nieuwe fictie

Na zijn laatste roman ’Hemelval’, een eerder nuchter boek over een sukkelende duivenmelker, spreekt Arjan Visser in ’Paganinipark’ zijn rijke verbeelding weer aan, net als in zijn veelgeprezen debuut ’Laatste dagen’. Hoofdpersoon is ditmaal de half-Italiaanse Niccolò. Gedurende zijn jonge leven lijkt hij iedereen om zich heen geluk te brengen, maar zijn in een magisch bewustzijn levende Siciliaanse oma weet zeker dat de duivel Niccolò op een dag zal opeisen – louter omdat de jongen op de verkeerde dag geboren is.

Wie ziek, is heeft dat aan zichzelf te danken. Gezond leven en gelukkig is een plicht. Zo werkt dat althans in de wereld van ’Corpus Delicti’ van de Duitse schrijfster Juli Zeh, die eerder furore maakte met haar roman ’Speeldrift’, over ontsporende middelbaar scholieren. De Duitse reacties op Zehs nieuwe filosofische roman, (oorspronkelijk een toneelstuk) liepen zeer uiteen.

„Ik móest naar Afrika. Ik had het al aangekondigd. Ik had het al aangekondigd en er uiterst superieur bij gekeken.” Aldus de vertelster van De Greefs tweede roman, waarin twee vriendinnen, vers van de middelbare school, vrijwilligerswerk gaan doen in Afrika. De jonge schrijfster gaf in haar columns en haar debuut ’Was alles maar konijnen’ al blijk van een zelfverzekerde stijl en een sterk gevoel voor humoristische situaties. Die kwaliteiten komen haar ook hier van pas.

Critici prezen in de loop der tijd Edzard Miks ’bijna robotachtige’ stijl (Rob Schouten), die hem zelfs vergelijkingen met Hermans opleverde. In Miks zevende roman maken we kennis met danseres Julia en advocaat Vink, kampend met een verkilde relatie in een ondergelopen Rotterdam, waarin alles toch zijn dagelijks-nuchtere gang gaat. „De rivier sleurde en trok en de stad hield zich roerloos en deed alsof er niets aan de hand was.”

Uitzonderlijk volwassen debuutroman. Van Munster voert ons op subtiele wijze de wereld binnen van de tienjarige Julius, die een zomer doorbrengt bij een prettig en ruim behuisde familie, omdat zijn moeder, zangeres, optreden moet in Amerika.

„Het is geen naastenliefde, ik zou me naast / je neer willen leggen, onder de ondergaande / zon, onder uitgedeelde ruwe dekens.” Thema's als zorg, tederheid en een verlangen daarnaar staan op de voorgrond in de tweede bundel van Möhlmann, die debuteerde met de ’De vloeibare jongen (2005) (Lucy B. en C.W. Hoogtprijs) en hoofdredacteur is van poëzietijdschrift Awater.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden