Nieuwe cursusboekjes

Het lijkt er zowaar op dat Berry Westra serieuze concurrentie gaat krijgen. Hij is vooral bekend van zijn methode Leer bridge met Berry. Na 25 jaar Van Start tot Finish van Sint/Schipperheyn was Berry een verfrissende manier om bridge te leren. Maar het lijkt erop dat er meerdere spelers op de ’beginnersmarkt’ een plaats willen veroveren.

Allereerst zijn er Sietze van der Honing en Kees Ooijevaar met hun serie Begin met Bridge deel 1, de basis, en deel 2, de verdieping.

De boekjes doen in niets onder voor die van Westra. Prettige stijl, goede opbouw, goede voorbeelden. Je kunt merken dat hier mannen met onderwijservaring achter zitten! Van der Honing/Ooijevaar ondersteunen de cursisten ook met een website (www.beginmetbridge.nl). Handig, vooral om de cursist extra oefenmateriaal aan te reiken.

Van der Honing/Ooijevaar schuwen moeilijke onderwerpen niet. In deel 1 komt na de Stayman-conventie de transferbiedingen aan de orde.

Het verschil met de nieuwe methode van Ed Hoogenkamp en Peter van der Linden is enorm. Zij hebben voor Tirion een nieuwe serie geschreven onder de naam Van A naar Bridge. Het moet de opvolger worden van Van Start tot Finish. Hoogenkamp/Van der Linden maken een duidelijke stap naar de ’nieuwe manier van (bridge) leren’. Dat wordt gekenmerkt door twee belangrijke elementen:

1) het accent ligt vooral op spelen (eerst het spelen behoorlijk onder de knie krijgen, daarna het bieden).

2) datgene wat aangeleerd moet ook beklijven, dus beter weinig goed leren dan veel en minder goed beheersen, ook wel bekend als the expert beginner principle.

Dit heeft ertoe geleid dat zij beginnen met ’startersbridge’ (eerst spelen, pas bij hoofdstuk elf wordt met bieden begonnen). In deel 1 kan er wel in SA gespeeld worden, maar de hele 1SA-opening wordt buiten beschouwing gelaten, ook een manier om het probleem Stayman/transfers na de 1SA-opening te omzeilen.

Hoogenkamp/Van der Linden hebben het uitgangspunt ’zelf ontdekken’ (in plaats van het geven van regeltjes) hoog in het vaandel. Op zich is dat prima, maar ze willen ook nog eens zo compleet zijn, dat het doel een beetje voorbij geschoten wordt.

De pagina’s zijn vaak erg vol, de cursisten zullen zelf ’puzzels’ op moeten lossen, waar ze wellicht nog niet aan toe zijn; dat maakt het boek niet erg toegankelijk en het nodigt niet zo uit om eens lekker mee aan de gang te gaan, ondanks de tweekleurendruk en de verzorgde opmaak. Al met al is hun boek van zodanig (hoog) niveau dat het voor mensen met wat ervaring ook geen kwaad kan om eens door te spitten.

Om de cursist aan het oefenen te krijgen hebben Hoogenkamp/Van der Linden er een oefenboekje bij gemaakt. Goed bedoeld, maar ook dit boekje is nogal een ’brij’ geworden en daarom (voor de oudere cursist) moeilijk om doorheen te komen. De kleine letter, dezelfde als in het cursusboek, vermindert de leesbaarheid nog verder. Goedkoop wordt het ook niet, want er moeten ineens twee boekjes aangeschaft worden voor een beginnerscursus. We zullen het in praktijk zien of de docenten ’omgaan’.

Hoe zou u het belang van het interpreteren van partners uitkomst aan een onervaren bridger uitleggen?

Van der Honing/Ooijevaar ondersteunen hun verhaal in deel 2 met dit voorbeeld (zie diagram 1): West komt tegen 3SA van zuid uit met 3, oost speelt de heer, de leider neemt met het aas. De leider gaat op zijn werkkleur af, de klaveren en neemt de snit, die is voor oost. Oost speelt nu V na in de hoop dat west de aas had en zuid de heer (de heer zit dan in de tang), maar zuid neemt met A en heeft met twee schoppenslagen, A, AH en vier klaverenslagen zijn contract binnen. Had oost harten gespeeld, dan was de leider down gegaan.

Even later gebeurt dit (zie diagram 2). West start met 9, de leider legt de tien, oost de heer voor de aas van zuid. Ook nu neemt zuid een snit op H, voor oost. Oost die zijn les geleerd heeft, komt nu harten na, maar had juist ruiten moeten spelen! Hoe kan oost nu weten in welk gevallen hij de uitgekomen kleur moet naspelen en in welk geval hij moet switchen?

Het ’geheim’ zit in de hoogte van de kaart waarmee uitgekomen wordt. In het eerste geval was dat een kleintje, inviterend. In het tweede geval de negen, de hoogste. Zo’n kaart geeft absoluut geen kracht aan het was slechts bedoeld om oost te ’vinden’.

Het grappige is dat een gevorderde bridger vaak weer met heel andere ogen naar de spellen kijkt. Laten we nog eens naar het eerste spel gaan. Als de leider daar de eerste slag niet neemt, is er weinig aan de hand. Als OW doorgaan met harten is de verbinding tussen OW verbroken en als oost dan met H aan slag komt, heeft hij geen harten meer. Het ziet er niet zo gek uit om het zo te spelen, want oost is de hand die na een mogelijk verliezende snit op H aan slag kan komen, dus die moeten we de veilige hand maken. Had de snit de andere kant opgelopen (plaats A eens in de zuidhand), dan is het wel veilig om de eerste slag direct met A te nemen.

De topbridgers onder u kunnen misschien spel twee nog wel maken. Wat gebeurt er als de leider 10 legt voor heer en aas, hij schoppen naar de boer speelt en 7 van tafel?

Stel oost speelt klein bij, de leider laat 7 rennen. Nu heeft de leider al vier schoppenslagen en drie hartenslagen en A. Wat gaat oost weggooien als er vier keer schoppen gespeeld wordt?

Hij kan één ruiten missen, maar daarna zit hij klem en zal zich gewonnen moeten geven. Oost kan deze manoeuvre weer voorkomen door 7 te dekken met B.

De hartenkleur zit nu geblokkeerd, waardoor oost de harten weg kan gooien op de schoppen. Het blijft een fascinerende spel, dat (leren) bridgen!

Diagram 1

Diagram 2

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden