Review

Nieuwe generaties bij Gaudeamus-muziekweek

AMSTERDAM - En toch heerste maandagavond bij kenner en liefhebber even een moment van verbazing en onzekerheid in de Beurs van Berlage: met een beproefd geintje zette de Oostenrijks/Russische componist Iwan Malachovski het publiek in de afgeladen glazen zaal op het verkeerde been.

Het applaus waarmee de zaal dirigent en leden van het Rotterdamse Doelenensemble verwelkomde, ging namelijk naadloos over in van tevoren opgenomen applaus en geroezemoes dat via luidsprekers werd afgespeeld. Was er een luidruchtige receptie aan de gang in de rest van het gebouw? Stond dirigent Arie van Beek zijn ongeduld te verbijten toen hij het stokje hief en het almaar niet stil werd?

Behalve van bereidheid clichés te gebruiken getuigde dit begin van Malachovski's compositie 'The last minutes in the life of Caesonia' ook van een theatrale denkwijze. Die was wel op zijn plaats, want behalve als zelfstandig muziekstuk doet deze compositie ook dienst als ouverture bij een eenacter die de laatste minuten van het leven van keizer Caligula en zijn gade behandelt.

Malachowski's Ouverture - een oorspronkelijk maar wat te lang uitgesponnen werk - behoort tot de vijftien composities die een driekoppige jury dit jaar selecteerde voor de Gaudeamus-prijs. Een wisseling van de wacht tekent zich hierbij af: ook de juryleden behoren dit jaar duidelijk tot een jongere generatie. Door de afwezigheid van het Radio Kamerorkest dat door een kennelijke planningsfout van medewerking moest afzien, komen drie werken voor kamerorkest dit jaar niet tot klinken, zodat er twaalf kanshebbers overblijven, van wie de uiteindelijke prijswinnaar zondagmiddag bekend wordt gemaakt.

Dinsdagavond kwamen in de ruime akoestiek van de Posthoornkerk vier andere geselecteerden aan bod. Het Italiaanse Icarus-ensemble ontfermde zich hier over drie muzikale bijdragen uit Kazachstan, Groot-Brittannië en Japan. Tastend en leunend op voorbeelden bleken deze drie componisten - ondanks de grote geografische verschillen - hun weg te zoeken in een bijna universeel te noemen laat-twintigste-eeuws idoom. Hierin zitten klankschoonheid en de erfenis van de avant-garde elkaar niet meer in de weg. De saaiheid ligt echter op de loer.

Aparter was dan het werk van de Brit Geoffrey Hannan, de vierde geselecteerde van deze avond. Zijn 'Rigmarole' voor drie fluiten en slagwerk baseert zich op de exuberante versieringen van de Ierse fiddle-muziek. Fris klonken de fluiten van het ensemble 'Tegenwind' op na de bezadigde klanken van twee Italiaanse werken die het Icarus-ensemble van huis had meegenomen.

Tal van nevenactiviteiten hebben inmiddels de ooit zo klare lijn van het Gaudeamus-concours vertroebeld. Naast het eigenlijke concours wemelt het van evenementen en presentaties die zich in het warme lijf van het moederdier hebben ingenesteld. Zo bracht het Doelenensemble maandagavond ook drie premières in het kader van de derde aflevering van 'Het Eerste Doel'. Jonge componisten, veelal uit het Rotterdamse, presenteerden zich aan het Amsterdamse publiek. De hier vertegenwoordigde Nederlanders van de generatie zeventig, Sander Germanus en Astrid Kruisselbrink, toonden zich in ieder geval iets minder schatplichtig aan het 'officiëuze' idioom dan hun Kazachstaanse en Japanse collega's van dezelfde jaargang.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden