alle landen ten oosten van Duitsland een zelfde soort politieke strategie erop na houden. Zielonka: "Dat is niet zo. De crisis van de democratie is niet alleen zichtbaar in Oost- en Centraal-Europa. Andere Europese lidstaten hebben er net zo goed last van. Wat denk je van een man als Berlusconi. Die nam het ook niet erg nauw met de rechtsstaat."

Toch springen de overeenkomsten tussen de regeerstijl van PiS, de partij die sinds een maand aan de macht is in Polen, en het Hongaarse Fidesz onmiddellijk in het oog. Net als Hongarije lijkt Polen af te stevenen op een eenpartijstaat. Op cruciale posities plaatst de regering partijbaronnen en de media worden overgenomen door de staat.

Zo benoemde de Poolse president Duda net na de machtswisseling vijf partijgezinde rechters bij het Constitutionele Hof. Ook keurde het Poolse parlement, waar PiS momenteel een meerderheid heeft, in sneltreinvaart een wet goed die ervoor zorgt dat het Hof alleen nog beslissingen kan nemen met een tweederde meerderheid. In het verleden was een meerderheid voldoende. De stap is duidelijk bedoeld om de regering meer speelruimte te geven.

Daarnaast tekende de president donderdag een controversiële mediawet. Voortaan kan de staat de hoofdredactie en de directie van de publieke omroep zelf aanstellen en ontslaan. Brussel reageerde woedend, want het tast een van de fundamentele vrijheden in een democratie aan. De Europese Commissie en de voorzitter van het Europees parlement, Martin Schulz, spraken zelfs over een 'staatsgreep' en eurocommissaris Günther Oettinger dreigde met ondertoezichtstelling.

Rommelen aan rechtsstaat

De taal uit Brussel is een stuk heldhaftiger dan een paar jaar eerder, toen de Hongaarse premier Viktor Orbán begon te rommelen aan de fundamenten van de rechtsstaat. "En dan te bedenken dat Orbán veel verdergaat dan PiS", zegt Gustav Gressel. Hij is als Oost-Europa-expert verbonden aan de European Council of Foreign Relations. De Hongaarse premier stuurde liefst 274 rechters met vervroegd pensioen en verving ze door vrienden en partijgenoten, net als het hoofd van de Centrale Bank. Hij veranderde de kieswet in zijn voordeel en net als in Polen stelde hij de media onder toezicht.

Gressel: "Dan hebben we het niet alleen over de publieke omroep, zoals in Polen. Ook bij de commerciële radio- en tv-stations geniet Orbán de steun van vrienden. In Polen is dat anders. Het medialandschap is meer divers. PiS heeft geen goede contacten bij de commerciëlen."

Het zijn kleine, maar belangrijke verschillen, vinden zowel Zielonka als Gressel. De Hongaarse politicoloog Peter Krekó vult aan: "Polen is pluriformer. In alle opzichten. Er is een oppositie, in Hongarije kennen we die niet of nauwelijks." Nadat de Poolse regering de vijf omstreden rechters had benoemd, gingen mensen onmiddellijk de straat op om te protesteren. Zo'n beetje de helft van de Polen is niet tevreden over de huidige koers van PiS, blijkt uit opiniepeilingen. Krekó die directeur is van analysebureau Political Capital in Boedapest: "Orbán heeft in dat opzicht veel meer macht, hij hoeft niet te vrezen voor politieke tegenstand. Hij is nog altijd mateloos populair."

Hoewel de partijthema's - het ageren tegen vluchtelingen, het gezin als de hoeksteen van de samenleving, en scepsis ten opzichte van Brussel - dezelfde zijn, verschillen de achtergronden van de PiS- en Fidesz-kiezers. Polen is in tegenstelling tot Hongarije de afgelopen jaren niet geteisterd door een economische crisis. De economie is mede vanwege de subsidies uit Brussel, juist gegroeid. Zalonka: "Dat de Polen desondanks op PiS hebben gestemd komt doordat veel mensen zich achtergesteld voelen. Vooral de plattelandsbewoners in het oosten hebben het idee nooit te hebben geprofiteerd van de Europese welvaart."

Goedkope arbeidskrachten

Gressel vult aan: "De Polen zijn het zat om als goedkope arbeidskrachten te worden gebruikt. De weerzin tegen buitenlandse bedrijven die zich hebben gevestigd in Polen is toegenomen. Bovendien hebben lokale ondernemers die enorm profiteren van Europese subsidies en het niet zo nauw nemen met de regels, het verpest voor de rest van het land."

In Hongarije ligt dat anders. Net na de val van het communisme speelde Hongarije een voortrekkersrol in de regio door in snel tempo staatsbedrijven te privatiseren en onafhankelijke instituties te introduceren. Eind jaren negentig ging het fout. De economie stagneerde en het lukte geen enkele regering om Hongarije weer welvarend te maken. Daar heeft Fidesz handig op ingespeeld.

De experts vinden het belangrijk om de verschillen te benadrukken. Krekó: "De democratieën in Centraal- en Oost-Europa zijn absoluut zwakker dan tien jaar geleden toen lidmaatschap van de EU nog werd gezien als een voorrecht." "Maar", vult Zalonka aan, "dit is een Europese en zelfs wereldwijde trend. Toen Berlusconi de Italiaanse media naar zich toetrok, heeft Brussel geen actie ondernomen. Ik zie het ook op andere vlakken in de samenleving. Denk aan de noodtoestand die Frankrijk nu heeft uitgeroepen. Begrijp me niet verkeerd, ik snap het. Maar ook daar worden nu de fundamentele vrijheden geschaad. In Centraal- en Oost-Europa komen de democratische tekortkomingen sneller aan de oppervlakte omdat de democratie nog jong is. Maar in het Westen gaat het ook niet goed met de democratie."

De Hongaarse politicoloog Krekó wil daar wel één belangrijke kanttekening bij plaatsen. "In West-Europese democratieën hebben populistische partijen (nog) geen meerderheid in het parlement. Dat is in Centraal- en Oost-Europa nu wel het geval."

Niet alleen in Hongarije en Polen. Ook in Slowakije regeert de linkse populist Robert Fico die vooral berucht is vanwege zijn standpunten binnen het vluchtelingendebat. Hij wil Brussel zelfs voor de rechter slepen vanwege het verplicht herverdelen van migranten over de Europese lidstaten.

Is de opkomst van de eenpartijstaat in de nieuwe lidstaten dan toch een reden voor Brussel om zich zorgen te maken? "Ja, maar om een andere reden", zegt Krekó. "De kloof tussen oost en west verdiept zich." Dat komt volgens de Hongaarse politicoloog omdat het populisme in Oost-Europa zich op een andere manier manifesteert dan in het Westen. "Je merkt in Slowakije, Hongarije en Polen dat de inwoners zich meer en meer tweederangs burgers binnen de EU beginnen te voelen. Naar hun zorgen wordt in Brussel niet geluisterd. Dat drukken de leiders van deze landen de mensen keer op keer met succes op het hart. Terwijl West-Europese populisten juist blijven benadrukken dat de mensen uit de Oost- en Centraal-Europese lidstaten de banen inpikken en enkel profiteren van Europese subsidies. Kijk alleen al naar de Britse premier Cameron die hier een belangrijk thema van maakt."

Russisch voorbeeld

Zo drijven de nieuwe lidstaten langzaam af van West-Europa - het continent waar ze net na de val van het communisme zo graag bij wilden horen. De vraag is wat een isolement de lidstaten oplevert. Want economisch gezien draagt Brussel een hoop bij, ook al wordt die welvaart niet altijd eerlijk verdeeld. De Hongaarse premier Orbán en in mindere mate zijn Slowaakse en Tsjechische collega's zijn Brussel inmiddels zo zat, dat ze de banden met de Russische president Poetin beginnen aan te halen. Niet alleen op economisch vlak. Orbán pleitte er eerder al voor dat Hongarije zich beter kan bekeren tot een niet-liberale staat naar het voorbeeld van de Russische autocratie. Onder luid protest stemden deze landen in met de sancties tegen Rusland.

Polen maakt minder makkelijk nieuwe vrienden. Rusland blijft aartsvijand nummer één. Zeker onder regeringspartij PiS. Dat isolement kan Polen in de toekomst dus nog weleens opbreken. "In hun hart zijn de Polen pro-Europees", zegt Gressel. "Dat komt voort uit het verleden. Te vaak is het land opgedeeld geweest, en bestuurd door anderen. Dat willen ze nooit meer. Het debat dat momenteel in Polen wordt gevoerd gaat veel meer over de eigen identiteit, Europa is van minder belang."

Dat moet Brussel beseffen, vindt Gressel. Polen is één van de grote lidstaten binnen Europa en zal volgens de Duitser nooit zo ver gaan als Hongarije. Jaroslaw Kaczynski, de drijvende kracht achter PiS, wil simpelweg serieus genomen worden door de Europese leiders. Harde strafmaatregelen lijkt Gressel dan ook geen goed idee. Brussel kan zich beter constructief opstellen. "Stel eisen, maar geef ook wat terug. Kaczynski is een nogal ouderwetse man die zich druk maakt over de spanningen met Rusland. Beloof in ruil voor democratische hervormingen, een sterke defensiemacht aan de grens."

Wat hebben Orbán en Kaczynski gemeen?

Goede vrienden zijn het nooit geweest. Toen de Hongaarse premier Viktor Orbán vorig jaar op bezoek was in Warschau heeft hij Jaroslaw Kaczynski niet eens ontmoet. Maar sinds Kaczynski's partij PiS aan de macht is in Polen, trekken de mannen naar elkaar toe. Afgelopen woensdag ontmoetten ze elkaar ergens in het zuiden van Polen. Wat de twee besproken werd niet bekend. Maar de ontmoeting zegt wel iets over de veranderde verhoudingen. De verschillen tussen hen zijn ineens minder belangrijk dan de overeenkomsten: de afkeer van Brussel. Toch opereren ze vanuit een ander perspectief.

Viktor Orbán heeft in 35 jaar tijd een metamorfose ondergaan. De denkbeelden die hij als jonge, liberale advocaat aanhing, heeft hij inmiddels overboord gegooid. In 1989 zette hij zich in voor vrije verkiezingen en eiste een einde aan de Sovjetoverheersing. In 1990 werd Orbán gekozen als parlementariër en speelde een belangrijke rol bij de oprichting van Fidesz. De partij gold toen nog als liberaal. In 1998 werd Orbán voor het eerst premier en zorgde ervoor dat Hongarije lid werd van de Navo. Maar zijn regering werd geteisterd door corruptieschandalen. Na vier jaar moest Orbán aftreden. Acht jaar lang voerde hij oppositie. Hij ontpopte zich als populist. In 2010 werd zijn Fidesz herkozen. Hij veroverde een absolute meerderheid in het parlement en regeert als een autoritaire leider. "Orbán is een populist en pragmaticus", zegt Oost-Europa-expert Gustav Gressel. "Hij speelt in op de angst van de bevolking, maar hangt geen echte ideologie aan."

In tegenstelling tot Orbán, is Jaroslaw Kaczynski een échte conservatief. "Veel meer dan de Hongaarse premier, hangt hij een ideologie aan", zegt Gressel. "Zijn katholieke geloof speelt daarin een belangrijke rol." Het katholicisme en de politiek zijn in Polen sowieso veel meer verweven dan in Hongarije. Kaczynski studeerde rechten aan de universiteit van Warschau en woonde tot 2013 samen met zijn moeder in de Poolse hoofdstad. Hij raakte begin jaren tachtig betrokken bij vakbond Solidariteit die een belangrijke rol speelde in het verzet tegen het communistisch regime. In de jaren negentig bleef Kaczynski samenwerken met Lech Walesa, de voorzitter van Solidariteit en voormalig president. Pas in 2000 richtte Kaczynski samen met zijn tweelingbroer die bij een vliegtuigongeluk in Rusland om het leven kwam, Recht en Rechtvaardigheid (PiS) op. Van 2006 tot 2007 was hij premier. Sinds een maand regeert zijn partij opnieuw in Polen. Kaczynski bekleedt geen positie in de regering, maar volgens deskundigen is hij wel verantwoordelijk voor het conservatieve beleid van zijn partij.

Hongarije

Aantal inwoners: 9,5 miljoen

Economische groei 2014: 3,7 procent

Economische groei 2007: 0,4 procent

BBP per hoofd van de bevolking 2014: 24.709 euro

BBP per hoofd van de bevolking 2007: 19.339 euro

Werkloosheid 2014: 7,7 procent

Werkloosheid 2007: 7,4 procent

Polen

Aantal inwoners: 38 miljoen

Economische groei 2014: 3,3 procent

Economische groei 2007: 7,2 procent

BBP per hoofd van de bevolking 2014: 24.430 euro

BBP per hoofd van de bevolking 2007: 16.894 euro

Werkloosheid 2014: 9 procent

Werkloosheid 2007: 9,6 procent

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden