Nieuwe kans voor ouderwets rekenen

Rekenen in groep 4/5 op de openbare Jenaplan basisschool de Imenhof. ( FOTO JORGEN CARIS, TROUW) Beeld
Rekenen in groep 4/5 op de openbare Jenaplan basisschool de Imenhof. ( FOTO JORGEN CARIS, TROUW)

Op veel basisscholen wordt vandaag, op Grote Rekendag, verwoed gerekend. Maar hoe leren kinderen goed rekenen? Deskundigen bestrijden elkaar, uitgevers bestoken de scholen met verschillende nieuwe methodes. Niet nodig, want het recept lijkt simpel: stop het hoofdrekenen.

Twintig jaar geleden zag geen enkele uitgever er brood in, maar volgend jaar komt het toch op de markt: ’Reken zeker’, een nieuwe lesmethode voor het rekenonderwijs op de basisschool. Gestoeld op uitgangspunten die tientallen jaren bijna vergeten leken. Het aantal scholen dat overweegt de methode aan te schaffen, is ’overweldigend’, zegt uitgeverij Noordhoff.

Met het op de markt brengen van ’Reken zeker’ speelt Noordhoff in op een heftige discussie in het rekenonderwijs. Want er is veel kritiek op het rekenniveau dat basisschoolkinderen in Nederland halen. En die kritiek richt zich vooral op het zogeheten realistisch rekenen, de methode die aan de meeste basisscholen gangbaar is.

Dat realistisch rekenen is in de jaren tachtig ontwikkeld aan het Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht en moest een eind maken aan rekenles waarin leerlingen vooral trucjes bijgebracht kregen. Volgens de Utrechtse didactici begrepen leerlingen die ’ouderwets’ les kregen vaak nauwelijks wat ze deden als ze zo’n trucje toepasten. Hun methode streefde juist wel naar inzicht.

De Freudenthal-methode heeft in korte tijd bijna het hele Nederlandse basisonderwijs veroverd. Maar, zeggen critici nu, met desastreuze gevolgen. Die methode heeft ertoe geleid dat leerlingen de eenvoudigste sommen niet meer kunnen maken. De alom bekende staartdeling, bijvoorbeeld, mag volgens Freudenthal-adepten een ’trucje’ zijn, maar nu leerlingen dat trucje niet meer aangeleerd krijgen, lukt het hen nauwelijks nog een deelsom op te lossen.

Die kritiek heeft een markt geschapen voor ’Reken zeker’. Die methode is in de jaren tachtig geschreven door Arjen de Vries en Piet Terpstra, beiden destijds hoofd van een school. Zij zagen dat hun leerkrachten niet uit de voeten konden met de bestaande methoden en schreven daarom in hun vrije tijd zelf maar een eigen leergang. Dat kostte hun zeven jaar.

Maar toen de twee schoolhoofden eind jaren tachtig klaar waren, was er weinig belangstelling voor. Het realistisch rekenen was zo populair geworden dat De Vries en Terpstra met hun meer traditionele methode geen voet aan de grond kregen bij uitgevers. U heeft de nieuwste opvattingen niet verwerkt, kregen zij keer op keer te horen.

En nu is het tij dus opnieuw gekeerd. Maar noem onze methode niet ’ouderwets’, zegt De Vries, inmiddels met pensioen. „In de jaren negentig hebben we onze methode al bijgewerkt en er ook elementen van het realistisch rekenen aan toegevoegd, en nu doen we dat samen met de uitgever nog een keer.”

Maar inderdaad, ’Reken zeker’ is op een andere leest geschoeid dan alle andere rekenmethoden die nu op de markt zijn. Met minder nadruk op begrip en meer op oefenen.

„Je kan ook eerst oefenen, daardoor zelfvertrouwen krijgen en dan pas begrijpen wat je doet”, zo omschrijft Klaas Dolsma van uitgever Noordhoff het verschil met realistische methodes.

Ook in die realistische methodes is de invloed van de rekendiscussie van de afgelopen jaren trouwens terug te vinden. Dat ontdekte Ruud Janssen van de CED-groep, een onderwijsadviesbureau, toen hij de nieuwste versies van die methodes onder de loep nam. „Eén uitgever prijst zijn methode nu aan als ’evenwichtig rekenen’, met ’het beste uit twee werelden’, het realistisch en het traditioneel rekenen”, zegt hij. „Maar dat is een reclamepraatje; in feite zijn al die methodes nog realistisch.”

Toch ziet Janssen één belangrijke vernieuwing in de bestaande methodes: die besteden nu veel meer en systematischer aandacht aan het oefenen van vaardigheden. Het belang van dat ’eindeloze oefenen’ werd in realistische methodes lange tijd niet hoog aangeslagen.

Gaan deze nieuwe en aangepaste lesmethodes de rekenprestaties op een hoger niveau brengen? Dat moet blijken. Want de remedie is misschien veel eenvoudiger, zegt Kees van Putten, onderwijspsycholoog en methodoloog aan de Universiteit Leiden. Hij onderzocht de boekjes waarin leerlingen sommen uitwerkten uit de zogeheten periodieke peilingsonderzoeken van het Cito uit 1997 en 2004.

Het eerste dat Van Putten opviel is dat leerlingen vooral in 1997 nog vrij vaak staartdelingen maken, hoewel dat ’trucje’ toen in de meest gebruikte methodes al niet meer voorkwam. Maar scoren leerlingen met die traditionele methodes beter dan de realistische rekenaars, zoals de critici van de Freudenthal-methode vol overtuiging stellen? Nauwelijks, stelt Van Putten.

„De verschillen zijn bijna verwaarloosbaar. Zwakke leerlingen doen het slecht met de staartdeling én met de realistische deling, goede leerlingen doen het met beide strategieën goed. Alleen in de middengroep is er verschil: degenen die de traditionele methode toepassen, halen iets betere resultaten.”

Veel opvallender is een andere bevinding uit Van Puttens onderzoek: leerlingen die sommen uit hun hoofd proberen op te lossen, halen veel slechtere resultaten dan degenen die hun sommen op papier uitwerken. En het aantal leerlingen dat louter uit het hoofd rekent groeit. In 1997 was dat ruim een kwart, in 2004 werkte maar liefst 44 procent zonder papier. Oók bij sommen met grote getallen of met cijfers achter de komma.

Het lijkt erop alsof er weinig aanleiding is om de richtingenstrijd voort te zetten, concludeert Van Putten. „We hebben geen heel nieuwe methodes nodig, we moeten het eerder zoeken in aanpassingen van de bestaande. Als we leerlingen kunnen bijbrengen wanneer hoofdrekenen verstandig is en vooral wanneer niet, zijn we waarschijnlijk al een heel eind.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden