Review

Nieuwe kaart van de hel

Sinds het sovjetcommunisme in 1991 in elkaar zakte, hebben onderzoekers vrachten archiefmateriaal over de Stalin-tijd door kunnen werken, die voor die tijd geheim waren. De Amerikaanse journaliste/historica Anne Applebaum schreef als eerste een nieuw, zo compleet mogelijk overzichtswerk over de stafkampen van Stalin.

De titel dekt de inhoud volkomen. Anne Applebaum, een Amerikaanse journaliste die tegenwoordig in de hoofdredactie van de Washington Post zit, heeft een encyclopedisch overzicht gemaakt van het strafkampsysteem onder het sovjetbewind.

Er zijn over de Gulag-archipel boekenkasten vol geschreven, met memoires van gevangenen, studies van geleerden en ondergronds uitgegeven en later in het Westen gepubliceerde literatuur. Een aantal werken is wereldberoemd en in miljoenenoplagen verspreid. Maar eigenlijk is er geen enkel modern boek over de Goelag, dat de hele periode van het sovjetregime omvat en gebruikmaakt van de archieven die opengingen nadat het communisme in elkaar was gezakt. In die leemte voorziet het ruim vijfhonderd pagina's tellende boek van Applebaum.

Applebaum is gedegen en systematisch te werk gegaan. Haar bronnen bestaan uit honderden memoires en literaire verbeeldingen van de werkelijkheid van de strafkampen, ongepubliceerde dagboeken, studies van zowel westerse als Russische historici, archiefmateriaal en eigen interviews. De berg aan gegevens die zij aldus verzamelde, verwerkte ze in inleidende hoofdstukken over het ontstaan en de snelle expansie van de strafkampen, een kerndeel over het leven in de kampen, met onder meer hoofdstukken over dwangarbeid, sterfte, de verhouding tussen gevangenen onderling en van gevangenen met bewakers, opstanden en ontsnapping.

Het laatste, kortere deel beslaat de periode van 1940 tot 1986, waarin de economische betekenis van de dwangarbeid wordt beschreven en de historische keerpunten aan de orde komen: de dood van Stalin, de amnestie onder Chroestsjov, de opkomst van de dissidentenbeweging en het einde van de Goelag, dat samenviel met het einde van de Sovjet-Unie.

Hoewel geheimhouding een van de voornaamste pijlers van het systeem was, is in de loop van de zeventig jaar dat het communisme het volhield toch veel bekend geworden over de terreur, massa-executies, deportaties en de totale onderdrukking van de sovjetbevolking. Vanaf de jaren twintig slaagden er mensen in het land te ontvluchten die konden navertellen aan welke verschrikkingen Lenin en zijn opvolger Stalin het land onderwierpen.

In het Westen waren er gedurende die zeventig jaar telkens weer communisten en sympathisanten van de Russische revolutie te vinden die de getuigenissen afdeden als gruwelsprookjes. Maar toen sovjetleider Nikita Chroesjtsjov in 1956 ten overstaande van het eigen partijkader

Stalin aanklaagde als massamoordenaar, klonken hun ontkenningen zelfs in hun eigen oren als een leugen.

De volle omvang van de rode terreur drong echter pas veel later door, toen in 1972 de 'Goelag Archipel', het driedelige epos van Alexander Solzjenitsin verscheen. Solzjenitsin, die het kampensysteem van binnenuit kende, had een schat aan getuigenissen en feiten bijeengegaard en deze in een dreunende, dwingende cadans gepresenteerd.

Het woord Goelag (een afkorting van 'Hoofddirectoraat voor kampen') werd dankzij Solzjenitsin hét woord waarmee in de hele wereld de sovjetstrafkampen werden aangeduid. Een miljoenenpubliek, voor het eerst ook in de Sovjet-Unie zelf, kwam te weten hoe de mensenverslindende machinerie van de bolsjewieken had gefunctioneerd en hoe dat stelsel van kampen eruitzag, dat ook onder

Stalins opvolgers nog immer - zij het in mildere versie - voortbestond.

In de academische wereld was een paar jaar eerder (in 1968) de studie van de Amerikaanse historicus Robert Conquest 'The Great Terror' als standaardwerk erkend. Solzjenitsin noch Conquest konden beschikken over regeringsarchieven. Ze moesten hun conclusies trekken op grond van individuele getuigenissen, kennis van de historische context en documenten die hun toevallig in handen waren gevallen.

In 1990 heeft Robert Conquest, gebruik makend van nieuw materiaal uit sovjetarchieven, een herziene uitgave van zijn boek gemaakt. Aan zijn beschrijvingen, analyse en betoog heeft hij weinig hoeven veranderen.

Ook Solzjenitsins 'Goelag Archipel' bleef recht overeind, als gedenkteken voor de totalitaire repressie. Wel kon het niet langer geheime archiefmateriaal meer vertellen over het aantal slachtoffers dat Stalin had gemaakt. Daarover woedde al jarenlang een felle, ideologisch gekleurde en vaak onfrisse discussie, met als inzet wie erger was geweest: Hitler of

Stalin. Afhankelijk van wie er telde en welke categorieën als slachtoffer werden meegeteld, won Hitler het, of Stalin.

Anne Applebaum heeft zelf geen diepgravend quantitatief onderzoek gedaan, maar presenteert de volgens haar meest waarschijnlijke getallen. Ze neemt aan dat er tussen 1929 en 1953 achttien miljoen sovjetburgers in een van de honderden Goelag-kampen gevangen hebben gezeten. Van hen, zo citeert Applebaum gegevens uit recente publicaties, kwamen 2 750 000 om het leven.

Niet meegeteld hierbij zijn de honderdduizenden die bij massa-executies buíten de kampen werden geliquideerd, de miljoenen die als gevolg van de burgeroorlog tussen 1918 en 1921 en tijdens door Stalin gecreëerde hongersnoden het leven lieten (1930-1934), de tienduizenden die tijdens gevangenentransporten, volkerendeportaties of ondervragingen bezweken.

Erg verhelderend zijn Applebaums berekeningen niet. De Russische voorzitter van de rehabilitatie-commissie, Aleksander Jakovlev, die jarenlang de vervolgingen heeft bestudeerd, komt op veel hogere aantallen slachtoffers uit. Hij meent dat ten minste twintig miljoen burgers in de sovjettijd om politieke redenen zijn vermoord of in kampen of gevangenissen zijn omgekomen. Ook Conquest en het Franse 'Zwartboek van het Communisme' gaan uit van twintig miljoen politieke slachtoffers van de sovjetperiode. Op grond waarvan Applebaum sterk afwijkt van deze gezaghebbende bronnen, maakt ze niet duidelijk.

In haar verlangen bepaalde mythen te ontzenuwen, overdrijft Applebaum hier en daar behoorlijk en doet ze de waarheid zelfs geweld aan. Een hoofdstuk over opstand en ontsnapping - een onderwerp waar archieven inderdaad een nieuw licht op zouden kunnen werpen - begint ze met de zin: ,,Onder de vele mythen over de Goelag, lijkt een van de grootste het verhaal dat het onmogelijk was te ontsnappen''. Daarop volgt een tekst waaruit blijkt dat het geenszins om 'een mythe' ging: Wie erin slaagde om uit de bewaakte zone te ontvluchten, bevroor of verhongerde in de toendra, de steppe of het permafrost. Of werd na enkele dagen dolen gevonden en vervolgens doodgeschoten of teruggevoerd. Een enkele geslaagde vlucht en een paar archiefvondsten over straffen die onoplettende bewakers kregen opgelegd, wijzigen niets aan het feit dat levend ontsnappen uit de Goelag vrijwel onmogelijk was.

Zo bestempelt Applebaum nog een paar zaken tot legende, waar van een legende geen sprake is. Soms schrijft ze regelrechte onzin. Dat in 1989, toen zij zelf zich voor het eerst ging bezighouden met de Goelag, weinig mensen iets van de Stalin-repressie afwisten, bijvoorbeeld. Of dat er nauwelijks aandacht was voor de vrijlating van politieke gevangenen door Gorbatsjov. Alsof de terugkeer van Andrej Sacharov in Moskou géén wereldwijde sensatie teweegbracht.

Een ander bezwaar tegen het boek is dat haar beschrijvingen nogal aan de oppervlakte drijven. Ze benadrukt bijvoorbeeld dat van de bewakers van de Goelag - in tegenstelling tot wat het nazi-bewind van de SS'ers vroeg - geen wreedheid werd vereist. Ze mochten aardig doen tegen de gevangenen. Even verderop merkt Applebaum op dat het vaak gebeurde dat bewakers gearresteerd werden en zelf een gevangenenpak moesten aantrekken; wat de angst voor verklikkers betekende voor het gedrag van bewakers en voor de verhoudingen binnen een kamp, daaraan wijdt Applebaum nog geen bijzin.

Applebaum schrijft begrijpelijke, goed gecomponeerde stukken tekst. Maar nergens slaagt ze erin de lezer te laten voelen hoe ontzettend de Goelag was. Misschien wilde ze expres droog documenteren of misschien mist ze het talent om meeslepend te schrijven. Gelukkig citeert ze royaal memoiresschrijvers en literaire auteurs, zoals de onovertroffen Varlam Sjalamov, die met hun woorden de lezer diep in de ziel raken.

De minpunten daargelaten, is het goed dat er een nieuw overzichtswerk over de Goelag is verschenen. Het is een toegankelijk boek, waarin de belangrijkste kennis over een verschrikkelijke periode is samengevat. Ten behoeve van hen die het niet wilden weten, en ten behoeve van een nieuwe generatie, die het moet weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden