Nieuwe kabinet / Zojuist gearriveerd

De leden van het kabinet-Balkenende hebben veel gemeen; zij zijn vrijwel allen vrucht van de na-oorlogse geboortegolf. Ze werden volwassen in de jaren zeventig, en hebben het linkse gedachtegoed dat toen overheerste achter zich gelaten. Bovendien delen zij de onervarenheid in het ministersambt en zelfs in de Haagse politiek. Dat schept een band.

De babyboomers hebben sinds gisteren de macht in Nederland. Het kabinet-Balkenende is de eerste regeerploeg die wordt gedomineerd door ministers die na de oorlog zijn geboren. Negen ministers zijn rond de 50. Drie, onder wie de naamgever van het kabinet, zijn 46 jaar. En dan zijn er nog twee uitschieters naar boven. Korthals (defensie) en Bomhoff (volksgezondheid) zijn 'al' 57.

De ministers werden volwassen en studeerden in de jaren zeventig, waarin het progressieve denken dominant was in de Nederlandse politiek. Het kabinet-Den Uyl regeerde. Een kabinet van gewone mensen en voor gewone mensen, zoals Joop den Uyl zijn ministersploeg omschreef. Spreiding van kennis, macht en inkomen was de inzet van het roodste kabinet dat Nederland ooit heeft gehad.

Maar wie het regeerakkoord leest op grond waarvan de veertien babyboomers aan de slag zijn gegaan ziet van die inzet niets terug.

Sommigen van de ministers mogen in die roerige jaren zeventig misschien even geroken hebben aan het linkse gedachtegoed, ze zijn ergens tot de conclusie gekomen dat dat hun wereldbeeld niet is en hebben elkaar nu gevonden in een centrum-rechts kabinet dat een product is van de snelkookpan van de bizarste kamerverkiezingen uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis.

Organisaties en wetenschappers die de blik vooral richten op de mensen die niet zo goed in staat zijn de zaakjes allemaal zo gunstig mogelijk voor zichzelf te regelen bekijken het kabinet-Balkenende dan ook met wantrouwen.

Dat geldt ook voor clubs die zich bezighouden met de problemen van de armsten in deze wereld. In de jaren zeventig werd INTERNATIONALE SOLIDARITEIT met hoofdletters geschreven. Hun strijd was onze strijd. Als vanzelfsprekend hoorde daar een minister voor ontwikkelingssamenwerking bij (de PvdA'er Pronk). Maar het kabinet-Balkenende, waarin de minister wordt vervangen door een staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking, lijkt meer te gaan regeren vanuit de notie dat je eerst de binnenboel op orde brengt en dan pas aan de slag gaat in de achtertuin.

In het kabinet is ook nauwelijks een spoor te vinden van een andere maatschappelijke ontwikkeling uit de jaren zeventig: de tweede golf van de vrouwenemancipatie. Er is zelfs sprake van een forse terugval ten opzichte van achtereenvolgende kabinetten waarbij de klimmende reeks in Paars II zijn voorlopig hoogtepunt vond met twee vrouwelijke vice-premiers.

Balkenende heeft welgeteld één vrouwelijke minister kunnen inlijven: de CDA'ster Maria van der Hoeven. Wel wordt zij de eerste vrouwelijke minister van onderwijs, waarmee het rijtje ministersposten dat nog nooit door een vrouw is bekleed weer één korter is geworden. Dat is -de nieuw gecreëerde post Vreemdelingenbeleid en Integratie even niet meegerekend- met het aantreden van Van der Hoeven geslonken tot Financiën, Sociale Zaken, Landbouw, Defensie, Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken, het kleine ministerie van de premier.

Van der Hoeven is afkomstig uit Limburg. Dat is in het nieuwe kabinet niet zonder politieke betekenis. Vooral het CDA sloeg Paars I om de oren met het verwijt dat het een typisch Randstad-kabinet was, dat met Randstedelijke arrogantie regeerde en maar weinig oog had voor de noden van het platteland en zijn bewoners.

Binnen dat Randstad-kabinet lag dan ook nog eens een lichte nadruk op Amsterdam, waar premier Kok en D66-ministers als Van Mierlo en Sorgdrager woonden. Dat lichte accent is in de nieuwe ploeg verschoven van de stad van de hemelbestormers, Amsterdam, naar die van de doeners, Rotterdam.

Balkenende woont onder de rook van de Maasstad, Korthals woont in Rotterdam, en De Boer heeft carrière gemaakt in de haven en was voorzitter van de Rotterdamse Kamer van Koophandel. Voor de overige ministers geldt dat ze uit alle windstreken komen. Zeker: de Randstad is vertegenwoordigd, maar dat geldt ook voor Groningen (Remkes), Limburg (Van der Hoeven) en de Achterhoek (Kamp).

Hoe fris het kabinetsbeleid in de praktijk zal worden is afwachten, nieuw is de ploeg in elk geval. Toen in 1994 na de kabinetten-Lubbers de kleur verschoot naar Paars was dat ook erg 'nieuw', maar er schoof toch meer dan nu de nodige Binnenhof-ervaring aan in de Trêveszaal.

Die eerste paarse regering kende naast premier Kok twee bewindslieden die eerder hadden gediend: de D66'er Hans van Mierlo en oude rot Jan Pronk (PvdA). Paars kende verder een ruggegraat van ervaren Kamerleden als Melkert, Dijkstal, Jorritsma en Voorhoeve.

Gisteren stond er op het bordes bij de koningin slechts één minister die al eerder zo'n installatie op het paleis meemaakte: de VVD'er Benk Korthals die justitie ruilt voor defensie. Diens partijgenoten Johan Remkes (Vrom) en Hans Hogervorst (Financiën) waren in de vorige rit al wel staatssecretaris.

Jan Peter Balkenende zelf liep bij de beëdigingsceremonie ook rond als een kat in een vreemd pakhuis. Kok, Lubbers, Van Agt, Den Uyl, Biesheuvel, De Jong, Zijlstra, Marijnen, Cals hadden allemaal ervaring op een andere ministerspost voordat zij het premierschap kregen. Balkenende is daarmee net zo onervaren als Jan de Quay, begin jaren zestig, en Schermerhorn vlak na de oorlog.

Meer leden van zijn ploeg dan gewoonlijk zullen ook moeten wennen aan de typische spelregels van de Tweede Kamer. Minister van economische zaken Herman Heinsbroek (LPF) meende vorige week, bij zijn entree in de slotfase van de formatie, dat hij het verkeer tussen bewindsman en parlement simpel naar zijn hand zou kunnen zetten. Een te langdurige vergadering? Heinsbroek zou de Kamerleden gewoon afstoppen met de opmerking: End of meeting, heren!

Zijn LPF collega-ministers Cees Veerman (Landbouw), Roelf de Boer (Verkeer en Waterstaat) en de niet-televisiekijker Eduard Bomhoff (Volksgezondheid) taanden nooit naar enige raads-, provincie- of parlementszetel. Ook de CDA-bewindslieden Aart Jan de Geus (Sociale Zaken) en Piet Hein Donner (Justitie) en LPF-minister Hildbrand Nawijn (Vreemdelingenbeleid) starten zonder enige parlementaire ervaring, maar deze drie weten door hun vorige functies wel hoe de hazen lopen in het Kamergebouw.

Is zo'n onervarenheid in politiek Den Haag een extra risico voor het kabinet? Het zal wel meevallen. De Tweede Kamer zelf telt op dit moment ook een ongekend hoog aantal nieuwkomers. Het CDA-Kamerlid Camiel Eurlings noemde de onervarenheid gisteren op de radio eerder een voordeel. ,,Het is wel prettig dat er nu een ploeg zit waarvan veel leden niet al lang in de Kamerbankjes hadden rondgehangen.''

Een onervaren premier die gaat regeren in een team met veel politieke vreemdelingen, in een coalitie met een door de verkiezingen uitgemergelde VVD en een kersverse Lijst Pim Fortuyn, die nu volgens peilingen al weer wat aanhang verliest. Die optelsom brengt het Binnenhof tot twee voorspellingen. De positieve luidt dat er eindelijk ruimte komt voor een gezonde dualistische verhouding tussen regering en Tweede Kamer. De negatieve is dat dit kabinet geen lang leven is beschoren.

Balkenende zei gisteren nog niet te weten hoe hij in de praktijk gaat manoeuvreren bij de opstekende dualistische wind. Het beroemde wekelijkse, sussende, Torentjes-overleg tussen de minister-president en fractievoorzitters van de coalitie lijkt van de baan nu VVD-leider Gerrit Zalm heeft gezegd dat hij niet van plan is zich regelmatig naar de werkkamer van de premier te begeven. Als Balkenende iets van de VVD-fractie wil weten, komt hij maar naar hém toe.

Dát is Balkenende niet van plan. Waar de heren elkaar dan wel spreken? Misschien halverwege, op een bankje buiten bij de Ridderzaal, suggereerde de premier. Een wekelijks overleg, op donderdagavond, tussen de CDA-ministers en de top van de geestverwante Kamerfractie, wil de premier trouwens wel gewoon voeren, net zoals bij vorige coalities gewoonte was.

Dat hij bij al die onervarendheid en dat opbloeiende dualisme de leider is geworden van een uiterst instabiel kabinet wil Balkenende in het openbaar niet weten. Hij hield gisteren vol een goed gemotiveerde ploeg te hebben ontmoet in het eerste constituerend beraad.

De nieuwe premier draait de negatieve voorspelling liever om. Alle twijfels of dit kabinet de volle rit van vier jaar kan uitzitten leiden er in zijn ogen juist toe dat de nieuwe ministers elkaar stevig gaan vasthouden. Balkenende: ,,Dat is juist een bindend element voor deze coalitie.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden