Nieuwe generatie strijders is realistisch

BOXTEL - In het nieuwe ontvangstcentrum lopen een non en twee oudere echtparen. Het publiek dat de Kleine Aarde bezoekt, is veranderd. De hippie van de jaren zeventig, vooral op zoek naar zichzelf, heeft plaatsgemaakt voor de gemiddelde burger. Iedereen erkent de waarde van het milieu en in het kielzog daarvan is de milieubeweging deel geworden van de gevestigde orde.

JAN SLOOTHAAK

In 1972 werd een drieling geboren, drie milieuorganisaties die nu samen vieren dat ze een kwart eeuw bestaan. Is het niet merkwaardig dat alle drie het levenslicht zagen in 1972 en niet verspreid over pakweg de eerste jaren van de seventies? “Wel grappig”, vindt ook Petra Souwerbren, directeur van De Kleine Aarde, “maar niet toevallig. Het had te maken met het uitkomen van het rapport van de Club van Rome, waarin stond dat de grondstoffen eindig waren. ”

De drieling heeft de taken keurig verdeeld. De stichting Natuur en Milieu in Utrecht legt zich toe op de politieke lobby, de Vereniging Milieudefensie in Amsterdam hanteert het actiewapen (vooral tegen uitbreiding van Schiphol) en de Kleine Aarde in het Brabantse Boxtel is een centrum van informatie voor een duurzame leefstijl.

De strijd is in veel opzichten succesvol geweest en feit is in ieder geval dat de milieubeweging erkenning heeft gekregen, 'geïnstitutionaliseerd' is. De huidige generatie die deze beweging draagt, heeft daar ook geen enkele moeite mee. “Onze analyse van wat er anders moet in de wereld is gelijk gebleven”, zegt Souwerbren. “Als we op de oude voet doorgaan met de wereld, gaat het fout. De voorraden raken op, steeds grotere groepen mensen kunnen het niet meer bijbenen en daardoor neemt de armoede toe.” Maar de vertaling van die boodschap naar het publiek toe is anders geworden, positiever.

De aanpak is herkenbaar veranderd. Op het terrein van de Kleine Aarde is een nieuw voorlichtingscentrum gebouwd. Er wordt nog wel een poging gedaan geld in te zamelen om de 'bolwoning' - uit de prehistorie van duurzaam bouwen - als monument te behouden, maar het windmolentje erbij is voorgoed fini. Heeft de bolwoning alleen nog nostalgische waarde? Toch niet, vindt Souwerbren. “De nadruk lag indertijd vooral op energiebesparing en isolatie. “Het nut daarvan is bewezen, maar we hadden ons wel verkeken op het feit dat zo'n perfect geïsoleerde woning niet ventileerde. Binnen werd het een klein tropisch regenwoud waar het hout door het vocht wegrotte. Daar hebben we dus van geleerd. En van de verdwenen windmolen weten we nu dat die te klein was. Er worden tegenwoordig grotere gebouwd. Maar ons pionierswerk is daar wel aan voorafgegaan. Dat geeft je moed om door te gaan.”

Het nieuwe centrum ziet er wat 'gelikter' uit, maar de duurzaamheid is er in alle opzichten ingebouwd. Met houtbouw, een composttoilet naast een regenwatertoilet, dat niet uitmondt in een septictank maar onder een rietveld met natuurlijke zuivering. En het gebouw heeft het grootste zonnedak in de Benelux. Je kunt boeken en bio-chips kopen en voor vijfentwintig piek ook een jubileum-aanbieding: een lente-tuinpakket, bestaande uit drie boekjes over tuinieren. In vitrines liggen beukenhouten pennensets te koop en Fair Trade artikelen (het huismerk van de derde wereld), zoals oorbellen uit de Filippijnen, een mand van palmblad uit Mexico en een houten briefopener uit Tanzania. Uit de opbrengst en activiteiten als het geven van cursussen, haalt de Kleine Aarde een derde van zijn inkomsten. Nog eens eenderde wordt opgebracht door de twaalfduizend donateurs.

De rest van de anderhalf miljoen gulden die er jaarlijks omgaat is subsidie van de ministeries van vrom en landbouw. Daar ligt ook een kiem van het conflict met de vorige generatie milieustrijders. De mensen van het eerste uur, ex-journalist Sietz Leeflang en zijn vrouw Anke, haakten eind jaren zeventig af en begonnen een ander project: de Twaalf Ambachten, op een steenworp afstand. Het is nooit meer goed gekomen. Hoewel Leeflang wel bereid was in 'nummer 100' van het blad van de Kleine Aarde nog eens terug te blikken. Hij wilde onafhankelijk blijven. Geen subsidie dus.

Er ging in zijn ogen meer fout. De vergadercultuur sloeg toe. Er kwam een kopieermachine: “Stom, vanaf dat moment liep iedereen met grote - meest ongelezen - dossiers onder de arm.” Het echtpaar Leeflang herkende in de Kleine Aarde niet meer zijn geesteskind. Ze haakten af als gevolg van wat ze zien als een ordinaire machtsstrijd. In de Twaalf Ambachten doen ze het nog steeds kleinschalig, zonder subsidie en niet-commercieel, met onder meer technische adviezen over verwarmingsmethoden en afvalwaterzuivering.

De generatie die op de Kleine Aarde het roer heeft overgenomen zoekt het niet meer in het geheven vingertje, maar probeert een zo breed mogelijk publiek te bereiken. “Je moet realistisch zijn. We zeggen niet, doe de auto weg, maar wel: rijdt eens wat minder, deel de auto met anderen. De voordelen wel benutten, maar de nadelen beperken”, zegt Souwerbren. Ze geeft toe dat het allemaal met kleine stapjes gaat. “Maar als je ziet wat er in die 25 jaar in het denken over het milieu veranderd is, geeft dat toch moed om door te gaan.”

Doorgaan met bijvoorbeeld het propageren van biologische voeding. Tegenwoordig ziet ook het ministerie van landbouw het nut ervan in. Er wordt vijftig miljoen gulden uitgetrokken voor het bevorderen van de biologische landbouw. Nog maar op ruim een half procent (12 000 hectare) van het landbouwareaal wordt biologisch geboerd. Maar dat is toch het kleine begin dat kan uitgroeien tot meer. De consumentenmarkt is vaak nog problematischer dan de productie. “De mensen zoeken toch vaak het goedkoopste uit en biologische producten zijn nu eenmaal wat duurder. We proberen het belang ervan te laten zien.”

Op de Kleine Aarde kunnen mensen in kassen en buiten zien hoe er biologisch geteeld wordt, ook in siertuinen trouwens. “We geven ze ideeën mee.” Ook met het openbaar vervoer gaat het in Nederland erg moeizaam. Er zijn veel klachten over. De auto blijft trekken. Souwerbren: “De uitdaging is, hoe je dat kunt verbeteren.”

Intussen dient zich al weer een nieuwe generatie aan. “Er zijn erg actieve jongeren-milieuorganisaties”, weet Souwerbren. En er zullen ook in de toekomst wel altijd pionierende groepen bestaan. Zoals in de Ecostad van het jaar 2050, waaraan de Kleine Aarde onlangs een jubileum-symposium wijdde. Die stad is de schets van een ideaalbeeld dat menigeen voor ogen staat: nauwelijks luchtvervuiling, efficiënt met energie, ideaal openbaar vervoer en veel elektronica. Telewerken heeft het helemaal gemaakt en je boodschappen komen per buizenpost. Anderen zal zo'n stad met afgrijzen vervullen en als steriel overkomen. De bedenkers van de Ecostad hebben dat kennelijk ook aangevoeld. Want ze hebben de Ecostad ook bevolkt met kleine groepjes eigenzinnig denkende pioniers, die kritisch denken over de stad van 2050.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden