Nieuwe centra pikken taken Bureau Jeugdzorg

Het hoofd van het Rotterdamse Bureau Jeugdzorg stapt boos op. Door de komst van de nieuwe Centra voor Jeugd en Gezin verliest het bureau een belangrijke taak.

José Vermeer, directeur van Bureau Jeugdzorg in de stadsregio Rotterdam, is het niet eens met de wijze waarop de nieuwe Centra voor Jeugd en Gezin worden ingericht. Haar Bureau Jeugdzorg verliest straks een belangrijke taak – het vaststellen van de benodigde behandelingen – en dat zal de kwaliteit van de jeugdzorg niet ten goede komen, denkt zij.

Vermeer stapt daarom op, maakte ze deze week bekend. Maar daarmee is het probleem niet uit de wereld. De MO Groep, de brancheorganisatie voor de jeugdzorg, schreef eind januari een brief aan minister Rouvoet (jeugd en gezin) waarin zij de bezwaren van Vermeer onderschrijft.

De Bureaus Jeugdzorg zijn vooralsnog dé instantie waar een kind met problemen heen moet om een indicatie, een soort verwijsbrief, te krijgen. Met die indicatie kan de ouder aankloppen bij een zorgaanbieder die de behandeling begint.

De Centra voor Jeugd en Gezin, die deze kabinetsperiode in elke gemeente zullen verrijzen, worden een soort extra aangeklede consultatiebureaus. „Het zijn laagdrempelige wijkcentra waar iedereen met een klein probleem kan binnenlopen”, zegt de woordvoerder van minister Rouvoet. Zo zal de druk op de Bureaus Jeugdzorg, waar alleen de zwaardere problemen terecht komen, kleiner worden. En kunnen de wachtlijsten slinken.

Maar wie wordt nu verantwoordelijk voor het vaststellen van de benodigde behandeling en het afgeven van een indicatie? Alle partijen zijn het erover eens dat de route die een kind moet bewandelen om hulp te krijgen niet langer moet worden. Dus moeten de taken van Bureau Jeugdzorg en de nieuwe centra in elkaar schuiven.

Volgens de wet kan alleen Bureau Jeugdzorg zo’n hulpverwijzing afgeven. De minister stelt dan ook dat Bureau Jeugdzorg aanwezig moet zijn in het nieuwe Centrum voor Jeugd en Gezin, zodat de indicatie soepel verstrekt kan worden. „Het kan zijn dat Bureau Jeugdzorg wat taken moet opgeven”, zegt zijn woordvoerder. In Rotterdam ontstaat daarover nu ’een vorm van landje pik’, vervolgt hij.

De Rotterdamse jeugdwethouder Leonard Geluk wil dat het voorbereidende werk voor een indicatie wordt gedaan door het Centrum voor Jeugd en Gezin. Bureau Jeugdzorg moet daar dan alleen nog een soort stempel opzetten. Geluk erkent dat hij met zijn voorstel de grenzen opzoekt van wat juridisch mogelijk is.

Voor de MO Groep is dit een brug te ver. De expertise van Bureau Jeugdzorg is nodig om jongeren op een goede manier naar de juiste hulpverlener te krijgen, schrijft de brancheorganisatie aan de minister.

Geluk: „Ik vind het ondergraven van de autonomie van een instelling van ondergeschikt belang. Dit is nodig in het belang van de kinderen.”

Volgende week overlegt de MO Groep met het ministerie over hoe het in de toekomst verder moet. Vermeer zal het niet meer meemaken. Na 29 jaar werkzaam in de jeugdzorg, vertrekt ze in april.

Steven van Eijck, die het vorige kabinet adviseerde over de jeugdzorg, vindt dat Bureaus Jeugdzorg binnenkort niet meer nodig zijn. Kinderen met lichtere opvoedproblemen gaan nu naar Bureau Jeugdzorg, maar zij kunnen straks terecht in de Centra voor Jeugd en Gezin. Van Eijck: „Die centra moeten een vertrouwde omgeving scheppen, zodat mensen binnen durven komen.”

Daarom is het van belang Bureau Jeugdzorg daar géén plek te geven, vindt hij. „Zodra de geur van de kinderbescherming rond het Centrum voor Jeugd en Gezin hangt, haken mensen af.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden